We naderen snel de fatale grens van 2 graden opwarming. Daarboven neemt de natuur de productie van broeikasgassen zelf ter hand en kunnen we slechts toezien hoe het klimaat nog deze eeuw volledig uit de hand loopt.
Tegelijk staat er een oliecrisis voor de deur nu de maximaal haalbare productie gaat dalen. Dit zal ons in een diepe economische crisis storten waar de zwakken het niet redden. Tenzij we een plan in werking stellen.
We moeten dus nú af van onze afhankelijkheid van
fossiele brandstoffen. We moeten wat we straks hebben eerlijk verdelen. Er moet worden gerantsoeneerd.
|
 |
Ons leven verandert,
onze waarden zullen veranderen,
en we zullen leren
onze unieke planeet
weer echt te waarderen.
|
|
David Fleming heeft een simpel plan om een nachtmerrie te vermijden. Bouwen aan een koolstofarme maatschappij wordt met klimaatdukaten leuk en uitdagend. Ons leven verandert, onze waarden zullen veranderen en we zullen leren onze unieke planeet weer echt te waarderen.
Vergeet die ijsberen, het gaat nu om ons. De tekst van David Fleming wordt in het boek voorafgegaan door een pleidooi voor de invoering
van het persoonlijke koolstofbudget. Dit pleidooi behandelt onze huidige toestand: de klimaatcrisis, peakoil,
de fundamentele fouten van de economie, de werking van ecosystemen, de psyche van de verandering, de politieke situatie
tussen Kyoto en Kopenhagen en de onmacht van het Nederlandse beleid. De conclusie is dat in onze hoog ontwikkelde maatschappij
meerdere crises tegelijk opdoemen, dat de overheid die ontkent en dat er een nieuw paradigma nodig is dat de samenhangen van
deze crises erkent en een heel nieuwe aanpak oplevert.
Dit pleidooi leunt sterk op de informatie uit de bijlagen, die gaan over respectievelijk de klimaatcrisis (1)
, en de oliecrisis (2) (beide vertaald uit ´A New Green Deal´),
de wetten van de thermodynamica en het begrip EROI (3), een alternatief plan
van Al Gore (4) en de brug tussen peakoil en klimaatverandering (5).
|

David Fleming
Energieslank leven met Klimaatdukaten
Stapsgewijs minder energieverbruik voor allemaal
vertaling Inge Kuipers & Jan van Arkel
i.s.m. Maurits Groen Milieu
& Communicatie
isbn 978 90 6224 480 5
paperback
160 pagina's
€ 5,
januari 2009
|
download
Omslag (LR)
Omslag (HR)
Foto Fleming (LR)

Inhoudsopgave (pdf)
Pleidooi (pdf)
Hoofdstuk 1 (pdf)
Hoofdstuk 2 (pdf)
Hoofdstuk 3 (pdf)
Hoofdstuk 4 (pdf)
Hoofdstuk 5 (pdf)
Hoofdstuk 6 (pdf)
Bijlage 1 (pdf)
Bijlage 2 (pdf)
Bijlage 3 (pdf)
Bijlage 4 (pdf)
Bijlage 5 (pdf)
|
|
|
|
klik op de hoofdstukken om direct te worden doorgelinkt op deze pagina naar het betreffende hoofdstuk
Inhoudsopgave
Klimaatdukaten in het kort
Begrippenlijst
Inleiding
U en klimaatdukaten
Hoe zit dat met klimaatdukaten?
De belangrijkste uitgangspunten
Mogelijke bezwaren
Samenvatting
Onderzoekscentra
Over de auteur
Dankbetuiging
Klimaatdukaten in het kort
1. 'Klimaatdukaten' vormen een systeem waarmee landen de uitstoot van broeikasgassen en het gebruik van olie, gas en steenkool kunnen verminderen, èn energie op een eerlijke manier aan eenieder beschikbaar kunnen stellen.
2. Rantsoenering van energie kan om twee redenen nodig kan zijn:
1. Klimaatverandering: om de broeikasgassen te verminderen die door het gebruik van olie, gas en steenkool in de lucht terechtkomen.
2. Energievoorziening: om bij schaarste een eerlijke verdeling van olie, gas en elektriciteit te handhaven.
3. Klimaatdukaten gaan in stuks.
4. Iedere volwassene krijgt gratis een gelijke Toekenning Klimaatdukaten. De Overheid en het Bedrijfsleven krijgen op een wekelijkse Veiling de mogelijkheid op Klimaatdukaten te bieden.
5. Bij de start van de regeling komt er een volledige jaarvoorraad dukaten op de markt. Daarna wordt de markt wekelijks aangevuld met een weekvoorraad.
6. Verbruikt u minder dan uw Toekenning Klimaatdukaten, dan kunt u het overschot verkopen. Heeft u meer nodig, dan kunt u bijkopen.
7. Alle brandstof (en elektriciteit) worden 'gewaardeerd' in Klimaatdukaten; één Klimaatdukaat staat voor één kilogram aan kooldioxide (of het equivalent daarvan in andere broeikasgassen) die wordt uitgestoten als de brandstof wordt verbruikt.
8. Wanneer u energie koopt, bijvoorbeeld benzine voor uw auto of elektriciteit voor uw woning, wordt – naast uw betaling in geld – dat aantal Klimaatdukaten van uw rekening afgeschreven dat overeenkomt met de hoeveelheid energie die u heeft gekocht. Deze transacties gaan automatisch en maken gebruik van pinpas‑ en creditcardtechnologie of (wat vaker voorkomt) worden meegenomen bij het afschrijven van de incasso.
9. Het aantal Klimaatdukaten dat op de markt verkrijgbaar is, wordt vastgesteld in het Budget, dat twintig jaar vooruit kijkt. De omvang van het Budget gaat jaarlijks trapsgewijs omlaag.
10. Het Budget wordt vastgesteld door een Energie Beleidscommissie die onafhankelijk is van de Overheid.
11. De Overheid is zelf ook gebonden aan het systeem; het is haar taak manieren te vinden om binnen het systeem te kunnen functioneren en de rest van ons daarin te begeleiden.
12. Klimaatdukaten zijn een nationaal systeem waarmee landen zich aan hun beloften kunnen houden en hun kooldioxide gegarandeerd kunnen verminderen binnen het internationale plan dat op dat moment van toepassing is.
Begrippenlijst
BUDGET. Het Budget stelt de hoeveelheid Klimaatdukaten vast die ieder jaar wordt uitgegeven voor een periode van twintig jaar.
KOOLSTOFUITSTOOT. De broeikasgassen (voornamelijk kooldioxide) die vrijkomen wanneer brandstoffen worden verbruikt voor het vrijmaken van energie.
KOOLSTOFEENHEID. De waarde‑eenheid bij het gebruik van Klimaatdukaten om de koolstofuitstoot te reguleren: één kilogram kooldioxide die vrijkomt bij het gebruik van brandstof. Andere broeikasgassen worden gemeten in eenheden die overeen komen met hun broeikaspotentieel. Bijvoorbeeld, bij een gas waarvan het broeikaspotentieel dertig keer hoger ligt dan dat van kooldioxide, is één dertigste kilogram van dat gas de koolstofeenheid.
GEMEENSCHAPPELIJK DOEL (ook wel Gemeenschappelijk Motief). Gezamenlijke poging een gedeeld resultaat te bereiken, waarbij individuele doelen het gemeenschappelijke doel bevorderen en vice versa.
ENERGIE‑BELEIDSCOMMISSIE. De onafhankelijke commissie die het Budget vaststelt en waar nodig aanpast.
TOEKENNING. Het aantal Klimaatdukaten waar een volwassene recht op heeft en dat voor ieder hoofd van de bevolking gelijk is.
OVERHEID. De autoriteit die verantwoordelijk is voor de praktische ondersteuning bij het bereiken van de in het Budget vastgestelde energiebeperking.
UITGIFTE. De distributie van Klimaatdukaten via het Toekenning en de Veiling. Aan het begin wordt een jaarvoorraad verstrekt die wekelijks wordt aangevuld met een weekvoorraad.
SLANKE ENERGIE. Het uit drie delen bestaande programma dat de energiebeperking tot stand brengt die is vastgesteld in het Budget: (1) energiebesparing en rendementsverhoging; (2) structurele veranderingen – niet mondialisering maar lokalisering van de voorziening in energie, goederen en diensten; en (3) duurzame energiesystemen ontwerpen voor de plaatselijke omstandigheden en plaatselijke netwerken.
PLANEET. De plek waarvoor wordt gezorgd door nationale Klimaatdukaat‑systemen die functioneren binnen een internationaal kader van Contraction & Convergence (C&C).
CONTRACTION & CONVERGENCE. Een internationaal stelsel van vermindering van emissies en verschillen met als uiteindelijk doel een gelijke, lage uitstoot door iedere wereldburger, waarbij in het begin de rijkste landen het meeste besparen. Te vertalen als 'vermindering van emissies en verschillen'.
WAARDERING. De hoeveelheid kooldioxide (of het equivalent daarvan in andere broeikasgassen) die vrijkomt wanneer een bepaalde hoeveelheid brandstof wordt gebruikt, weergegeven in Klimaatdukaten. Bijvoorbeeld, 2,5 liter diesel geeft een uitstoot van één kilogram kooldioxide en wordt daarom gewaardeerd als 1 Klimaatdukaat.
REGISTER. (ook wel QuotaCo genoemd). De database (en het beheer daarvan) waarin de stand van de Klimaatdukaten van iedere energieverbruiker wordt bijgehouden.
VEILING. De veiling waar Klimaatdukaten worden uitgegeven voor het bedrijfsleven, de overheid en alle andere energieverbruikers.
EENHEDEN. De punten die worden ingeleverd wanneer iemand energie koopt. Afhankelijk van de toepassing van het Klimaatdukaatsysteem kunnen dit koolstofeenheden, benzine‑eenheden, gaseenheden etc. zijn. Al zulke zijn vormen van Klimaatdukaten.
1. Inleiding
We moeten een gemeenschappelijk doel bepalen als antwoord op twee problemen. Allereerst is er het klimaatprobleem: olie, gas en steenkool produceren broeikasgassen waardoor de temperatuur stijgt. En er is het probleem van voldoende aanvoer: de reserves in de grond worden in rap tempo opgebruikt; de schaarste zal de komende jaren alleen maar toenemen. Daarom moeten we zorgen voor een teruggang van het energieverbruik, samenwerken aan oplossingen en alternatieven en een eerlijke verdeling instandhouden van de energie waarvan we allemaal afhankelijk zijn, en dit alles zo snel mogelijk.
Dit boekje gaat over die teruggang van het energieverbruik. Klimaatdukaten vormen een systeem voor een gefaseerde en geplande afname van koolstofuitstoot (en het verbruik van olie, gas en steenkool dat daarvoor verantwoordelijk is), waarbij tegelijkertijd wordt gezorgd voor een gelijkwaardige en eerlijke toegang tot energie. Iedereen wordt erin betrokken – individuen, bedrijfsleven en overheid – en gebruikers hebben de mogelijkheid de Klimaatdukaten die ze niet gebruiken te verkopen. Iedereen komt samen in één enkel systeem. Het systeem zorgt voor de stimulans om nú de lange‑termijnmaatregelen te nemen die nodig zijn om ons toekomstig brandstofverbruik te transformeren. Het is eerlijk. Het is eenvoudig en praktisch. Het levert resultaten door ons allen te verenigen in een gemeenschappelijk doel.
2. U en klimaatdukaten
Klimaatdukaten zijn een heel eenvoudig concept: een elektronisch rantsoeneringssysteem waarin de meeste transacties automatisch plaatsvinden. Het ontwerp is erop gericht om zo min mogelijk gedoe in ons dagelijks leven te veroorzaken en toch ons energieverbruik maximaal te beïnvloeden.
Hoe zou het dan zijn om te leven in een tijdperk waarin ons energieverbruik door middel van Klimaatdukaten wordt vormgegeven? Stelt u zich voor dat Klimaatdukaten volledig zijn ingevoerd. Wat betekenen ze voor u? Wat voor invloed hebben ze op uw dagelijks leven?
U als individu
Iedere volwassene heeft recht op een gelijke Toekenning Klimaatdukaten. Wanneer het systeem begint wordt een jaartoekenning op uw Dukaatrekening gestort; daarna wordt uw rekening wekelijks aangevuld met een nieuwe weekvoorraad. U kunt op verschillende manieren uw saldo bekijken, namelijk op Internet, per telefoon, per SMS of bij een pinautomaat.
Wanneer u brandstof koopt – benzine, elektriciteit of gas – betaalt u dat zoals normaal (met geld), maar u levert daarnaast ook Klimaatdukaten in voor uw aankoop. Dit gebeurt op de manier die het gemakkelijkst is:
– De kassamedewerker haalt uw Dukaatpas door een betaalautomaat, waarmee het betreffende aantal Klimaatdukaten van uw rekening wordt afgeschreven.
– Is uw Dukaatrekening gekoppeld aan uw pinpas (of uw creditcard), dan worden uw Klimaatdukaten door de kassamedewerker van uw rekening afgeschreven op hetzelfde moment dat u voor de benzinekosten betaalt.
– Betaalt u uw gas‑ en elektriciteitsrekeningen per incasso, dan betaalt u ook uw Klimaatdukaten per automatische afschrijving.
Stelt u zich voor dat u zuinig omgaat met energie. U heeft een kleine auto, of misschien wel helemaal geen auto. Uw woning is goed geïsoleerd en u heeft de thermostaat niet al te hoog staan, zelfs op koude dagen. Dan profiteert u, niet alleen doordat u geld bespaart op brandstof, maar ook doordat u minder Klimaatdukaten gebruikt dan uw Toekenning. Dat betekent dat u die kunt verkopen en het geld dat u daarvoor ontvangt wordt automatisch op uw bankrekening bijgeschreven.
Of, als u minder zuinig bent en extra Klimaatdukaten nodig hebt, kunt u ze kopen.
Tot nu toe merkt u er nog weinig van. U bent zich nauwelijks bewust van de extra transacties die plaatsvinden wanneer u brandstof koopt, aangezien de meeste transacties plaatsvinden via pinpas (debitcard), creditcard of automatische afschrijving. U wordt er wel steeds aan herinnerd dat de gehele nationale economie moet rondkomen met de limiet die is vastgesteld in het Budget, maar zolang dat Budget groot is – niet veel minder dan de totale hoeveelheid energie die we vandaag de dag verbruiken – zal het niet veel verschil maken. Pas wanneer het Budget gekrompen is tot het veel lagere niveau van over tien jaar, of zelfs het nog lagere niveau van over twintig jaar, zal ons leven ingrijpend veranderd zijn. Alle energieverbruikende handelingen veranderen – hoe we ons huis verwarmen en verlichten, welke nieuwe, duurzame technologieën we gebruiken, hoeveel vervoer we ons permitteren, hoe en waar we wonen.
Dat betekent dat we vooruit moeten denken. We moeten ons richten op de zekerheid dat we het in de toekomst met de helft van de energie moeten doen... en dan met een kwart... en dan met nog minder. Ieder individu en ieder gezin dat wil voorkomen dat ze straks in de problemen komen – en veel geld moeten neertellen voor de Klimaatdukaten die over tien of twintig jaar vanuit het veel lagere Budget beschikbaar worden gesteld – zal nu maatregelen moeten nemen.
Maar er komt hulp. Voor consumenten, overheid en bedrijfsleven komt de prioriteit te liggen bij de omschakeling naar een energiezuinige toekomst. Het leren leven met Klimaatdukaten valt daarbij haast in het niet. Het leren leven in de energiezuinige economie die door het gebruik van Klimaatdukaten zal ontstaan, is een veel grotere opgave. Dit is het doelgerichte antwoord op de grote en nauw verweven uitdagingen – klimaatverandering en brandstofschaarste – die al bijna realiteit zijn. Van ieder van ons wordt verwacht dat we (op zijn minst) een klein beetje verstand van energieafname krijgen en dat we allemaal een beetje kijk op de toekomst krijgen.
U als zelfstandige
Voor velen van ons is er geen duidelijk onderscheid tussen de manier waarop we leven en de manier waarop we ons geld verdienen. Hoewel u misschien uw kantoor of werkplaats aan huis heeft, kan het zijn dat u voor het werk zelf naar buiten moet – om klanten en afnemers te ontmoeten. Misschien verbouwt u thuis uw eigen groenten, maar werkt u daarnaast parttime als tuinman in de buurt. Parttime thuiswerkers zoals u hebben waarschijnlijk een auto of een bestelbus nodig voor het werk, maar gebruiken deze ook voor de dagelijkse gezinsbehoeften.
Als deze mengeling van werk en privé ook in uw leven voorkomt, dan gebruikt u waarschijnlijk uw persoonlijke Dukaattoekenning voor uw basisbehoeften aan energie – dat betekent dat u die het eerst opgebruikt. Heeft u daarna meer Klimaatdukaten nodig, dan vult u ze aan en de kosten hiervan telt u als bedrijfskosten, net als bij benzine en andere energiebehoeften. Maar uw 'persoonlijke Klimaatdukaten' en uw 'zakelijke Klimaatdukaten' zijn identiek: u koopt ze voor zakelijk gebruik op dezelfde manier als u dat doet voor extra persoonlijk gebruik en ze worden op dezelfde rekening gestort.
Daarnaast moet u als zelfstandige gaan nadenken over hoe u uw bedrijf zult moeten aanpassen om door te kunnen gaan wanneer energie schaars wordt en de prijs per Klimaatdukaat waarschijnlijk hoog is. Of u denkt alvast na over een drastische koersverandering van uw bedrijf. In de toekomst zal er steeds meer vraag komen naar nieuwe energie‑ en isoleringssystemen, naar plaatselijk geteeld voedsel (zonder transportkosten), naar vroedvrouwen die thuisbevallingen kunnen begeleiden (waardoor lange autoritten naar het ziekenhuis overbodig worden)... Sommige kleine bedrijven zullen schade lijden door energieschaarste; andere zullen erdoor opbloeien. Maar Klimaatdukaten kunnen helpen: ze helpen het brein te focussen; ze maken van vooruitplannen een noodzakelijke zakelijke vaardigheid; het wordt zelfs een tweede natuur.
U als bedrijf of instituut
De handel in Klimaatdukaten van een bedrijf is uiteraard strikt gescheiden van de particuliere handel door zijn werknemers. Bedrijven moeten hun Klimaatdukaten op de markt kopen en dat zullen ze over het algemeen op de eenvoudigste manier doen: door hun bank daarvoor opdracht te geven. Iedere week neemt de bank deel aan de Veiling (de primaire markt voor Klimaatdukaten), waar zij genoeg Klimaatdukaten inkoopt om in de behoeften van al haar klanten te voorzien. Daarna distribueert de bank de Klimaatdukaten en schrijft de kosten automatisch af van de rekening van de klant.
Ook hier wordt de administratieve rompslomp tot een minimum beperkt. Bedrijven kopen en verkopen energie op dezelfde manier als voorheen, met als verschil dat zij nu naast geld ook in Klimaatdukaten betalen. En goed gerunde bedrijven zullen ook bij Klimaatdukaten hun voorraad en verbruik nauwlettend in de gaten willen houden. Ze zullen voldoende reserve willen houden om in hun wekelijkse energiebehoefte te kunnen voorzien, maar niet meer geld dan nodig willen vastleggen in de voorraad ervan.
En net als bij huishoudens en zelfstandigen hebben ook zij reden genoeg om vooruit te plannen. De overgang van de huidige energierijke economie naar de toekomstige energieslanke economie zal voor het bedrijfsleven evenveel verandering met zich meebrengen als voor het particuliere leven. Bedrijven gaan zich concentreren op de vraag hoe ze de kansen die liggen in een energiezuinige toekomst kunnen benutten en de risico's kunnen vermijden.
U als bank
Hier is een markt waarin u uw klanten een nieuwe dienst kunt aanbieden door op hun verzoek Klimaatdukaten te kopen en verkopen. De rekeningen van Klimaatdukaatgebruikers worden niet door de bank zelf beheerd, maar in plaats daarvan door het Klimaatdukaat Register (QuotaCo). Maar QuotaCo heeft niet te maken met geld; haar taak is slechts gericht op het bijhouden van het Register van rekeningen. Als iemand Klimaatdukaten van zijn of haar rekening wil kopen of verkopen, moet hij of zij een tussenpersoon zien te vinden – meestal een bank – die de transactie kan uitvoeren, die QuotaCo opdracht kan geven de verhandelde Klimaatdukaten tussen de rekeningen over te boeken, die degene die zijn of haar Klimaatdukaten verkoopt kan betalen en die het geld van de koper in ontvangst kan nemen.
Daarnaast spelen banken ook een centrale rol in de primaire markt, aangezien zij de Klimaatdukaten verspreiden die door de Veiling zijn uitgegeven.
Valt er hierin geld te verdienen? Ja, maar de concurrentie wordt scherp en transparant. Als tussenpersoon vraagt u als bank altijd een hogere prijs voor de te verkopen Klimaatdukaten dan u biedt voor de Klimaatdukaten die u wilt kopen – er zal dus een zekere marge aanwezig zijn tussen de twee tarieven – maar zodra die marge te groot wordt, komt u snel in de problemen: niemand wil Klimaatdukaten kopen voor de hoge prijs die u vraagt, noch Klimaatdukaten verkopen voor de lage prijs die u biedt. Duizenden keren per dag zal de prijs richting de concurrerende norm gecorrigeerd worden, ervoor zorgend dat de markt, en uw deelname daaraan, efficiënt blijft.
Dit wordt een essentiële en snelle service. Uw deelname hieraan als marktpartij zal het tot leven brengen.
Jij als kind
Als je een baby bent en net zoveel olie, gas of steenkool verbruikt als je moeder of vader, verspil je helaas wel erg veel energie. Je hebt geen benzine nodig voor je auto, het huis waarin je woont wordt al warm gehouden voor de andere gezinsleden en je brengt het merendeel van je tijd slapend door. Je wordt wel in het systeem opgenomen, maar op een andere manier: als jouw gezin meer energie moet verbruiken om aan jouw behoeften te voldoen en daar moeilijk in slaagt, wordt de kinderbijslag die je ouders namens jou ontvangen naar rato verhoogd. Maar maak je geen zorgen – jouw tijd komt nog wel. Wanneer je oud genoeg bent om auto te rijden kom je in aanmerking voor je eigen Toekenning Klimaatdukaten. Misschien besluit je dan dat je beter af bent zonder auto, waardoor je benzinegeld bespaart, je overschot in Klimaatdukaten kunt verkopen en het geld kan gebruiken voor iets anders: misschien wel voor een goede opleiding die past bij een slim kind zoals jij.
U als u er niets van wilt weten
Geen computer? Geen mobiele telefoon? Geen bank? Geen interesse? Geen adres? Geen probleem – althans voor wat betreft de Klimaatdukaten. Er wordt automatisch een Dukaatrekening voor u geopend en u kunt van tijd tot tijd uw Klimaatdukaten als contant geld opnemen op bepaalde plaatsen – zoals het postkantoor – net zoals dat nu in sommige landen gebeurt voor de uitkering van sociale voorzieningen.
Of u bent volledig voorzien van computer, bankrekening, auto en opvallende levensstijl – en nog steeds wilt u er niets van weten. Prima. U kunt uw bank vragen al uw Klimaatdukaten te verkopen zodra zij ze namens u ontvangt. Wanneer u benzine, elektriciteit en gas koopt worden tegelijk de bijkomende kosten aan Klimaatdukaten aan u in rekening gebracht en op deze manier leeft u volledig buiten het systeem om. Dit heeft echter weinig zin. Om te beginnen betaalt u meer voor de Klimaatdukaten die u terugkoopt dan u ervoor kreeg toen u ze verkocht. Maar er is een nog belangrijkere reden om u niet aan het systeem te onttrekken: de grootste reden is dat u een nare verrassing te wachten staat wanneer Klimaatdukaten in de toekomst schaars worden. Het scheelt u veel problemen als u nu over het systeem, het doel ervan en de toekomst begint na te denken.
U als Overheid
Ook u bent gebonden aan het systeem en moet Klimaatdukaten inleveren voor iedere keer dat u energie koopt. Net zo gewoon en onontkoombaar al nu met de energierekening moet u ook voor uw klimaatdukaten gaan betalen. Iedere week biedt u samen met de banken in de Veiling op Klimaatdukaten. En omdat u als Overheid zelf ook uw eigen medicijn slikt, krijgt u het morele gezag dat hoort bij een deelnemer aan het systeem.
Vanuit die positie als deelnemer kunt u het voortouw nemen in de energiebeperking, kunt u sturen, helpen, trainen, aanmoedigen, problemen oplossen, vooruitdenken, er wijs uit worden en leren van zowel uw eigen ervaringen als die van ieder ander. Uw intelligentie en leiderschap zal op de proef worden gesteld. En op één terrein zal het uw leven vergemakkelijken: wanneer internationale onderhandelingen u verplichten de vraag naar energie en de koolstofuitstoot te verlagen, bent u in staat er daadwerkelijk iets aan te doen. Met Klimaatdukaten op hun plaats kunt u uw handtekening zetten onder ambitieuze internationale doelstellingen – en u kunt ze bereiken.
3. Hoe zit dat met klimaatdukaten?
Er zijn twee manieren om de vraag naar fossiele brandstoffen te verminderen. Belastingheffing op brandstoffen wordt het vaakst geopperd en is het meest voor de hand liggend, maar er zitten haken en ogen aan. Het is niet eenvoudig een belastingtarief te bepalen waarmee het gedrag van de hogere inkomensgroepen verandert zonder dat daardoor onaanvaardbare lasten ontstaan voor de lagere inkomensgroepen. Belastingen worden gemakkelijk slachtoffer van politiek gemanoeuvreer (het kwartje van Kok). En als de prijs van olie en gas stijgt, stijgt de belasting mee, waardoor de situatie alleen maar verergert.
De andere oplossing is rantsoenering. Dit zorgt voor een eerlijke verdeling van fossiele brandstoffen en een teruggang van het totale gebruik. Dit gaat nu heel anders dan met het bonnensysteem van vroeger. Met het voordeel van moderne informatiesystemen¼
¼ kunnen rantsoenen elektronisch onder consumenten verdeeld worden;
¼ kunnen ze verhandeld worden; en
¼ kan er een Budget worden bepaald dat vastlegt hoe het verbruik van fossiele brandstoffen (en de uitstoot die daarmee gepaard gaat) tot ver in de toekomst verminderd gaat worden.
Er zijn verschillende verhandelbare rantsoeneringssystemen bedacht. Enkele systemen, met als doel de uitstoot van kooldioxide en andere milieuverontreinigende stoffen door grote bedrijven te verminderen, worden nu al in de praktijk toegepast. Er zijn daarnaast ook al enkele systemen voorgesteld waarin consumenten worden opgenomen in het rantsoeneringsproces.1 Het ontwerp van één van deze systemen, de Klimaatdukaten, is in detail uitgewerkt.2
Klimaatdukaten zijn bedoeld voor gebruik in de binnenlandse economie en passen binnen een internationaal systeem dat de koolstofuitstoot wereldwijd moet verminderen. Een bekende benadering met betrekking tot internationale handel – Contraction & Convergence genaamd (Inkrimpen en Uitsmeren) – vraagt landen geleidelijk over te gaan (converge) naar een nivo waar het vervuilingsrecht in verhouding staat tot het aantal inwoners van dat land.3
Een ander model – het Oil Depletion Protocol (Olie Uitputtingsprotocol) – zorgt ervoor dat de olieconsumptie geleidelijk vermindert wanneer de voorraden uitgeput raken en ondersteunt daarmee een eerlijke toegang tot de resterende hoeveelheid.4
Klimaatdukaten maken het mogelijk ambitieuze internationale doelstellingen nationaal uit te voeren door landen controle te geven over de snelheid waarmee de consumptie van fossiele brandstoffen (olie, gas en steenkool) wordt verminderd, terwijl de beschikbare voorraad eerlijk wordt verdeeld en de prijs flexibel wordt gehouden. We gaan er op dit moment vanuit dat het systeem nodig is om, vanwege het klimaat, de uitstoot van kooldioxide te verminderen, maar het is evengoed geschikt als een manier om olie (en gas) te rantsoeneren als deze bijzonder schaars worden (zie Rantsoenering en Klimaatdukaten).
Hoe Klimaatdukaten werken
Uitgangspunt is het Budget dat de jaarlijkse hoeveelheid koolstofuitstoot bepaalt die de komende twintig jaar wordt toegestaan. Het Budget, dat de Uitgifte bepaalt (het aantal Klimaatdukaten dat per jaar voor de komende twintig jaar wordt uitgegeven), loopt van week tot week door. Onderdeel van de Uitgifte is een onvoorwaardelijke Toekenning voor alle volwassenen; een ander deel wordt verkocht via de Veiling, op dezelfde manier als de uitgifte van schatkistpromessen: de Dukaten worden via banken en andere verkooppunten gedistribueerd onder alle andere energieverbruikers: de industrie en dienstensector en de Overheid zelf. De Dukaten kunnen gekocht en verkocht worden, zodat gebruikers die niet voldoende hebben aan hun Toekenning deze kunnen aanvullen, en gebruikers die hun energieverbruik laag houden hun overschot kunnen verkopen.
Het Klimaatdukatensysteem is vrijwel automatisch, want vrijwel alle transacties verlopen elektronisch en maken gebruik van technologieën en systemen die reeds in gebruik zijn bij automatische afschrijvingen en pinnen. Het systeem is zo ontworpen dat het soepel werkt, niet alleen voor mensen die er actief mee bezig zijn, maar ook voor die groep mensen (waarschijnlijk de overgrote meerderheid) die blij is dat het allemaal automatisch via hun pinpas of automatische afschrijving geregeld is, of voor diegenen die niet in staat zijn om hierin een actieve rol te spelen – en ook voor buitenlandse bezoekers die niet over een Dukatenrekening beschikken.
De markt voor eenheden
Laten we nu bij de veronderstelde primaire toepassing van Klimaatdukaten blijven – namelijk het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen die het klimaat veranderen. In dit geval is één Klimaatdukaat specifiek omschreven als een 'koolstofeenheid' – namelijk één kilogram kooldioxide die de koolstofuitstoot vertegenwoordigt die door de verbranding van de brandstof zelf ontstaat, plus de uitstoot door de verbranding van de brandstoffen die werden gebruikt bij winning, raffinage, opwekking en transport. Alle brandstoffen hebben een koolstofwaardering. Lachgas, methaan en andere broeikasgassen worden gewaardeerd in 'CO2‑equivalenten' – het aantal kilogram kooldioxide dat dezelfde hoeveelheid opwarming produceert als één kilogram van de gewaardeerde gassen. In het kader hieronder vindt u ter illustratie globale richtlijnen van de koolstofwaardering van de meest gebruikte vormen van energie.
tabel
Het vertalen van uitstoot naar brandstoffen 5
Schatting van het broeikaspotentieel van gassen die vrijkomen bij de productie of verbranding van brandstoffen.
1 kg kooldioxide = 1 koolstofeenheid voor methaan en lachgas zie noot 5)
Brandstof koolstofeenheid
Aardgas 0,2 per kWh
Benzine 2,3 per liter
Diesel 2,4 per liter
Steenkool 2,9 per kg
Elektriciteit (nacht) 0,6 per kWh
Elektriciteit (dag) 0,7 per kWh
De markt voor Klimaatdukaten werkt met opeenvolgende stappen. Het begint met het Register (QuotaCo genaamd); dit is een computerdatabase die de individuele koolstofrekeningen van alle deelnemers bijhoudt, vergelijkbaar met de rekeningen die worden bijgehouden voor creditcards en collectieve investeringen.
Het diagram laat zien hoe de Klimaatdukaten op de markt worden gebracht. De Toekenning aan alle volwassenen bestaat uit het directe verbruik van brandstof en elektriciteit door huishoudens en staat voor ongeveer 40% van alle uitstoot. De Klimaatdukaten die dit aandeel van koolstofuitstoot vertegenwoordigen worden onder de volwassenen per hoofd van de bevolking gelijkwaardig verdeeld. (Het energieverbruik van kinderen wordt geregeld in het flexibele kinderbijslagsysteem.) De rest (60%) wordt via de Veiling uitgegeven aan alle andere gebruikers – bedrijven, zzp'ers, openbare instellingen en de vrijwilligerssector; deze uitgifte wordt dan door de banken afgehandeld met behulp van automatische bijschrijving (van de Klimaatdukaten) en automatische afschrijving (van de betaling ervan).
Wanneer energieverbruikers brandstof of elektriciteit kopen, dragen zij Dukaten over aan de energieleverancier, waarbij hun rekening wordt aangesproken door middel van bijvoorbeeld hun Klimaatdukaatpas of via automatische afschrijving. De leverancier draagt de Klimaatdukaten over aan de groothandelaar wanneer hij daar energie koopt. Ten slotte draagt de primaire leverancier de Dukaten over aan het Register wanneer hij brandstof oppompt, wint of importeert. Dit maakt de cirkel rond.
Niet alle kopers zullen bij hun aankopen beschikken over Klimaatdukaten – bijvoorbeeld buitenlandse gasten, of mensen die hun kaart zijn vergeten of hun tegoed al opgebruikt hebben. Wanneer zij brandstof kopen, moeten zij tegelijk Klimaatdukaten kopen, om ze te kunnen besteden; dit gebeurt in één enkele transactie waarbij de prijs van de Klimaatdukaten wordt opgeteld bij de prijs van de brandstof.6
De overheid ontvangt inkomsten uit de Veiling en de beursmakelaars die de aan‑ en verkoopprijzen noteren krijgen de handelsmarge. De markt van de uitgifte is de 'primaire markt'. Alle Klimaatdukaten zijn identiek en kunnen worden gekocht en verkocht op de 'secundaire markt' waartoe alle deelnemers aan het programma toegang hebben. De aankoop en verkoop van Klimaatdukaten gebeurt online via de PC, bij de geldautomaat, aan de balie bij banken, postkantoren, en/of door middel van een automatische overschrijving bij energieleveranciers.
SCHEMA De markt voor klimaatdukaten(zie boek/pdf)
Het Klimaatdukaten Budget
Het 20‑jarige Klimaatdukaten Budget is opgedeeld in drie periodes.
– Periode 1 is een 5‑jaar durende bindende Verplichting, die alleen kan worden herzien in geval van overmacht.
– Periode 2, het 5‑jaar durende Voornemen dat volgt op periode 1, is 'hard'; het is een uitgangspunt dat slechts om bepaalde redenen kan worden aangepast bij de jaarlijkse herziening.
– Periode 3, een Voorspelling van 10 jaar, is een 'strakke richtlijn'.
Het Budget rolt als het ware voort: als jaar 1 voorbij is wordt er een nieuw jaar 20 toegevoegd.
diagram: Het Budget (zie boek/pdf)
In het systeem staat het Budget centraal. Het waarborgt de voorgenomen reductie van koolstofuitstoot tengevolge van brandstofvergebruik en kondigt de verminderingen aan die nog komen. Een grote teruggang in de koolstofuitstoot vergt tijd; mensen moeten nú maatregelen nemen omdat ze weten hoeveel minder koolstofeenheden in de toekomst nog tot hun beschikking staan. Met het Budget weet eenieder waar hij of zij op de lange termijn aan toe is. Er volgt een automatische beloning in de vorm van lagere prijzen per Klimaatdukaat als de economie zich probleemloos en efficiënt aanpast aan de constant afnemende hoeveelheid Klimaatdukaten die het Budget toekent.
Het Klimaatdukaten Budget wordt vastgesteld door de Energie Beleidscommissie, een onafhankelijk orgaan, zoiets als de Nederlandse Bank van voor de Euro. Dit ontlast de Overheid van de taak het Budget te verdedigen, biedt bescherming tegen het politieke proces en (dit is essentieel) geeft de overheid de mogelijkheid zich te concentreren op het ondersteunen van de economie in het behalen van de doelen die het onafhankelijke orgaan heeft gesteld. Er is een scheiding in functies: de Commissie stelt de ambitieuze doelstellingen van het Budget vast; de Overheid begeleidt de economie in het nakomen van deze verplichtingen.7
Vermindering van koolstofuitstoot als gemeenschappelijk doel
Het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is een uitermate ambitieus en zwaar programma. Het kan alleen worden bereikt als men bereid is deze taak gezamenlijk uit te voeren, met andere woorden, als er een gemeenschappelijk doel is. Het is in het belang van het individu om niet alleen zijn eigen koolstofafhankelijkheid te verminderen, maar ook om samen te werken met anderen en hen aan te moedigen om hetzelfde te doen. Iedereen krijgt een belang in het systeem. Dan groeit het besef dat eigen pogingen om energie te besparen niet verloren gaan door de verkwisting van anderen en dat het systeem is gebaseerd op rechtvaardigheid.
Klimaatdukaten vormen op twee gerelateerde manieren de basis voor dit gemeenschappelijke doel.
Ten eerste maakt de vastgestelde hoeveelheid duidelijk dat wanneer één persoon veel verbruikt er minder overblijft voor anderen. Uw koolstofverbruik – namelijk de mate waarin u afhankelijk bent van fossiele brandstoffen – wordt ook mijn zaak: ik heb een motief om uw gedrag te beïnvloeden met het oog op wederzijds voordeel: een lagere vraag betekent lagere prijzen.
Het is namelijk in het algemeen belang dat de prijs van koolstofeenheden laag is. Een hoge prijs verhoogt de inkoopprijs van energie, waardoor de prijzen van producten en diensten in de hele economie stijgen. Uiteindelijk wordt de prijs van de eenheden echter bepaald door de gebruikers, want hoe sneller men in staat is de vraag naar eenheden te verlagen, hoe lager de prijs. Als alle energieverbruikers in de economie erin geloven dat men door het verminderen van de vraag naar koolstofeenheden kan bijdragen in het laag houden van de prijzen, dan wordt men gestimuleerd om gezamenlijk dat doel te bereiken.
Ten tweede, de grote structurele veranderingen die nodig zijn om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen drastisch terug te brengen (zoals flinke stappen naar een energiesysteem dat werkt op lokale schaal), zijn zeker niet alleen een zaak van individuele inspanning. Dit is geen negatief programma waarin mensen worden overgehaald om minder energie te gebruiken (wat gebeurt door sancties op te leggen, bijvoorbeeld in de vorm van belastingen), maar een positieve en gezamenlijke – zelfs opwindende – stimulans om de economie op andere uitgangspunten te herstructureren en te vernieuwen.
Het is een systeem waarbinnen individuele keuzes worden gemaakt in een sociale en economische cultuur die verstandig is en daadwerkelijk ergens toe leidt. Er is hier sprake van een gedeeld avontuur; het is iets dat we alleen kunnen bereiken met behulp van – en dankzij – de vele mensen die willen meewerken. Individuele keuzes binnen het gemeenschappelijke doel zijn heel andere dan de keuzes die het individu in zijn eentje maakt. Anderen maken dat het individu sterker staat. In de huidige wereld waarin de consument individuele keuzes maakt en waar een harde, concurrerende ethiek regeert, is het moeilijk voor te stellen hoe krachtig dat gemeenschappelijke doel kan zijn.8
4. De belangrijkste uitgangspunten
Het gemeenschappelijke doel
Klimaatdukaten leiden tot een gedeelde motivatie om de afhankelijkheid van olie, gas en steenkool te verminderen, en te blijven verminderen. Binnen het Klimaatdukatensysteem is het in ieders belang de eigen behoefte aan Klimaatdukaten te verminderen en met anderen samen te werken om hetzelfde te doen: hoe lager de behoefte aan Klimaatdukaten, hoe lager de prijs – en hoe lager de verwachte toekomstige prijs. De uitgifte van Klimaatdukaten is niet flexibel: wanneer de vraag stijgt, zal alleen de prijs stijgen. Dat betekent dat de prijs die ik moet betalen voor eenheden wordt beïnvloed door uw vraag. En dat maakt dat uw behoefte ook mij aangaat: als u zich als rijk persoon kunt veroorloven veel extra Klimaatdukaten aan te schaffen, draagt u bij aan een prijsstijging voor iedereen, waardoor ik, net als alle anderen, gemotiveerd zal zijn u aan te moedigen, over te halen en in staat te stellen uw vraag naar Klimaatdukaten te verminderen.
Dit is één aspect waarin er sprake is van een gemeenschappelijk doel. Er is nog een ander: de drie elementen van Slanke Energie – besparing, structurele verandering en het gebruik van duurzame energie (zie onder) zijn geen zaken die personen afzonderlijk aankunnen. Klimaatdukaten zorgen voor een situatie waarin iedereen min of meer dezelfde motivatie heeft om gelijktijdig aan hetzelfde doel te werken. Er worden mogelijkheden gecreëerd die eerder nog niet beschikbaar waren. Lokaal treffen gemeenschappen hun eigen regelingen om duurzaam decentraal energie op te wekken, op te slaan en te besparen, gekoppeld in lokale netten. Een sterke sociale, economische en praktische stroom zal leiden naar energiezuinige en koolstofarme oplossingen, en het zal in veel opzichten gemakkelijker zijn om met de stroom mee te gaan dan ertegenin te gaan.
Dit betekent dat op het praktische niveau – daar waar het zich werkelijk afspeelt – Klimaatdukaten niet alleen de individuele motivatie stimuleren om energievermindering te bewerkstelligen, maar ook een tweede 'gemeenschappelijk kenmerk' ontwikkelen: het gemeenschappelijk vermogen om iets te doen. Enkele taken – in het bijzonder de taak om energieafname te bereiken – kunnen niet alleen bereikt worden door individuele initiatieven; daarvoor moet er een collectieve en gecoördineerde beweging worden opgezet. Individuele personen worden deelnemers in een collectief programma en ontdekken en ontwikkelen een collectieve vaardigheid. Die vaardigheid maakt dat zij op een andere manier gaan kijken naar de structuur van de plaatselijke economie, de locatie van de plaatselijke producenten en het systeem waarin zij werken. Nieuwe mogelijkheden worden zichtbaar: flinke verlaging van het energieverbruik wordt mogelijk wanneer gebieden hun gemeenschappelijke vermogen om iets te doen onderzoeken en ontwikkelen. En als er oplossingen voor energie worden ontwikkeld, zullen oplossingen voor andere problemen volgen – aangezien energie elk ander aspect van ons leven mogelijk maakt.
Deze twee door Klimaatdukaten aangesproken gemeenschappelijke eigenschappen zijn essentieel en effectief en verlenen Klimaatdukaten een hefboomfunctie. Deze functie is onmisbaar als men vooruitgang in de energieafname wil boeken. Het geleidelijk aan besparen op het verbruik van fossiele brandstoffen – waarvan de industriële en economische wereld tot dusver afhankelijk is – is een bijzonder ambitieus programma.
Een systeem dat vanzelf loopt
Het merendeel van de transacties in Klimaatdukaten zal automatisch plaatsvinden, waarbij gebruik gemaakt wordt van bestaande technologieën zoals pinpas, creditcard en automatische afschrijving, zodat het systeem voor de meeste mensen geen extra tijd en moeite kost. Dit is een zeer belangrijk punt: in de discussie rondom koolstofrantsoenering is er veel aandacht besteed aan de problemen die zich kunnen voordoen in de uitleg van het systeem aan het publiek. Hierbij loop je niet alleen het risico de intelligentie van het publiek te onderschatten, maar ook vanuit gebruikersoogpunt de complexiteit van het programma te overschatten. Aangezien bijna alle transacties automatisch worden uitgevoerd, hoeft de gebruiker er nauwelijks bij stil te staan. Zelfs de verkoop van overtollige Klimaatdukaten aan het einde van iedere maand of de aankoop ervan om een gewenste beginbalans te onderhouden, kunnen worden uitgevoerd door middel van een doorlopende machtiging bij de bank. Het systeem zelf behoeft verder nauwelijk aandacht. Al het denken, leren en plannen is gericht op wat belangrijk is – het daadwerkelijk verminderen van de koolstofafhankelijkheid en het energieverbruik, zoals het Budget voorschrijft.
De meeste mensen zullen ervoor kiezen al hun Klimaatdukaattransacties automatisch te laten verlopen. Anderen zullen het op andere manieren aanpakken. Bijvoorbeeld:
1. Mensen in instellingen zoals verzorgingstehuizen en gevangenissen zullen over het algemeen hun Klimaatdukaten gedurende de tijd van hun verblijf overdragen aan de leiding van de instelling (zoals ook het geval was met de bonnenboekjes in de Tweede Wereldoorlog en tegenwoordig gebeurt met het Persoonsgebonden Budget, PGB). In sommige gevallen zal de instelling de benodigde Klimaatdukaten op de markt moeten aankopen, bijvoorbeeld als we het hotel waar we logeren het zelf laten oplossen.
2. Buitenlandse gasten zullen hun Klimaatdukaten tegelijkertijd met elke aankoop van energie moeten betalen en overdragen. Dit gebeurt eveneens door middel van één enkele transactie, bijvoorbeeld met een creditcard.
Onafhankelijkheid van bedisseling en controle
Er zijn twee manieren om te proberen een systeem op te zetten dat mensen doelgericht en gecoördineerd in actie doet komen. De ene is om mensen een groot aantal regels en instructies mee te geven, nauwlettend in de gaten houden of men ze uitvoert en vervolgens problemen te verhelpen die zich voordoen als men het niet goed doet. Het vervelende aan deze methode is dat het mislukking in het systeem inbouwt; de mensen werken alleen maar mee omdat het moet; hun hart ligt er niet in. Ze denken niet na over manieren waarop het beter kan, zodat het systeem geen gebruik maakt van de enorme bron van vindingrijkheid en creativiteit die anders wel vrij ter beschikking zou komen. Daarnaast is het duur, want er zijn veel onproductieve ambtenaren nodig om de regels op te stellen, deze te handhaven en de problemen op te lossen die ontstaan als het systeem niet naar behoren werkt.
Een betere manier is om het systeem zo op te zetten dat iedereen die er aan meedoet de motivatie heeft om er iets van te maken en dat ook daadwerkelijk wil doen; dat men creatief meedenkt, het eigen resultaat in de gaten houdt en daarmee stuwkracht en voortgang creëert. Ingebouwd succes.
Dit tweede alternatief is bestudeerd en opgenomen in de managementstijl die bekend staat als Lean Thinking ('Slank Denken'). De kern ervan is na de Tweede Wereldoorlog in Japan uitgedokterd door Toyota‑directeur Taiichi Ohno. Met een groeiende toepassing in de industrie en dienstensector over de hele wereld zijn de resultaten ervan spectaculair: een tien keer hogere productiviteit en tien keer minder afval. De verklaring hiervoor is dat Slank Denken het systeem op zo'n manier ontwerpt dat het niet afhangt van 'bedisseling en controle van bovenaf'. Integendeel, het geeft iedereen in het systeem de motivatie om er iets van te maken. Het systeem zit 'strak' in elkaar, in die zin dat het meteen duidelijk is wat er moet gebeuren; fouten worden meteen ontdekt en mensen reageren op het systeem in plaats van op directieven van een bureaucratisch management dat heel ergens anders zit. De belangen van het systeem en de motivatie van de mensen die eraan deelnemen overlappen. Er is 'trekkracht': daden worden heel precies door het systeem voortgetrokken in plaats van voortgeduwd door een top die vasthoudt aan het oude systeem van 'controle van bovenaf'.
Dit is het principe waarop de Klimaatdukaten zijn gebaseerd. Iedereen die aan het systeem deelneemt, weet dat men op een zeker moment – over 10, 20 jaar – zal moeten leven met een veel krappere grens aan zijn of haar verbruik van fossiele brandstoffen. Men gaat eigen oplossingen bedenken; informatie inwinnen; instructies en normen opvolgen; op de behoeften van de buren reageren; samenwerken in plaatselijke programma's die veel meer efficiëntie in energieverbruik kunnen opleveren dan ieder huishouden voor zich. Maar men heeft geen voorschriften nodig hoe het moet.
Dat betekent niet dat er geen voorschriften zijn; enkele zijn er ongetwijfeld nodig, maar die zijn ondergeschikt aan het systeem en zijn dus niet de motor waarop het draait. Het is bijvoorbeeld niet nodig om onder een Klimaatdukatensysteem een kostbare regeling zoals de kilometerheffing te introduceren. Het Klimaatdukatensysteem is namelijk een systeem van Slank Denken, dat door zijn opzet de deelnemers, die moeten rondkomen met het Budget, goede en enthousiaste redenen geeft om meer te bereiken dan ze zelf ooit voor mogelijk hielden. 'Bedisseling en controle' is achterhaald. De resultaten van een model dat steunt op de creatieve intelligentie van de mens en daar tevens de stimulans voor levert, kunnen spectaculair zijn.
De Veiling
Burgers uitgezonderd, verkrijgen alle andere energieverbruikers hun Klimaatdukaten via de Veiling. De veiling is wekelijks, en gaat zo'n beetje als de veiling van schatkistpromessen en andere overheidsschulden. De revenuen van de Veiling dienen als (af)betaling voor – worden opnieuw geïnvesteerd in – hulp aan ons allemaal bij het verwezenlijken van de energieafname die het Budget voorschrijft (zie De rol van de Overheid).
De Veiling is essentieel. Het bepaalt de richtprijs voor de markt en biedt huishoudens het voordeel te kunnen handelen op een grote en efficiënte markt. Het garandeert ook dat er één prijs is voor Klimaatdukaten; als er namelijk meer dan één prijs zou zijn – bijvoorbeeld een hogere zakenprijs in een gescheiden markt – dan zou er makelarij tussen de twee markten moeten zijn met het vooruitzicht van illegale handel, waarmee het systeem snel zou afbrokkelen. En een regeling die alleen voor individuele personen bedoeld is, zou deze in feite in hun aanschaf geen rekening doen houden met alle energie in goederen en diensten (dat wil zeggen de energie die gebruikt wordt bij hun productie); het levert in tijden van tekorten geen werkbaar systeem voor een eerlijke rantsoenering en distributie van energie, en evenmin ondersteunt het een zuiver (in plaats van een geschat) waarderingssysteem. Er zouden dan ook twijfelachtige grenzen ontstaan tussen individuele personen en ondernemingen: een verloskundige die haar auto zowel voor huisbezoeken gebruikt als voor privédoeleinden¼? of een schrijver die thuis werkt¼? Accountants, advocaten, controle‑ambtenaren en de politie zouden hun handen vol hebben aan het korte leven van een gescheiden Klimaatdukatenregeling. Het principe van één gezamenlijke markt voor alle gebruikers en voor alle doelen is essentieel voor het Klimaatdukatensysteem en de Veiling maakt dat mogelijk.
De Energie Beleidscommissie
De Energie Beleidscommissie (ook wel bekend als de Koolstof Beleidscommissie), ontworpen en beheerd naar het model van de Nederlandse Bank uit de tijd van de gulden, staat centraal bij het Klimaatdukatensysteem. De Commissie bepaalt het Klimaatdukaten Budget en verbindt het met bredere EU‑ en globale verplichtingen met betrekking tot klimaatverandering en brandstofuitputting, en bewaakt maand in, maand uit de voortgang van het systeem. De Commissie staat los van de Overheid, maar is onderworpen aan de richtlijnen die zijn vastgesteld in haar taakomschrijving, zoals ook het geval is bij de Nederlandse Bank.
De rol van de Overheid
Door de onafhankelijkheid van de Energie Beleidscommissie kan de Overheid zich concentreren op de immense taak het land te begeleiden in het gebruik van het Klimaatdukaten Budget en daarbij zo min mogelijk schade aan te richten aan de economie, de levensstandaard en het welzijn.
In de zeer belangrijke taak dit mogelijk te maken en te stimuleren zal de Overheid het voortouw moeten nemen door zich op landelijk niveau te richten op zaken als het beschikbaar stellen van opleidingsprogramma's en door hulp te bieden bij het ontwikkelen van de benodigde technologieën en veranderingen in landgebruik. Er zitten duidelijke voordelen aan het feit dat het Klimaatdukaten Budget losstaat van het politieke proces en onder eigen voorwaarden werkt. De Overheid hoeft zich niet bezig te houden met het verdedigen van het Klimaatdukaten Budget aangezien dit niet onder haar ressorteert; in plaats daarvan staat zij actief en met verstand van zaken aan de kant van de diegenen die de uitdaging moeten aangaan die de Energie Beleidscommissie ons stelt.
Marktgedrag: prijzen en hoeveelheden
De markt is gebaseerd op een voortrollend Budget. Op de openingsdag wordt een jaarvoorraad Klimaatdukaten uitgegeven. Daarna worden ze op wekelijkse basis aangevuld zodat op de eerste dag van de tweede week een nieuwe weekvoorraad op de markt komt. Met andere woorden, er is altijd een voorraad Klimaatdukaten van tussen de 51 en 52 weken op de markt.
De markt voor Klimaatdukaten is in wezen hetzelfde als de markt voor alle andere goederen. De prijzen worden dagelijks in de kranten gepubliceerd, waarbij men ofwel de officiële vraag‑ en aanbodprijzen weergeeft, of de (voor de langere termijn) geschatte prijzen voor iedere maand in de komende 20 jaar. Deze prijzen zullen een stabiliserend effect hebben. Als de vraag naar Klimaatdukaten namelijk zou stijgen, stijgt de prijs mee. Mensen zullen daardoor geneigd zijn hun vraag te verminderen en meer Klimaatdukaten te koop aan te bieden – wat weer tot gevolg heeft dat de prijs daarvan zal dalen.
De prijzen zullen voornamelijk bepaald worden door de snelheid waarmee het Klimaatdukaten Budget afneemt, in combinatie met de verwachtingen in de markt hoe goed de economie in staat blijkt te zijn zich zonder al te grote problemen aan de verminderde beschikbaarheid aan te passen. De prijzen zullen door veel factoren worden beïnvloed, waarvan de volgende de belangrijkste zijn:
1. Veranderingen in het Klimaatdukaten Budget. De Voorspellingsperiode (jaar 11‑20) zal wanneer nodig regelmatig herzien worden. De periode van het Voornemen (jaar 6‑10) zal jaarlijks worden herzien en vastgelegd. De Verplichtingsperiode (jaar 1‑5) wordt alleen herzien bij dwingende veranderingen, ten gevolge van overmacht die ons overvalt. Die overmacht zou echter wel eens vrij vaak kunnen voorkomen door olie‑ en gascrises.
2. Verandering in de prijs of beschikbaarheid van brandstof, voornamelijk olie en gas. Hoge olie‑ en gasprijzen kunnen tot gevolg hebben dat de vraag naar – en de prijs van – Klimaatdukaten daalt, waardoor deze een stabiliserend effect op de brandstofprijzen kunnen hebben. Vermindering van de beschikbaarheid van olie kan leiden tot evenredige herzieningen in het Budget waarmee voor een eerlijker basistoekenning aan brandstof wordt gezorgd, in plaats van een ongecontroleerd opbieden om een aandeel van de beperkte voorraden te bemachtigen. Dit zou helpen de prijs van brandstof te stabiliseren (zie Rantsoenering en Klimaatdukaten).
3. Veranderingen in de mate waarin de economie met de afname in het Klimaatdukaten Budget weet om te gaan. Als de economie daartoe niet goed in staat is, zal de prijs van Klimaatdukaten toenemen.
4. Dynamische veranderingen in de markt zelf. De prijs van Klimaatdukaten zal aan enige fluctuatie onderhevig zijn, die het gevolg is van de dagelijkse handelingen van kopen en verkopen. Deze schommelingen zullen in de eerste jaren beperkt zijn, als de prijs van Klimaatdukaten laag is, maar zodra de markt zich ontwikkelt en het Budget een laag niveau bereikt, wordt de vraag naar Klimaatdukaten steeds sterker, zodat de prijsgevoeligheid naar verwachting zal toenemen. Er is echter geen enkele reden om aan te nemen dat deze markt – in welke fase dan ook – instabiel zal zijn.
Het Waarderingssysteem
Klimaatdukaten kunnen afhankelijk van de behoefte op verschillende manieren gedefinieerd worden, maar de veronderstelling is hier dat de Klimaatdukaten ingezet zouden moeten worden als een beleidsmaatregel tegen klimaatverandering. In dat geval worden Klimaatdukaten gedefinieerd op basis van het vermogen van iedere brandstof de atmosfeer op te warmen, oftewel het klimaat te veranderen (het broeikaspotentieel = BP).
In deze context is de belangrijkste maatstaf het broeikaspotentieel van 1 kilogram kooldioxide die op grondniveau vrijkomt; dit broeikaspotentieel wordt gedefinieerd als één Klimaatdukaat (hoewel het net als valuta ook kan worden verhandeld in fracties van een Dukaat). De 'koolstofwaardering' van alle andere brandstoffen wordt beoordeeld aan de hand van deze basismaatstaf. Het broeikaspotentieel van lachgas (distikstofoxide) is bijvoorbeeld 310 keer zo groot als het broeikaspotentieel van kooldioxide; als men bij de verbranding van 1 liter brandstof schat dat er gemiddeld 1 kilogram kooldioxide en 0,01 kilogram lachgas vrijkomt, dan is de koolstofwaardering van die brandstof 1+ 310/100 = 1+3,1 = 4,1.
En toch is het allemaal niet zó eenvoudig, omdat de koolstofwaardering van een brandstof die u bijvoorbeeld bij de benzinepomp koopt, ongetwijfeld lager zal zijn dan de koolstofuitstoot verbonden aan de gehele levenscyclus, van het moment dat de ruwe olie werd opgepompt tot het moment dat u het tankt. Raffinage is bijvoorbeeld een energie‑intensief proces en als de koolstof uit deze processen niet zou worden meegerekend, zou de waardering van puur de brandstof aan de pomp zeer misleidend zijn. De uiteindelijke waardering van een brandstof wordt daarom niet zomaar gebaseerd op de koolstof die vrijkomt bij gebruik, of wanneer (in geval van elektriciteit) het wordt opgewekt: het wordt gebaseerd op de energie die is besteed aan alle energieverbruikende processen die nodig zijn om de brandstof in een dusdanige toestand te krijgen en naar de plaats te brengen waar de consument hem koopt. Met andere woorden, de Klimaatdukaten zijn vergelijkbaar met het principe van 'toegevoegde waarde' dat ten grondslag ligt aan de BTW: elke producent in de keten voegt waarde toe en de eindgebruiker betaalt de volledige prijs, inclusief de belasting. Klimaatdukaten zijn in deze zin geen waardesysteem, maar een systeem van 'toegevoegde koolstof': elke producent in de brandstofproductiecyclus gebruikt – om het product klaar te maken voor de markt – energie waarbij koolstof vrijkomt die iets toevoegt aan de koolstofwaardering van de brandstof. De eindgebruiker betaalt hiervoor.
Dit maakt dat de eindenergieverbruikers – huishoudens, bedrijven en instellingen – controle kunnen uitoefenen op hun energiekeus, omdat zij weten wat de daadwerkelijke koolstofwaardering van een brandstof is. Zonder dit systeem zou een brandstof die vrij energie‑efficiënt lijkt, dus met een lage koolstofwaardering, in werkelijkheid de oorzaak van een hoge koolstofuitstoot kunnen zijn, wanneer alle handelingen die nodig zijn voor de productie en levering in de berekening waren meegenomen. Het geeft ook direct concurrerende informatie: als twee brandstoffen bij verbranding een identieke koolstofuitstoot hebben, maar geproduceerd zijn met sterk verschillende energie‑efficiënte processen, zal dat verschil duidelijk naar voren komen in hun afwijkende koolstofwaarderingen.10
Hieronder volgen enkele voorbeelden van hoe het waarderingssysteem wordt toegepast op bepaalde brandstoffen:
1. De fossiele brandstoffen (olie, gas en steenkool): het waarderingssysteem houdt rekening met alle gebruikte energie, vanaf de eerste winning tot aan de consument.
2. Indien de fossiele brandstoffen worden gewonnen of geïmporteerd voor basismaterialen (plastic en chemische producten), draagt de fabrikant zijn eenheden af bij de aankoop van de primaire brandstof, maar hij schuift de vraag naar eenheden niet door naar de klanten; in plaats daarvan worden de eenheden via de Veiling of op de markt aangekocht en de kosten worden in de prijs van het product doorberekend aan de klant.
3. Kernenergie. Hoewel kernsplitsing op zichzelf geen broeikasgassen veroorzaakt, gaan alle andere processen in de kernenergie‑industrie gepaard met een aanzienlijke uitstoot. Als de industrie bijvoorbeeld genoodzaakt is over te gaan op uraniumerts van mindere kwaliteit, zal de totale energiebalans van kernenergie dalen en de uitstoot verder toenemen. Bovendien zal te zijner tijd meer energie nodig zijn om de reactoren te ontmantelen en het kernafval op te ruimen.11 De kernindustrie zal Klimaatdukaten nodig hebben om over te dragen aan de leveranciers van de fossiele brandstoffen die men gebruikt, en zal vervolgens de Dukaten terugkrijgen via de gebruikers van de elektriciteit die zij opwekt. In de uiteindelijke prijs in Klimaatdukaten van kernopgewekte elektriciteit zal alle energie die tijdens het hele productieproces gebruikt is, meegenomen worden. Kernenergie heeft de opvallende afwijking dat de meeste afvalverwerkingskosten zich pas voordoen vele jaren nadat de energie is geproduceerd. De industrie wordt daarom genoodzaakt een begroting met accountantsverklaring op te stellen waarin uiteengezet wordt hoeveel energie nodig zal zijn voor afvalverwerking en deze kosten worden opgenomen in de waardering van de energie die nu geproduceerd wordt.
4. Grootschalige duurzame energie. Zelfs duurzame energie is afhankelijk van fossiele brandstoffen voor het vervaardigen van installaties. Biobrandstoffen bijvoorbeeld hebben – voor verbouw, transport, raffineren en distilleren – energie nodig die waarschijnlijk deels afkomstig is van fossiele brandstoffen. Het is van belang dat zulke koolstofuitstoot tot uiting komt in de koolstofwaardering die is verbonden met de productie van duurzame energiesystemen en dat betekent dat duurzame energiebronnen ook gewaardeerd worden in Klimaatdukaten. Agrarisch geproduceerde brandstoffen (biobrandstoffen) hebben over het algemeen een slechte energiebalans; de energie die gebruikt wordt voor verbouw, verwerking en distillatie kan namelijk net zo hoog, of zelfs hoger zijn dan de energie die uiteindelijk gewonnen wordt. Dat zal blijken uit het systeem van toegevoegde koolstof.
5. De zeer kleine producenten van duurzame energie zullen van consumenten niet verlangen apart te betalen voor de Klimaatdukaten die verbonden zijn met de brandstof die zij leveren (bijvoorbeeld voor de vervaardiging van hun installaties, of de brandstof die nodig is om biomassa te oogsten). Deze ontheffing zal van toepassing zijn op alle lokale en ambachtelijke producenten zoals houthakkers, en de exploitanten van kleine plaatselijke installaties zoals windturbines of turbines geplaatst in oude watermolens. Maar neem er notitie van dat deze leveranciers toch Klimaatdukaten moeten overdragen om de brandstof en elektriciteit te kopen die zij nodig hebben vooraleer ze duurzame energie kunnen leveren.
Praktische oplossingen: Slanke Energie
De drie belangrijkste elementen van Slanke Energie moeten allemaal tot in het uiterste benut worden, waarbij eerste de vraag aangepakt wordt en pas daarna het aanbod van duurzame energie. Dit zijn:
1. Energiebesparing
Dit loopt uiteen van de toepassing van geavanceerde technologieën tot eenvoudige veranderingen in de alledaagse praktijk. Huizen kunnen bijvoorbeeld dusdanig energiezuinig ontworpen worden dat ze voor een groot deel – of geheel – onafhankelijk zijn van de import van energie (uit olie, gas en steenkool) van buiten (de woonplaats). Auto's kunnen veel zuiniger worden ontworpen. Industriële processen hebben hun potentieel al bewezen om een grotere energie‑efficiëntie te bereiken en voor de toepassing ervan zal steeds meer reden zijn. Biologische landbouw – met grotere nadruk op kleinschalige productie, wisselbouw, gesloten systemen, meer gebruik van arbeid en onafhankelijkheid van kunstmest en bestrijdingsmiddelen gemaakt van gas en olie – is energiezuiniger dan de industriële landbouwsystemen.
Energiebesparing mag dan een saaie term zijn, er is hier zeer veel te bereiken en het moet daarom de eerste stap zijn in de logische volgorde.
2. Structurele verandering
Dit is de grote ommekeer die voor ons ligt. De toekomstige economie vereist een radicale reorganisatie met betrekking tot de (vestigingsplaatsfactoren) ruimte en afstand. Daarin zal zich het 'terug‑naar‑de‑basis‑principe' ontwikkelen, dat vereist dat goederen en diensten zo dicht mogelijk worden geproduceerd bij waar ze nodig zijn; het geeft een aanzet tot lokaal ondernemen. Voorbeelden: lokale voedselproductie; lokale opwekking en verdeling van energie; gebieden die zich economisch, sociaal en cultureel zo sterk ontwikkelen dat zij voor het grootste gedeelte van hun behoeften uit lokale bronnen kunnen voorzien. De huidige vervoersafhankelijke systemen zullen in onbruik raken aangezien de maatschappij zich ontwikkelt en reorganiseert naar een verstandiger gebruik van de lokale omstandigheden.
3. Duurzame energiesystemen
Zonne‑energie, windenergie, waterkracht en de andere duurzame bronnen kunnen alleen een adequate bijdrage aan de energievoorziening leveren als zij worden toegepast in een vernieuwd energiesysteem waarin de stappen uit punt 1 en 2 al zijn gezet. Dus in een systeem met een hoge besparing en een (beoogde of reeds gerealiseerde) lokale structuur. Alleen zo kunnen de duurzame systemen precies ontworpen worden voor het doel waarvoor ze gebruikt worden en de plek waar ze gebruikt worden. Installatie van duurzame bronnen in het algemeen – dus voordat de systemen waarin ze ingepast moeten worden tenminste op papier ontworpen zijn – is geld en tijd verknoeien.
Deze drie praktische manieren om de nodige energievermindering te bereiken – de Slanke Energie Strategie – zullen als het voornaamste, allesoverheersende gemeenschappelijke doel van overheid, industrie en burgers minstens twintig jaar intensieve inspanning vergen. Zonder het kader van de Klimaatdukaten kunnen we dit niet bereiken: het is al zover gekomen dat het herstel van de enorme energieafhankelijkheid het uiterste zal vergen van onze mogelijkheden. Men heeft de neiging de moeilijkheid en dringende noodzaak hiervan te onderschatten.
Rantsoenering en Klimaatdukaten
Tot nu toe hebben we de Klimaatdukaten alleen besproken in de context van klimaatverandering. Hoewel klimaatverandering op zichzelf een kwestie is van de allerhoogste urgentie, wordt het steeds duidelijker dat, met de zeer hoge brandstofprijzen en aanvoeronderbrekingen die ons in de nabije toekomst te wachten staan, er nog zo'n grote crisis aankomt. Het probleem van de brandstoftekorten bestrijd je niet met het heffen van belasting: daardoor zou de reeds hoge prijs van de brandstof alleen maar stijgen en wordt er niets bereikt op het vlak een eerlijke verdeling van een schaarse grondstof. In plaats daarvan moeten we een soort rantsoeneringssysteem opzetten dat garandeert dat de hele bevolking eerlijk over brandstof kan beschikken. Dat er twee crises tegelijk zijn – klimaatverandering èn een oliepiekcrisis – stelt het Klimaatdukatensysteem niet voor problemen; integendeel, ze komen erin samen; ze zijn twee kanten van hetzelfde verhaal; en Klimaatdukaten zijn ontworpen om elke crisis voor zich, of beide tegelijkertijd, aan te pakken.
Vanouds werkte rantsoenering met bonnenboekjes met daarin coupons die je eruit kon scheuren of knippen. Dit systeem hanteerde Nederland in de jaren na de oorlog en op dit moment is er het alarmerende vooruitzicht dat deze methode wordt afgestoft en opnieuw gebruikt gaat worden, als of wanneer we plotseling en dringend een rantsoeneringssysteem nodig hebben.
Dit systeem heeft natuurlijk zo z'n nadelen. Het is rommelig en lastig in gebruik. Het is gemakkelijk te vervalsen. Bedrijven en de Overheid worden niet op een transparante manier bij het systeem betrokken. Veel mensen, zoals zelfstandig ondernemers, die zich op de grens bevinden tussen particulier en commercieel energieverbruik, krijgen moeilijk toegang tot het rantsoeneringssysteem. Het is niet mogelijk rantsoenen te verhandelen, behalve op het niveau tussen vrienden en bekenden. Het is een kostbare administratieve aangelegenheid. Het is niet flexibel. En in dit tijdperk van elektronica is het gebruik van bonnen van papier bijzonder ouderwets.
Het elektronisch rantsoeneren moet onvermijdelijk met een vorm van Klimaatdukaten geregeld worden. Er bestaat geen andere manier. Er is geen verschil tussen het gebruik van Klimaatdukaten in verband met brandstoftekorten of koolstofvermindering, behalve dat bij brandstoftekorten de flexibiliteit en het potentieel van het Klimaatdukatensysteem vanzelf naar voren komen.
Stel dat een groot deel van de levering van olie wordt stopgezet, door oorzaken die buiten eenieders macht liggen. Het beleid zou uit twee delen bestaan. Ten eerste zou er een eenheid van kwantiteit worden bepaald ‑ bijvoorbeeld: 1 liter benzine, of ~1 liter stookolie = 1 olie‑eenheid. Ten tweede zou gekeken worden hoeveel olie precies beschikbaar is en in de toekomst naar verwachting nog ter beschikking komt en op basis daarvan zou het totale Oliebudget vastgesteld worden. Het feit dat er meer dan één eenheid bestaat maakt het ingewikkeld, maar segmentatie hoort er nu eenmaal bij in elk rantsoeneringsysteem dat werkt op basis van een preciese omschrijving van elk afzondelijk goed. Het alternatief – als eenheden zonder meer worden gebruikt voor àlle vormen van brandstof, inclusief de schaarse (olie) – zou ertoe leiden dat mensen met hun eenheden olie gaan hamsteren, met als gevolg dat sommige gebruikers alles krijgen wat ze nodig hebben en andere met lege handen staan – precies datgene wat men met rantsoeneringsystemen wil voorkomen.
In feite is de opdeling in productspecifieke eenheden helemaal niet zo ingewikkeld. Een Klimaatdukatensysteem moet sowieso zodanig worden opgezet dat dit mogelijk is. Aangezien alle rantsoeneringssystemen productspecifiek moeten zijn, betekent het gebruik van een elektronisch systeem een netto voordeel in vergelijking met de alternatieven. Het kan snel geïmplementeerd worden; het is flexibel; en het heeft voordeel van het geautomatiseerde, 'op‑rolletjes'‑kenmerk van Klimaatdukaten: consumenten kunnen (en velen ongetwijfeld zullen) deelnemen in het systeem zonder daarvoor ook maar iets te hoeven doen – en zeker geen bonnen uitknippen.
'Rantsoenering' roept negatieve associaties op, maar dat is niet terecht. Het is de enige natuurlijke weg om ervoor te zorgen dat iedereen een gelijkwaardig deel krijgt van schaarse middelen. Als rantsoenering – in tijden van schaarste – niet zou bestaan, zouden mensen erom smeken. En het is in feite even terzake, of het doel nu is om de koolstofuitstoot te verlagen of om olietekorten te overbruggen. Als het heffen van belastingen energieverbruik met koolstofuitstoot inderdaad effectief zou terugdringen, weten we dat het effect bij de mensen met de laagste inkomens (noodgedwongen) toch het grootst is, terwijl mensen met hoge inkomens misschien amper bezuinigen. De eerlijke, effectieve, efficiënte en – wanneer men het doorheeft – gewenste manier om dit te regelen is door middel van rantsoenering.
Tijd en belastingen
Een van de belangrijkste aspecten van het Klimaatdukaten Budget is het feit dat het zich uitstrekt over een lange termijn; het kijkt twintig jaar vooruit. In die periode zullen de economische omstandigheden, de brandstofprijzen en nog veel meer factoren ongetwijfeld ingrijpend veranderen, met als gevolg evenredige veranderingen in de prijs van Klimaatdukaten. Er is echter geen reden te noemen waarom deze veranderingen aanpassingen van het Klimaatdukaten Budget zelf vergen: Als reactie op het klimaat en de beschikbaarheid van brandstof kan het ofwel veranderen, ofwel – in de ideale situatie – onveranderd blijven, waarbij alleen de prijzen zich hieraan aanpassen. Die flexibiliteit in de prijzen maakt een consistent Budget mogelijk.
Het is essentieel dat het Klimaatdukaten Budget zoveel mogelijk consistent en stabiel blijft. Dit omdat de diepgaande structurele, economische en technische transformatie die nodig is om `af te dalen' naar een koolstofonafhankelijke economie, niet op korte termijn beschikbaar zal zijn. Met energiebesparende technologie zijn zeker snel kleine verbeteringen mogelijk, maar diepgaande veranderingen vergen tijd; er is minstens twintig jaar nodig om de meest ingrijpende veranderingen te bewerkstelligen.
Hier komt één van de voornaamste zwakheden van belasting naar boven. Het is niet mogelijk een belastingregime vast te leggen voor de komende twintig jaar; het moet continu aangepast worden en daarmee geeft het dus geen signaal af voor de langere termijn. Geen signaal voor de langere termijn betekent: geen stimulans is om vooruit te kijken. Klimaatdukaten verschaffen wel dat benodigde signaal; zij maken een diepgaande, het gefaseerd terugdringen van het gebruik van fossiele brandstof een praktische, serieuze mogelijkheid.
Internationale handel: Klimaatdukaten en concurrentie
Wat zou er gebeuren als één land, of een paar landen, het Klimaatdukatensysteem zouden implementeren terwijl de meerderheid dat niet doet? Allereerst zou dat betekenen dat de verzuimende naties hun energiebeperking op een andere manier moeten zien te bereiken. Slagen zij daar niet in, dan laten zij zich gelden als ordeverstoorders in het vooruitzicht op een succesvolle aanpak van de klimaatverandering of tekorten bij olie‑ en gaswinning – en het korte‑termijnvoordeel daarvan in de vorm van een concurrentievoorsprong op de wereldmarkt weegt niet op tegen de (lange‑termijn)gevolgen van een klimaat‑ of oliecrisis.
Ten tweede zouden de verzuimende landen de energiezuinige technologieën niet ontwikkelen die een absolute vereiste zijn om succesvol te kunnen concurreren in de internationale markt. Het wordt al steeds moeilijker zaken te verkopen die niet voldoen aan hoge eisen van energiezuinigheid en een economie die haar inefficiënte industrie beschermt door niet deel te nemen aan een Klimaatdukatensysteem, of een variant daarop, zal in het nadeel zijn.
Ten derde nemen de verzuimende landen geen voorzorgsmaatregelen voor het eerlijk verdelen van olie en gas onder hun bedrijven en huishoudens, ondanks stijgende schaarste en hoge prijzen. Een land dat haar brandstof niet rantsoeneert wanneer de tijd daar is, zal zoveel maatschappelijke onrust over zich heen krijgen dat de vraag hoe het gesteld is met haar internationale concurrentiepositie er helemaal niet meer toe doet.
De Drie E's
1. Effectiviteit
Klimaatdukaten zijn effectief. Het Budget is in feite de garantie dat de doelstellingen voor het verlagen van de koolstofuitstoot daadwerkelijk gehaald worden. Klimaatdukaten geven een signaal voor de lange termijn dat we nu maatregelen moeten nemen om de koolstofuitstoot in de toekomst te verlagen. Sommige eenvoudige maatregelen voor het verlagen van de koolstofuitstoot kunnen vrijwel direct genomen worden (zoals het licht achter je uitdoen of een kleinere auto kopen), maar we moeten ook de doorslaggevende veranderingen die nodig zijn onder ogen zien: diepgaande verbetering van de efficiëntie en de verduurzaming van energie; structurele veranderingen in het gebruik van de grond, transport, voedselproductie en in het gebruik en de afvalverwerking van goederen; en een geheel nieuwe generatie duurzame energiebronnen die speciaal voor bepaalde behoeften en bepaalde plekken ontworpen worden. Jaren van onafgebroken planning en ontwikkeling zijn nodig om deze stappen richting Slanke Energie te nemen. Het Klimaatdukaten Budget stelt vast hoeveel energiebeperking nodig is en geeft ons op een briefje dat het moet.
2. Eerlijkheid
Klimaatdukaten zijn eerlijk en rechtvaardig: ieder hoofd van de bevolking heeft recht op een gelijke Toekenning Klimaatdukaten. En er is geen Overheidsinstantie die de prijzen en belastingen manipuleert; het is het systeem van de burger.
3. Efficiëntie
Klimaatdukaten zijn efficiënt omdat zij nauwgezet reageren op de vraag en andere veranderingen in de economie: het is niet nodig dat de Overheid continu de prijzen aanpast om daarmee het systeem draaiende te houden. De prijs per eenheid is niet de motor waarop het systeem draait, maar een indicatie van hoe de economie weet om te gaan met het systeem; de hoeveelheid energie of koolstofuitstoot wordt erdoor bepaald; de prijzen passen zich flexibel aan die hoeveelheid aan met een economie die daarvoor de meest doelmatige manieren zoekt.
Klimaatdukaten zijn daarnaast ook efficiënt door het gemeenschappelijke doel aantrekkelijk te maken – het opzetten van een systeem voor energiebeperking wordt een gedeeld doel. Klimaatdukaten worden uitgedrukt in daadwerkelijk energieverbruik, niet in geld; men zal zich rechtstreeks focussen op het besparen van energie, in plaats van op de indirecte standaardvraag hoe het huishoudboekje sluitend te maken. Het valt te verwachten dat deze duidelijk omlijnde stimulans om de fossiele brandstofconsumptie te verlagen, consumenten ertoe zal aanzetten manieren te bedenken om dit zo efficiënt mogelijk voor elkaar te krijgen.
5. Mogelijke bezwaren
Zijn Klimaatdukaten echt zo effectief als wordt beweerd?
Stel dat huishoudens en bedrijven het gewoon opgaven en geen moeite deden om hun behoefte aan fossiele brandstof te verminderen: de prijs van Klimaatdukaten zou in rap tempo stijgen; veel mensen zouden eronder lijden en het zou politiek zulke vreselijke bijwerkingen krijgen dat de Overheid eronder zou zwichten en zou stoppen met het hele systeem. Tsja, ieder instrument is gevoelig voor onwil. Met Klimaatdukaten is er de meeste kans om de verantwoordelijkheid daar te leggen waar hij hoort: in het hart van de burger. Energiebesparingsprogramma's waarbij de besluitvorming hoog in de bureaucratie plaatsvindt en waarbij burgers moeten doen wat hen wordt opgedragen, of waarbij burgers worden gedwongen door middel van belastingen, geven minder reden tot samenwerking die van harte is en inventief.
Sommige mensen denken dat Klimaatdukaten geen rekening houden met vliegverkeer. In feite worden de luchtvaartmaatschappijen er wel degelijk bij betrokken. Zij moeten op de normale wijze voor Klimaatdukaten betalen en krijgen niet de kans hieraan te ontsnappen door de Klimaatdukaten die zij bij de aankoop van hun brandstof moeten betalen (als dukaten) op hun klanten te verhalen. De klant moet uiteindelijk sowieso voor de Klimaatdukaten betalen, want luchtvaartmaatschappijen hebben behalve van tickets voor reizigers geen andere bron van inkomsten. Juist wanneer de kosten van de Klimaatdukaten bij de prijs van het kaartje moeten worden inbegrepen, wordt de concurrentie voor de maatschappijen heel intens, terwijl zij als zij deze dukaten eenvoudigweg apart declareren, ze deze weg kunnen wimpelen als gewoon weer een nieuwe vorm van belasting.
Hier vinden we drie belangrijke principes. Ten eerste, ieder product en iedere dienst die we kopen bevat energie en alle vormen van energieverbruik worden gedekt met Klimaatdukaten. Zodoende ontsnapt geen enkele consumentenaankoop aan het Klimaatdukatensysteem.
Ten tweede garanderen de Klimaatdukaten dat de beoogde beperking van de koolstofuitstoot of van de energie‑afhankelijkheid – zoals die door het Budget is vastgesteld – daadwerkelijk bereikt zal worden. Toeters en bellen zijn absoluut niet nodig: het systeem haalt zeker zijn doel en het is aan ons om uit te vinden hoe wij ons het beste aanpassen. Hoe minder er van bovenaf wordt ingegrepen – hoe minder regels en veranderingen er zijn – hoe meer vertrouwen het systeem opwekt en hoe beter het zal werken.
Ten derde: het voornaamste beleidsprobleem dat zich momenteel voordoet bij luchtvaartmaatschappijen is dat zij tot voor heel kort aan geen enkele vorm van accijns of regelgeving omtrent koolstofuitstoot zijn onderworpen – maar dit is aan het veranderen. Zodra de uitzonderingspositie van de luchtvaartmaatschappijen is opgeheven, en dat zal snel gebeuren, kunnen zij ook worden ondergebracht in het kader van nationale Klimaatdukatensystemen. Zij moeten dan, net als ieder ander bedrijf, ook Klimaatdukaten inleveren voor hun energiebehoeften.12
Zijn Klimaatdukaten echt zo eerlijk en gelijkwaardig als wordt beweerd?
Geen enkel instrument kan volhouden volledig eerlijk en gelijkwaardig te zijn. Bijvoorbeeld mensen die in het buitengebied wonen hebben het nadeel dat zij (in vergelijking met stadsbewoners) verder moeten rijden naar hun werk, en mensen met een laag inkomen hebben het nadeel dat zij minder goed in staat zijn hun voorraad Klimaatdukaten aan te vullen dan mensen met een hoog inkomen. Maar daar staat ook weer iets tegenover: mensen in het buitengebied zijn beter in staat hun eigen energie op te wekken. Het systeem is misschien niet in alle opzichten gelijkwaardig, maar de verschillen zijn niet onoverkomelijk. En het verandert ten goede: de huidige situatie is het uitgangspunt voor verbeteringen en aanpassingen.
Kinderen krijgen geen volwassen Toekenning, maar worden wel bij het systeem betrokken door middel van een kinderbijslag die zo is opgesteld dat gezinnen met kinderen op een eerlijke en flexibele manier kunnen voldoen aan hun specifieke behoeftes. De kinderbijslag dient juist om te voorkomen dat er problemen met eerlijkheid en efficiëntie zouden ontstaan doordat iedere pasgeborene automatisch een volwaardige volwassen Toekenning Klimaatdukaten toegewezen krijgt. Baby's verbruiken veel energie – bijvoorbeeld voor een warme kamer – maar als de zorg voor een zuigeling net zoveel energie vergt als het gemiddelde autorijdende gezinshoofd, dan zou dat schrikbarend inefficiënt zijn.
Het is waar dat de gelijke Toekenning per hoofd van de bevolking op zichzelf vrij onflexibel is. Mensen die meer energie nodig hebben (omdat zij bijvoorbeeld een eind moeten rijden naar hun werk) krijgen dezelfde Toekenning als mensen die thuis werken. Dat lijkt onrechtvaardig, maar het punt is dat de onflexibele, gelijkwaardige Toekenning zelf een belangrijke taak vervult: het geeft aan iedere energieverbruiker een belangrijke stimulans om die veranderingen aan te brengen die hij of zij nodig heeft om zo energiezuinig mogelijk te leven. Als mensen gecompenseerd zouden worden voor de energieverslindende delen van hun leven, zou de doelstelling verloren gaan. De gelijke Toekenning per hoofd van de bevolking concentreert de aandacht op het omgaan met de situatie zoals die is; het legt de realiteit bloot. In die zin zijn Klimaatdukaten een simulatie en voorbode van klimaatverandering zelf, welke geen onderscheid maakt op basis van behoefte. Als we zoeken naar eerlijkheid en rechtvaardigheid, moeten we om te beginnen individueel en collectief effectief zijn in de aanpak van de klimaatverandering en het energietekort. Deze twee gigantische gebeurtenissen geven eerlijkheid een nieuwe betekenis – of beter gezegd een nieuw gebruik: het betekent je op een eerlijke en gelijkwaardige manier doeltreffend voorbereiden.
Kunnen mensen zich met Klimaatdukaten in de schulden steken? Nee. Schulden zijn niet toegestaan; besteedt u meer dukaten dan op uw rekening staan, dan koopt de energieleverancier eenvoudigweg (op uw kosten) de Klimaatdukaten die nodig zijn voor uw energie‑aankoop en levert ze namens u in.
Werken Klimaatdukaten echt zo efficiënt als wordt beweerd?
Als de energiekosten door Klimaatdukaten onstabiel zouden worden, dan zou dat niet efficiënt zijn, maar er is reden om aan te nemen dat de prijzen onder een Klimaatdukatenregime juist stabieler worden: hoge brandstofprijzen verminderen de vraag naar Klimaatdukaten waarmee de prijs daalt (en vice versa) en waarmee de totale prijs (brandstof en Klimaatdukaten) stabiliseert.13
En hoe zit het met fraude? Er is geen reden om aan te nemen dat er meer fraude gepleegd wordt op de markt voor Klimaatdukaten dan op welke andere markt ook. Fraude met creditcards heeft geen verwoestende uitwerking op het creditcardsysteem. Sterker nog, de markt voor Klimaatdukaten is zelfregulerend: het energiebedrijf dat u de brandstof verkoopt moet de Klimaatdukaten die het bij de aankoop van die brandstof moest inleveren van u terugvorderen: Klimaatdukaten draaien in de gehele energiecyclus mee en het is in het belang van iedere deelnemer dat deze keten niet wordt onderbroken.
Maar duurt het niet lang om dit te ontwikkelen? Eén ding moet steeds in het oog worden gehouden: het systeem zelf vindt niets uit; alle systemen en technologieën die ervoor nodig zijn, worden reeds in andere toepassingen gebruikt. Een systeem waarbij een ieders koolstofuitstoot wordt bijgehouden zou inderdaad complex worden; dergelijke technologieën bestaan niet en het opzetten daarvan zou minstens vijftien jaar duren.14 Maar een Klimaatdukatensysteem dat simpelweg is gebaseerd op het inleveren van elektronische eenheden wanneer brandstof wordt aangeschaft, is zuiver en efficiënt. Vijftien maanden? Als iets snel moet gebeuren, kan dat ook.
Zou het heffen van belasting niet eenvoudiger en effectiever zijn?
Het is belangrijk om goed in te zien dat belasting heffen geen geschikte manier is om de koolstofuitstoot te verminderen. Daarvoor zijn er de volgende argumenten. Als de belasting hoog genoeg was om het gedrag van de welgestelden te beïnvloeden, zou dat de armen uit de markt prijzen, waardoor die belasting het middelpunt wordt van politieke verontwaardiging en de kwestie alle aandacht en moeite opslokt die nou juist, zonder twijfel of afleiding, gericht moet worden op de energiebeperking.
Het systeem moet zich duidelijk en standvastig richten op het lange‑termijnprogramma, dat van het jaar op jaar verlagen van de energieafhankelijkheid. Er is een kader nodig om dit in goede banen te leiden, maar daarvoor zijn belastingen niet het geëigende middel: belastingen kunnen nu eenmaal niet voor langere tijd een stabiel signaal afgeven: als het belastingtarief constant blijft werkt het niet in bepaalde perioden van de economische cyclus; als het fluctueert geeft het geen stabiel signaal af.
Door belasting wordt mensen geld afgenomen op het moment dat zij dat juist het hardste nodig hebben: wil men de benodigde teruggang in energieverbruik bereiken, dan moet er aanzienlijk worden geïnvesteerd in een scala van structurele veranderingen en technologieën, en het is van essentieel belang dat mensen daarvoor zoveel mogelijk inkomen beschikbaar hebben. Men moet worden gestimuleerd om vooruit te plannen en, wellicht bovenal, moet er een betrouwbaar Toekennings/rantsoeneringssysteem klaar staan, zodat wanneer de structurele energiecrisis toeslaat, iedereen gegarandeerd een eerlijk en gelijkwaardig deel krijgt.
En het heffen van belasting is gebaseerd op de aanname dat de autoriteiten weten wat de mensen moeten doen en dat zij dat niet doen tenzij ze daartoe gedwongen worden – in wezen beboet worden omdat ze eigenlijk niet goed meewerken. Voor de stappen op de weg van de energiebeperking is daarentegen juist een duidelijk gedefinieerd kader vereist en de problemen binnen dat kader kunnen alleen opgelost worden door het ontketenen van plaatselijk vernuft en virtuositeit. Alleen gedetailleerde vindingrijkheid kan uitdokteren wat er daadwerkelijk moet gebeuren en het kan alleen worden bereikt door gebruik te maken van specifieke plaatselijke mogelijkheden en de maatregelen door de mensen zelf te laten coördineren. Door het heffen van belastingen verspilt men het grootste voordeel dat de energiebeperking ter beschikking staat: plaatselijke virtuositeit. Klimaatdukaten 'dwingen' niet, zetten niet klem, maar 'trekken' juist, maken los; zij stimuleren de creatieve intelligentie van het volk; virtuositeit wordt daarbij een welkome eigenschap.
Belastingen moeten worden gebruikt waarvoor ze zijn bedoeld – geld inzamelen.
Voor een volledige vergelijking tussen Klimaatdukaten en belastingen als middel om de energiebeperking te bereiken, zie het scema op pag. 34‑35.
SCHEMA in boek/pdf 2 kolommen
EEN VERGELIJKING TUSSEN KLIMAATDUKATEN EN BELASTINGEN
1. Een Garantie. Klimaatdukaten garanderen dat het terugdringen van brandstofverbruik zoals door het Budget is vastgesteld, ook daadwerkelijk wordt bereikt.
Geen garantie. Als het belastingtarief hoog genoeg is om effectief te zijn, zal het uit politiek oogpunt niet geaccepteerd worden; is het laag genoeg om acceptabel te zijn, dan is het niet effectief.
2. Tijd om vooruit te plannen. Het Klimaatdukaten Budget geeft een duidelijk lange‑termijnsignaal af van de omvang van de afname gedurende 20 jaar. Het Budget is constant; de prijzen passen zich aan.
Geen tijd om vooruit te plannen. Belastingtarieven kunnen niet bij voorbaat voor vele jaren vooruit worden vastgesteld. De kern, namelijk te weten waar het naartoe gaat, gaat hierdoor verloren.
3. Eerlijkheid en gelijkwaardigheid. Klimaatdukaten worden verspreid onder volwassenen, ieder hoofd van de bevolking evenveel. Hiermee wordt het effect van energiecrisis en klimaatverandering alvast gesimuleerd en het toont aan welk energieverbruik het meest urgent aandacht nodig heeft.
Oneerlijkheid en ongelijkheid. Als belastingtarieven hoog genoeg zijn om de rijken te beïnvloeden, dan zijn ze voor de armen ondraaglijk. Maar een ingewikkeld schema vol uitzonderingen verstoort het signaal en het niet mee (hoeven) doen van rijken en speciale gevallen wekt de indruk dat het probleem hen niet aangaat.
4. Het geld blijft bij de consument. De hoge kosten die met de transformatie zijn gemoeid en de mogelijke economische teruggang vereisen dat de consument zelf zoveel mogelijk geld in handen houdt.
Haalt geld weg bij de consument. Huishoudens moeten betalen voor slechte prestaties op energiezuinigheid, waardoor er minder geld overblijft om te investeren in de verbetering daarvan.
5. Zowel geschikt voor energieschaarste als voor het klimaat. Klimaatdukaten vormen één enkel systeem dat een antwoord is op zowel de klimaatverandering als de energieschaarste – twee aspecten van hetzelfde probleem.
Niet relevant voor energieschaarste. Het heffen van belastingen doet niets tegen tekorten in de brandstofvoorraden; het zou de reeds hoge energieprijzen alleen maar doen stijgen.
6. Verzekerd van rantsoen. Klimaatdukaten garanderen iedereen zijn of haar energierantsoen. Zodra de uitputting van energie toeslaat, is het essentieel dat er een elektronisch rantsoeneringssysteem klaarstaat.
Niet verzekerd van rantsoen. Bij belastingen loopt ieder individu het risico helemaal niet meer te kunnen beschikken over energie op het moment dat olie en gas schaars beginnen te worden.
7. Uitgedrukt in energie. Het betreft een energieprobleem dat roept om vindingrijke oplossingen in energie. Daarom moet het worden uitgedrukt in energie.
Uitgedrukt in geld. De belasting is alweer een nieuwe kostenpost in het huishoudboekje – een straf voor falen – geen positieve stimulans om na te denken over energie.
8. Een systeem dat vanzelf loopt. Klimaatdukaten controleren zichzelf als het ware, doordat de meeste transacties geautomatiseerd verlopen door middel van pinpas of automatische afschrijving: de focus ligt op het vinden van manieren om het energieverbruik te laten afnemen, niet op de energiebeperking zelf.
Geen systeem dat vanzelf loopt. Gebruikers moeten omgaan met de kosten en baten van het systeem; dat kost tijd en aandacht die besteed zou moeten worden aan het uitvinden van energiezuinige oplossingen.
9.De Overheid helpt. Het Klimaatdukaten Budget wordt niet door de Overheid vastgesteld. In plaats daarvan heeft de Overheid als taak om het voor iedereen (inclusief haarzelf) mogelijk te maken het energieverbruik te laten afnemen.
De Overheid straft. De Overheid heft belastingen bij diegenen die de beoogde doelstelling niet halen. Door het niet behalen van die doelstelling krijgt de Overheid een financieel voordeel.
10. Concurrentie voordeel. Zij die als eerste in actie komen kunnen profiteren van lagere energieprijzen, goedkopere energiebesparende oplossingen en diensten en een eerlijke verdeling van energie in tijden van schaarste.
Concurrentie nadeel. Als belastingen hoog genoeg zijn om resultaten te boeken, dan zijn ze ook hoog genoeg om de productieprijzen te laten stijgen.
11. Trekkracht. Klimaatdukaten zijn gebaseerd op Slank Denken, waarin mensen de verantwoordelijkheid krijgen om hun eigen intelligentie en die van degenen om hen heen te benutten in de context van de specifieke plaatselijke mogelijkheden.
Druk. Belastingen komen tussenbeide met globale instructies waarbij geen rekening wordt gehouden met plaatselijke problemen en mogelijkheden en waarmee wordt uitgedragen dat mensen vooral zelf niet moeten nadenken, want het Ministerie weet het toch het beste.
12. Het Gemeenschappelijke Doel. Klimaatdukaten bereiken het samengaan van individuele doelen met het gemeenschappelijke doel: U wordt gemotiveerd om dát te doen wat in het belang is van ieder ander (en vice versa).
Geen Gemeenschappelijk Doel. Belasting is gericht op individuele motivatie: individuele personen maken zich niet druk om wat een ander moet betalen. En als men de belasting kan betalen, waarom zou men zich dan druk maken om samen met anderen te proberen het tarief te verlagen?
einde schema
Werken Klimaatdukaten niet beter zij aan zij met de bestaande emissiehandelssystemen voor grote ondernemingen?
Nee. Dat zou betekenen dat alles dubbel geteld moet worden – dat wil zeggen dat sommige bedrijven dubbele koolstofeenheden zouden moeten inleveren. De enige manier om dit te voorkomen is door bedrijven die onderhevig zijn aan systemen zoals de ETS van de EU vrij te stellen van het inleveren van Klimaatdukaten als zij energie kopen, maar dit is niet uitvoerbaar omdat grote ondernemingen dan nog steeds Klimaatdukaten moeten inleveren als zij fossiele brandstoffen kopen; hun energieleveranciers zullen hen daartoe verplichten om zo de Klimaatdukaten terug te krijgen die zij zelf moesten inleveren. Het zou onduidelijk zijn ‑ en praktisch onmogelijk ‑ om twee koolstofbudgetten met een gelijk doel overeind te houden, die verschillende maar overlappende domeinen bestrijken. Zelfs al zou dat mogelijk zijn, dan zou daardoor een markt ontstaan waarin één product twee prijzen heeft – een afwijking die spoedig door de zwartemarktarbitrage zal worden vernietigd.
Wel goed met elkaar verenigbaar zijn Klimaatdukaten (een intranationaal handelssysteem) en internationale handel. Maar die internationale handel vindt plaats tussen landen, niet tussen gebruikers binnen die verschillende landen. Landen kunnen hun nationale Budget vaststellen als resultaat van een verdeling die ze kunnen bereiken door middel van elke combinatie van handel en onderhandelen die maar werkt; inclusief internationale afspraken over vergoedingen, mocht dat passend blijken. Maar Klimaatdukaten worden dan niet over de nationale grenzen verhandeld.10
Wat gebeurt er als de prijs daalt?
Het is een veelgehoord misverstand dat door een lage prijs het systeem niet meer effectief zou zijn. Klimaatdukaten worden uitgedrukt in hoeveelheden, niet in prijzen. Zolang het Budget zijn werk doet, is het niet van belang hoe laag de prijzen worden, want ons doel is het verlagen van de hoeveelheid koolstofuitstoot (of verbruikte fossiele brandstoffen), en die verlaging wordt door het Budget gegarandeerd. Het is inderdaad een belangrijk bijkomend doel van het systeem om er alles aan te doen om de prijs per Klimaatdukaat laag te houden – lage prijzen bewijzen immers dat de economie zich goed aan het Budget weet aan te passen zonder acute haken en ogen; het is in het bijzonder belangrijk dat de prijzen laag blijven voor de armere mensen en voor ieders mogelijkheden om te investeren in de nodige energiebesparende oplossingen. We zijn gewend te denken in prijzen, niet in hoeveelheden. Het klimaatprobleem en de oliepiek zijn hoeveelheid‑gerelateerde problemen: Klimaatdukaten zijn een passend hoeveelheid‑gerelateerd antwoord.
Het effect van het Klimaatdukatensysteem op de economische groei
Er wordt soms beweerd dat voor een effectieve aanpak van de klimaatverandering nu eenmaal een prijs moet worden betaald in de vorm van een verslechtering van de economische groei.15 Dit verdient enige commentaar:
a. Een effectief programma brengt belangrijke verbeteringen op het gebied van verduurzaming met zich mee, inclusief de bijbehorende besparingen op energiekosten. Ook zou het de hoeveelheid schakels in de productieketen terugbrengen – die betreurenswaardige onvermijdelijkheden die wij nu maar moeten aanvaarden, al is het niet van harte. Denk aan: verre reizen en transport, met name van voedsel, files, geknoei met afval, ziektekosten van mensen tengevolge van luchtvervuiling. Als deze kosten door de energiebeperking aanzienlijk worden verminderd, hebben we meer geld over om uit te geven aan de goederen die we daadwerkelijk willen hebben. Daarmee zou in de praktijk elke verlaging van het bruto nationaal inkomen worden verzacht; of het zou zelfs kunnen stijgen.
b. Maar stel nou dat de economische groei daadwerkelijk zou verminderen als gevolg van het systeem. Het zou een vergissing zijn om aan te nemen dat dit ertoe doet, want de groeivermindering wordt dan veroorzaakt doordat arbeid en kapitaal die normaal gericht zouden zijn op economische groei, nu gericht worden op het implementeren van klimaatoplossingen. En dat is geen probleem: de voornaamste reden voor economische groei is het behouden van werkgelegenheid voor mensen die anders bij iedere arbeidsbesparende technische vooruitgang hun baan zouden kwijtraken. Als de maatregelen op klimaatgebied kunnen zorgen voor volledige werkgelegenheid – en het gaat zeker banen opleveren – dan bereikt men daarmee het meest gewichtige punt: een stabiele economie.
c. Dit gaat nog wat verder. De reden waarom we überhaupt problemen ondervinden met klimaatverandering en het opraken van de olievoorraden is omdat de markteconomie twee eeuwen lang economische groei heeft mogen genieten. Maar een systeem dat afhankelijk is van constante groei bezit een ingewortelde tegenstrijdigheid die uiteindelijk tot zijn ondergang zal leiden. Vroeg of laat houdt het groeiproces op. Zolang de groei niet stopt wordt het klimaat niet stabiel en de aarde niet van de ondergang gered – alhoewel we misschien al te ver zijn doorgeschoten. Groei is het centrale dilemma – we zijn verdoemd met, en verdoemd zonder – en we mòeten een oplossing vinden, en daarmee nú komen.
Als de door Klimaatdukaten aangeleverde maatregelen inderdaad zorgen voor een stagnering van de groei, dan kan dat worden beschouwd als bewijs dat we niet alleen een oplossing gaan bieden voor de koolstofuitstoot en energietekorten, maar daadwerkelijk de wezenlijke tegenstrijdigheid in de politieke economie van de moderne wereld onder ogen zien.
Waarom een goed systeem als dit niet internationaal gebruiken?
Bepaalde afspraken vinden ongetwijfeld steun in vormen van internationale handel, maar dat vindt plaats in een andere markt dan die van Klimaatdukaten. De internationale schaal wordt gedekt door aanvullende systemen zoals Contraction & Convergence (Vermindering van emissies en verschillen), of het Oil Depletion Protocol (Olie Uitputtingsprotocol).
Klimaatdukaten zijn binnen een dergelijk internationaal systeem ontworpen voor gebruik op nationaal niveau: ze zijn zelf niet geschikt als internationaal/wereldwijd kader. Ze steunen op de gemeenschappelijke motivatie op een schaal waarin de individuele bijdrage als wezenlijk wordt herkend: het wij‑gevoel. Dat saamhorigheidsgevoel mag gezien vanuit het lot van de hele planeet ook aantrekkelijk lijken, maar een systeem waarbij de individuele motivatie op één lijn moet liggen met gemeenschappelijke doelstellingen werkt alleen op een dermate kleine schaal dat individuele personen zien dat hun acties er daadwerkelijk toe doen. Er moet voldoende reden zijn om te geloven dat iedereen die toegang heeft tot het systeem ook meewerkt: geen diefstal, geen sabotage – of in ieder geval niet zoveel dat mensen hun geloof in het systeem kwijtraken. Het werkt niet op een dermate grote schaal dat individuele personen niet meer het gevoel hebben erbij te horen, of het idee hebben dat hun bijdrage niet veel uitmaakt.16
Een wereldwijd Klimaatdukatensysteem zou daarnaast onstabiel zijn, aangezien het overal ter wereld kwetsbaar is en kan instorten; en het zou ofwel het belangrijke element van het enkele Budget verliezen, of het zou proberen één enkel one‑size‑fits‑all Budget vast te stellen, wat oneerlijk en ongeschikt zou zijn voor de wijd uiteenlopende omstandigheden tussen de afzonderlijke landen.10
Binnen internationale systemen moet het voor verschillende naties mogelijk zijn om verschillende hoeveelheden energie te verbruiken; die flexibiliteit moeten ze bieden. Hier bestaan vele argumenten voor: hun huidige mate van afhankelijkheid van olie verschilt; net als hun mate van welwillendheid om hun afhankelijkheid van fossiele brandstof te verminderen, en de mate waarin zij beschikken over eigen binnenlandse olie‑ en gasvoorraden. Bovendien verschillen Overheden in hun vermogen om, in tijden van wereldwijde energieschaarste, dure energie op de internationale markt te kopen en deze vervolgens voor een lagere prijs middels rantsoeneringssystemen in hun binnenlandse economie te distribueren. Om dergelijke redenen zullen de koolstofbudgetten van de landen substantieel van elkaar verschillen – in ieder geval tot het 'convergentie'‑gedeelte van Contraction & Convergence van kracht wordt met betrekking tot het daadwerkelijke gebruik van fossiele brandstoffen. Zou het Klimaatdukatensysteem zijn ontworpen als internationaal systeem, dan zouden consumenten in verschillende landen zich moeten houden aan koolstofbudgetten die geen betrekking hebben op hun huidige behoeften en afhankelijkheid, en het systeem zou bedolven worden onder enorme geldstromen tussen energieconsumenten in verschillende landen.
Klimaatverandering en de oliepiek zijn wereldwijde problemen en in die zin is daarvoor ook een wereldwijde oplossing nodig. Maar het moet wel een stelselmatig onderlegde, modulair opgebouwde wereldwijde oplossing zijn. Het is handig hierbij de 'Regel van Inschaling van Systemen' in gedachte te houden: grootschalige problemen vereisen niet per se grootschalige oplossingen; ze vereisen kleinschalige oplossingen binnen een grootschalig kader. Klimaatdukaten, hier het kleinschalige systeem binnen het grotere (wereldwijde) kader, is op zichzelf weer het grotere (nationale) kader voor kleinschalige (lokale) plannen voor het terugdringen van energieverbruik. En deze nationale Klimaatdukatensystemen hoeven niet allemaal tegelijk te ontstaan. Eéntje moet als eerste beginnen, een pionier die daarmee niet alleen het voorbeeld is voor de rest van de wereld, maar ook een voorsprong neemt met de technologie en het rantsoeneringssysteem dat nodig zal zijn wanneer de olievoorraad opraakt. Er zijn voordelen voor wie als eerste begint.
6. Samenvatting
Het opzetten van nationale Klimaatdukatensystemen zal een stap zijn van historische betekenis.
1. Het gemeenschappelijk doel.
Klimaatdukaten zorgen voor een gemeenschappelijk kader voor maatregelen: er is een gemeenschappelijk Budget, dus iedere beslissing die men neemt heeft gevolgen voor de prijs die iedereen moet betalen. Tegelijkertijd wordt het gedeelde doel, te zorgen voor een teruggang in het energieverbruik, zo sterk dat het gemakkelijker is om erin mee te gaan dan om het tegen te werken. Iedere goede beslissing maakt het voor anderen gemakkelijker ook goede beslissingen te nemen: gezamenlijke doelen worden vooruit gebracht door het individuele doel, en individuele doelen door het gezamenlijke doel. Dit is de eerste belangrijke voorwaarde voor succes.
2. Een algemeen systeem.
Elektronisch rantsoeneren zal – min of meer – moeten gebeuren in de vorm van Klimaatdukaten. Het alternatief is het afstoffen en opnieuw gebruiken van de ouderwetse bonnenboekjes.
3. Dubbele werking.
Net als de klimaatverandering verplicht de hevigheid van het opkomende probleem van slinkende olie‑ en gasreserves ons tot scherpe afnamedoelstellingen. Welk probleem ook het nijpendst mag zijn, Klimaatdukaten zijn net zo geschikt als antwoord op brandstofuitputting als op klimaatverandering, of beide tegelijk, en het model zou ontwikkeld moeten worden met deze twee doelen in gedachten.
4. Een garantie.
Het Klimaatdukaten Budget stelt duidelijk omlijnde grenzen aan koolstofuitstoot (of aan de hoeveelheid van een bepaalde fossiele brandstof). Die grenzen worden voor langere tijd vastgesteld, waardoor het zowel consumenten als het bedrijfsleven mogelijk wordt gemaakt realistische plannen te maken om deel te nemen in het terugdringen van energieverbruik. Het Budget staat, het verandert niet en het heeft weinig tot geen herziening of interventie nodig, hoezeer de economie ook kan fluctueren door crises, zoals een depressie of inflatie. Alleen door het inleveren van Klimaatdukaten kan brandstof worden verkregen. Dit alles garandeert dat de limieten zoals door het Budget zijn vastgesteld daadwerkelijk behaald worden.
5. Gescheiden machten.
Bij Klimaatdukaten is de taak van het vaststellen van het Budget gescheiden van de heel andere taak van het voor alle deelnemers mogelijk maken ermee te leven. De Overheid moet dat mogelijk maken; alles wat de Overheid doet is erop gericht ons allen te helpen omgaan met de grenzen aan de energie zoals die zijn vastgesteld door de Energie Beleidscommissie. Deze positieve vorm van leiderschap staat centraal in het systeem.
6. Vrijheid van beheer en controle.
Klimaatdukaten zijn ontwikkeld volgens de principes van Slank Denken. Dat maakt regulering en andere overheidsdiensten van beheer en controle in wezen overbodig. Het stelt een lange‑termijnbudget vast binnen de omvang waarvan alle deelnemers hun consumptie van fossiele brandstof onder controle moeten houden. Het is dan aan de deelnemers zelf om te beslissen welke maatregelen zij nemen om dat resultaat te behalen. Creatief inzicht en succes zijn in het systeem ingebouwd.
7. De internationale dimensie.
Door te laten zien dat een diepgaande, vreedzaam verlopende energieafname haalbaar is, maken Klimaatdukaten het landen mogelijk zich vast te leggen op vergaande verminderingen. Het land dat de pionier is en als eerste Klimaatdukaten invoert, wordt niet alleen het voorbeeld voor de rest van de wereld, maar neemt ook een sprong voorwaarts in de technologie en expertise die nodig is wanneer de olievoorraad opraakt en wanneer de energiebeperking die de klimaatverandering ons oplegt pijn gaat doen.
8. Eenvoud.
Het Klimaatdukatenmodel is eenvoudig. Hoe beter men het begrijpt, hoe eenvoudiger het wordt. En toch vinden sommige mensen het ingewikkeld. Waar het om gaat is dat men weet heeft van de kernelementen van het waarderingssysteem, het Budget, de Energie Beleidscommissie, de Veiling, etc. Zonder die kennis is het niet gewoon ingewikkeld: het is onbevattelijk. Als u het ingewikkeld vindt, begin dan opnieuw met de uitleg in het kort die aan het begin van dit boekje staat. U zult zich snel realiseren dat, vanuit het oogpunt van de consument, het systeem net zo gemakkelijk is als de trap aflopen. Dan kunnen we ons concentreren op het moeilijke gedeelte – het diepgaand hervormen van ieder aspect van ons leven. Dat is al gecompliceerd genoeg. Het eenvoudige en ongecompliceerde zien als eenvoudig en ongecompliceerd is goed voor de planeet.
Dankbetuiging
Dank aan mijn redacteur, Shaun Chamberlin, voor zijn grondige nauwkeurigheid bij het tot stand brengen van de tweede en derde druk van dit boek. Dank aan Richard Starkey, momenteel werkzaam bij het Tyndall Centre, en aan Edmund Harris, voor hun medewerking en de gesprekken tijdens de verschillende ontwikkelingsstadia van de Klimaatdukaten, en aan veel lezers voor hun commentaar, met name voor de onuitputtelijke kritische blik van Ben Brangwyn.
Dank aan Michelle Berriedale‑Johnson (Foods Matter), Ed Gillespie en zijn team (Futerra Sustainability Communications), Andrew Simms (nef the new economics foundation), en Lucy Wilson (Theresa Simon & Partners) voor hun advies en hun hulp bij de distributie.
Dank aan de R.H. Southern Trust en aan de Polden‑Puckmam Charitable Foundation voor de financiële steun.
Mijn werk aan TEQs (Klimaatdukaten) – onderdeel van het bredere Slanke Economie (Lean Economy) project – werd mogelijk gemaakt en jarenlang gesteund en gestimuleerd door The Organic Research Centre (Elm Farm) en haar directeur, Lawrence Woodward, aan het begin gesteund door wijlen David Astor.
Onderzoekscentra
Er bestaan verschillende handelssystemen in koolstof waarbij individuele personen worden betrokken. Hun namen variëren ook: Domestic Tradable Quotas, Personal Carbon Allowances, Personal Carbon Trading en Carbon Quotas. De volgende Britse centra hebben programma's ontwikkeld voor het onderzoeken en promoten van dergelijke systemen: Department for Environment Food and Rural Affairs; Institute for Public Policy Research; The Lean Economy Connection; Oxford Environmental Change Institute; The Royal Society of Arts; The Sustainable Development Commission; en Tyndall Centre for Climate Change Research.
Over de auteur
David Fleming heeft een MA‑graad in Geschiedenis behaald aan de Universiteit van Oxford, een MBA aan de Universiteit van Cranfield en een MSc en PhD in Economie aan het Birkbeck College, Universiteit van Londen.
Hij is werkzaam geweest in het bedrijfsleven, de financiële dienstverlening en de milieuconsultancy, en is de voormalige voorzitter van de Britse Soil Association. Hij ontwikkelde het systeem van Klimaatdukaten in 1996. Zijn boek “Lean Logic: The Book of Environmental Manners” wordt in 2009 verwacht. |