Catastrofe, creativiteit en de vernieuwing van de beschaving

Het is alsof we de toekomst tegemoet rijden als in een auto in dichte mist. De koplampen, onze beste voorspellingen, kunnen slechts een klein eindje in de nevelsluiers doordringen. Toch houden het gaspedaal diep ingedrukt, want we zijn vol zelfvertrouwen.
We kunnen doorrazen in de mist, maar ons ook nu al voorbereiden op hoe we een ontwrichting in ons voordeel kunnen benutten. We kunnen veranderingen die tot vernieuwing en meer veerkracht leiden, stimuleren door goed voorbreid, wendbaar en slim te zijn en door de vele waarschuwingssignalen te hernennen.

Thomas Dixon doet iets wat weinigen
gegeven is: een brug slaan tussen
onderzoek aan de frontlinie en de
geïnteresseerde lezer.

Onder het oppervlak van onze samenleving hopen zich vijf tektonische spanningen op:
- in de bevolkingsopbouw,
- de energievoorziening,
- het milieu,
- het klimaat en
- de economie.

Homer-Dixon: 'Ik kom niet met kant en klare oplossingen, maar wil een gesprek aanzwengelen over waarom een vorm van ontwrichting steeds waarschijnlijker wordt, hoe we ervoor kunnen waken dat deze niet al te zeer uit de hand loopt en ons al te zeer verzwakt, en wat we kunnen doen om de mogelijkheden te benutten zodra deze zich voordoen. Als een ineenstorting ook zo zijn pluspunten heeft - en daar geloof ik heilig in -, dan zullen we samen aan de slag moeten om een hele reeks scenario's te ontwikkelen en te onderzoeken wat ieder van ons in de gegeven situatie afzonderlijk en gezamenlijk kan ondernemen.'

Thomas Homer-Dixon is hoogleraar aan het Trudeau Centre for Peace and Conflict Studies (Un. of Toronto).

"Het meest essentiële boek dat er is (na het Transitie handboek)." - Rob Hopkins

Thomas Homer-Dixon
Ten onder te boven
Catastrofe, creativiteit en de vernieuwing van de beschaving

vertaling Gertjan Cobelens

isbn 978 90 6224 500 0
paperback
460 pagina's
geïllustreerd
€ 14,95

download

Omslag (LR)
Omslag (HR)
Foto Homer-Dixon


Voorwerk (pdf)
Voorwoord van de uitgever (pdf)
Proloog (pdf)
Hoofdstuk 1 (pdf)
Hoofdstuk 2 (pdf)
Hoofdstuk 3 (pdf)
Hoofdstuk 4 (pdf)
Hoofdstuk 5 (pdf)
Hoofdstuk 6 (pdf)
Hoofdstuk 7 (pdf)
Hoofdstuk 8 (pdf)
Hoofdstuk 9 (pdf)
Hoofdstuk 10 (pdf)
Hoofdstuk 11 (pdf)
Hoofdstuk 12 (pdf)
Dankwoord (pdf)
Over de auteur (pdf)
Noten (pdf)
Index (pdf)


Het is 's avonds laat en je raast in je auto in dichte mist over een landweg. Je koplampen zijn sterk, maar je kunt toch niet veel zien. De lichtbundels weerkaatsen tegen de mist en vormen zo een muur van wit licht die bewegingsloos voor je voorruit lijkt te hangen.
Het is een vreemd gevoel: je weet dat je hard gaat - je voet duwt het gaspedaal helemaal in, de motor gromt en onmiddellijk voor je motorkap kun je de weg met razende vaart op je af zien komen - maar verder zijn er nauwelijks aanwijzingen dat je in beweging bent, want hoe goed je ook je best doet iets in die witte muur te ontwaren, je ziet slechts vage indicaties van wat er op je afkomt.
En toch voel je je kalm en vol zelfvertrouwen - veilig zelfs. Dit is ten slotte een slaperige plattelandsweg, en ook al weet je dat je onder de gegeven omstandigheden eigenlijk te hard rijdt en nooit eerder op deze weg bent geweest, je kaart houdt je voor dat de weg recht en vlak is en dat er geen zijwegen zijn van waaruit ander verkeer kan opdoemen. En omdat het nacht is, is er weinig kans op tegemoetkomende auto's. En ondanks de gevaren wil je hoe dan ook zo snel mogelijk je plek van bestemming bereiken.
Verstandig gedrag? De meeste mensen zouden zeggen van niet. Er kan van alles verkeerd gaan. Misschien dat de kaart ernaast zit en er een scherpe bocht in het verschiet ligt, misschien dat er plotseling een hert de weg op springt of dat een gestrande automobilist de weg op stapt om je aan te houden.
Met grote snelheid door de mist heen scheuren is uiteraard niet verstandig. Maar het is precies wat we vandaag de dag aan het doen zijn.
Stel je de weg als een lijn in de tijd voor, die zich eindeloos vanuit het verleden achter ons naar de toekomst voor ons uitstrekt. We bevinden ons in het moment van een razendsnelle voorwaartse beweging, gevangen tussen wat geweest is en wat komen gaat. Aan het verleden worden niet al te veel woorden vuil gemaakt, al vangen we er misschien halfverborgen in de mist in onze achteruitkijkspiegel af en toe iets van op - zoals van het oude Rome. Hoezeer we ook proberen hun trekken te herkennen, de jaren die zich voor ons uitstrekken blijven aan het zicht onttrokken. De koplampen zijn als onze beste deskundigen en onze beste voorspellende technieken die we tot onze beschikking hebben, maar ook zij kunnen slechts een klein eindje in de nevelsluiers doordringen.
Doof voor de paniekzaaiers die rampen in het verschiet zien, menen de meeste mensen desondanks dat ze een redelijk idee hebben van waar we op af stevenen. Dat het allemaal zo'n vaart niet zal lopen, omdat ze door de bank genomen optimistisch gestemd zijn over de toekomst en over ons vermogen verrassingen adequaat het hoofd te bieden. Dankzij de verbreding en verdieping van het mondiale kapitalisme, de verdere verspreiding van de democratie en de eerbiediging van de mensenrechten, en een fantastische wetenschappelijke en technologische vooruitgang - allemaal veranderingen die onze opmars naar meer geluk en welzijn zullen versterken - zien ze een toekomst die almaar beter wordt. En dus negeren ze de mist en houden ze het gaspedaal diep ingedrukt.
Heel veel andere mensen zijn enkel bijrijders op deze riskante rit. Ze willen wel afremmen, maar ze zijn te bang om echte veranderingen door te voeren, omdat ze geen idee hebben wat de gevolgen zijn.
Wat zal de toekomst echt voor ons in petto hebben? We zullen ons allemaal moeten realiseren dat de weg die voor ons ligt niet recht, vlak en zonder obstakels is. We kunnen onmogelijk weten wanneer de scherpe bochten, de tegenliggers of de onverwachte kruisingen zullen opdoemen, maar we mogen er zeker van zijn dat er verderop heel wat verscholen liggen, en dat we nog steeds veel te hard rijden.
Een eindje in de eenentwintigste eeuw worden sommigen van ons door angstgevoelens bekropen. We zien de krantenkoppen over het vogelgriepvirus, over de dreigende olietekorten en over afschuwelijke terroristische aanslagen op verafgelegen plekken. We realiseren ons dat de mensheid meer dingen, sneller en over een grotere afstand doet dan ooit tevoren, en dat dit veranderingen van een omvang en snelheid met zich meebrengt die we nog nooit eerder hebben meegemaakt. De globalisering vaagt onze banen weg, nieuwe technologieën overspoelen ons met informatie, hordes immigranten staan bij onze grenzen te dringen en vervuiling ontwricht ons klimaat. Kolossale veranderingen dringen zich allemaal tegelijk op aan onze samenlevingen, aan onze leiders en aan ieder van ons - waardoor velen van ons het gevoel hebben dat de zaken uit de hand lopen en een ongeluk onvermijdelijk is.
En we zouden er goed aan doen ons af te vragen welke rampspoed er voor onze samenlevingen mogelijkerwijs in het verschiet ligt. Hoe we daarop zullen reageren. En hoe we de kansen, die de daaropvolgende vernieuwing van onze beschaving met zich mee zullen brengen, het beste kunnen benutten.

Zoals ik in de volgende hoofdstukken zal laten zien, hopen zich diep onder het oppervlak van onze samenlevingen vijf tektonische spanningen op. Het gaat om:
- spanningen in de bevolkingsopbouw als gevolg van de verschillen in bevolkingstoename tussen rijke en arme samenlevingen, en de uit de hand gierende groei van megasteden in de arme landen;
- spanningen in de energievoorziening - met name de toenemende schaarste van conventionele olie;
- spanningen in het milieu als gevolg van de immer toenemende schade aan ons land, water, bossen en visgronden;
- spanningen in het klimaat, veroorzaakt door veranderingen in de samenstelling van onze atmosfeer;
- en tot slot spanningen in de economie die voortkomen uit de instabiliteit van het wereldomspannende economische systeem en de steeds breder gapende inkomenskloof tussen rijke en arme mensen.

We kunnen ons ook nu al voorbereiden op hoe we een ontwrichting in ons voordeel kunnen benutten. Ontwrichtingen komen nu eenmaal voor - zowel in ons eigen levens als in onze samenlevingen. Hoewel niemand er normaal gesproken op zit te wachten, betekent het anderzijds zelden het einde van de wereld, en kan er veel goeds uit voortkomen. We kunnen de veranderingen die tot vernieuwing leiden stimuleren door goed voorbereid, wendbaar en slim te zijn en door de vele waarschuwingssignalen te herkennen.
Het herkennen van deze waarschuwingssignalen en het helpen ons op een ineenstorting voor te bereiden, is het centrale doel van dit boek. In de hierop volgende pagina's geef ik geen checklist van technische en institutionele oplossingen die we zouden kunnen toepassen om met de tektonische spanningen in de wereld om te gaan. In plaats daarvan is het mijn bedoeling een gesprek aan te zwengelen over waarom een vorm van ontwrichting steeds waarschijnlijker wordt, hoe we ervoor kunnen waken dat deze niet al te zeer uit de hand loopt en ons al te zeer verzwakt, en wat we kunnen doen om de mogelijkheden te benutten zodra deze zich voordoen. Als een ineenstorting ook zo zijn pluspunten heeft - en daar geloof ik heilig in -, dan zullen we samen aan de slag moeten om een hele reeks scenario's te ontwikkelen en te onderzoeken wat ieder van ons in de gegeven situatie afzonderlijk en gezamenlijk kan ondernemen. Op www.theupsideofdown.com kun je aan dit gesprek deelnemen.

Van catastrofe naar creativiteit

Praktisch ieder van ons heeft op een bepaald moment in zijn of haar leven een persoonlijke of werkgerelateerde crisis doorgemaakt - het bankroet van een bedrijf bijvoorbeeld, of het verlies van een baan of het overlijden van een geliefde. In reactie daarop hebben we onze basale aannames tegen het licht gehouden, onze laatste restjes moed verzameld en onze levens opnieuw opgebouwd - met verrassend genoeg vaak een beter resultaat dan daarvó ór.
Wat al net zo verrassend is, is dat het Engels geen woord kent voor een doodnormaal verschijnsel als het proces van vernieuwing na een crisis. Dus heb ik er zelf een etiket voor bedacht. Ik noem het catagenese, een samentrekking van het voorvoegsel cata, wat in het Oudgrieks 'neergaand' betekent, met de stam genese, dat op geboorte duidt. De term wordt in sommige gebieden van de wetenschap toegepast, bijvoorbeeld door ecologen die het begrip catagenese gebruiken om de evolutie van een soort naar een simpelere, minder specifieke vorm aan te duiden.19 In de manier waarop ik het begrip toepas, hou ik vast aan het idee van een inzinking of ineenstorting naar een simpelere vorm, maar benadruk ik daarbij in het bijzonder het aspect van de 'genese', van de geboorte van iets nieuws, onverwachts en in potentie goeds. In mijn opvatting is catagenese - of het nu om een psychologische, technologische, economische, politieke of ecologische ineenstorting gaat - in wezen niet meer dan het doodgewoon opnieuw uitvinden van onze toekomst.
Ik heb dit idee van catagenese ontwikkeld na een langdurige studie naar hoe sommige systemen zich heel goed aan veranderingen in hun omgeving weten aan te passen. Elk systeem - of het nu om een opwindbare klok, het klimaat van de aarde of de overheid van een land gaat - bestaat uit onderdelen die met elkaar in wisselwerking staan en die over een langere periode als geheel opereren. Maar niet alle systemen passen zich goed aan hobbels of spanningen aan. Ik kwam erachter dat de systemen die in staat zijn zich goed aan te passen vaak 'complexe adaptieve systemen' genoemd worden, waartoe bijvoorbeeld tropische regenwouden, particuliere bedrijven, menselijke samenlevingen en zelfs de mens zelf gerekend worden. Ieder van ons is feitelijk een complex adaptief systeem.
Maar wat maakt een systeem nu precies complex? Dat komt gedeeltelijk door het feit dat het uit talloze onderdeeltjes bestaat - in het geval van een samenleving heel veel mensen, organisaties, machines en de stromen van materialen en energie. Maar dat is niet de enige factor. Als dat het geval was, was een complex systeem alleen maar ingewikkeld. Complexe systemen beschikken over andere eigenschappen die verderop nog ter sprake zullen komen. Laten we het er nu maar op houden dat ze algemeen gesproken een gevarieerder potentieel gedragsrepertoire hebben dan simpele systemen. Machines als opwindbare klokken of automotoren zijn dus geen complexe systemen. Ze mogen dan buitengewoon ingewikkeld zijn en over duizenden onderdelen beschikken, maar al die onderdelen werken samen om een systeem voort te brengen dat over een relatief beperkt en voorspelbaar gedragsrepertoire beschikt.
Ook kunnen we machines uit elkaar halen om erachter te komen waarom ze zich gedragen zoals ze zich gedragen. We kunnen bijvoorbeeld een opwindbare klok slopen om zijn verschillende tandraderen, lagerbussen en veren te ontdekken. En door al deze onderdelen te onderzoeken en te bekijken hoe ze in elkaar passen, kunnen we uitdokteren hoe de klok werkt. Zijn gedrag is het directe resultaat van de eigenschappen van zijn samenstellende onderdelen, en als de klok het niet doet, of als hij iets raars doet - bijvoorbeeld achteruit loopt - dan kunnen we dit hinderlijke gedrag aan een storing in een van zijn onderdelen toeschrijven.
Complexe systemen beschikken daarentegen over eigenschappen en gedragingen die niet naar één bepaald onderdeel herleid kunnen worden, maar enkel naar het systeem als geheel. De effectenhandel is een complex systeem en zijn globale gedrag is - of het nu een stijgende haussemarkt of een dalende baissemarkt betreft - het resultaat van de aan- en verkopen door duizenden, misschien zelfs miljoenen investeerders. Ook de mens is een complex systeem. Neem een doorsnee volwassen man - laten we hem Jan noemen. Hoe goed we al zijn afzonderlijk lichaamsdelen als zijn milt, grote rechterteen of zelfs zijn voorhoofdskwabben ook kennen, er blijven aspecten in Jans fysiologie, persoonlijkheid en handelingen die we daar niet uit kunnen afleiden. Zoals alle complexe systemen heeft Jan emergente eigenschappen: hij is meer en anders dan de som van zijn delen. Zodra al die lichaamsdelen met elkaar verbonden zijn en op de juiste plek op de juiste wijze functioneren, zien we kenmerken en gedragingen optreden - zoals het vermogen van zijn lichaam om zijn temperatuur te regelen of zijn zonderlinge fascinatie voor vlinders - waarop we vooraf, zelfs met een totale kennis van al zijn afzonderlijke delen, nooit zouden hebben kunnen anticiperen.
Recent onderzoek - waar we in de volgende hoofdstukken uitgebreid bij stil zullen staan - toont aan dat sommige soorten complexe systemen zich aan hun veranderende omgeving aanpassen door een cyclus van vier stadia - groei, ontwrichting, reorganisatie en vernieuwing - door te maken (de laatste drie stadia vormen hetgeen ik catagenese noem). We moeten echter een belangrijk voorbehoud bij dit algemene idee van een vierfasige cyclus maken: hoewel een zekere mate van ontwrichting voor aanpassing en vernieuwing op de lange termijn essentieel is, mag deze niet te ingrijpend zijn. De ontwrichting moet met andere woorden beperkt blijven - net zoals de grote brand in San Francisco ingeperkt werd toen hij bij de Van Ness Avenue een halt werd toegeroepen - wil er catagenese optreden.
Wanneer het onze gemeenschappen, bedrijven en samenlevingen treft, kan ook een beperkte ontwrichting uiteraard veel mensen schade, en soms zelfs grote schade berokkenen. Maar het kan ook de krachten vernietigen die verandering in de weg staan, en een einde maken aan de diepverankerde en vaak o zo gerieflijke manieren van denken die mensen verhinderen de opwindende mogelijkheden van vernieuwing te onderkennen. Kort gezegd kan het een bron van immense creativiteit zijn - een schok waarbij er politieke, sociale en psychologische ruimte voor originele ideeën, daden, instituties en technologieën vrijkomt, die daarvoor ondenkbaar waren. In kapitalistische economieën treedt dit veelal op wanneer bedrijven ten onder of failliet gaan. Daar bestaan in de geschiedenis ook de nodige voorbeelden van. De implosie van de Sovjetoverheersing in Oost-Europa tijdens de late jaren tachtig en de vroege jaren negentig schiep verbluffende mogelijkheden (sommige benut, andere niet) voor een fundamentele vernieuwing van de politieke en economische systemen in de regio. Wat verder terug baande de diepgaande schok van de Grote Depressie tijdens de jaren dertig de weg voor president Franklin D. Roosevelt om cruciale hervormingen in de Amerikaanse economie door te voeren.
Maar wees gewaarschuwd. Ontwrichting kan ook een periode van grote gevaren inluiden - van onlusten, verwarring, frustratie en woede -, een tijdvak waarin demagogen razendsnel het electorale gat inspringen en groepen met meedogenloos geweld tegen elkaar opzetten. Terwijl de Grote Depressie Roosevelt de drijfveer en de kans bood het Amerikaanse kapitalisme te hervormen, gaf het ook Hitler de mogelijkheid een van de meest kwaadaardige regimes uit de geschiedenis te vestigen.
In tijden van plotselinge omwentelingen, zo schreef de grote Ierse dichter W.B. Yeats in 'The Second Coming', 'ontberen de besten alle overtuiging, en zijn de slechtsten vol hartstochtelijke intensiteit.' Wanneer zich een sociale ontwrichting voordoet, en dat zal ergens tijdens de komende jaren gebeuren, dan kunnen we er zeker van zijn dat de slechtsten vol hartstochtelijke intensiteit zullen zijn. Daarom moeten we ons er sterk voor maken dat de besten over de overtuiging, de kennis en de middelen beschikken om de overhand te krijgen.

Drempels

Complexe systemen beschikken over een aantal essentiële kenmerken die van invloed zijn op hoe zij op spanningen reageren en ook op de vraag of we hun toekomstige gedrag kunnen voorspellen.
Soms hebben bijvoorbeeld kleine veranderingen in een complex systeem enorme gevolgen, terwijl grote veranderingen soms geen enkele invloed hebben. Met andere woorden: oorzaak en gevolg verhouden zich hier niet evenredig. Deskundigen noemen dit niet-lineair gedrag, en we komen dit verschijnsel - zelfs binnen relatief simpele systemen - voordurend in het dagelijks leven tegen. Een opwarming van één graad in de vrieskist in de keuken mag misschien nauwelijks waarneembaar zijn, het kan er wel voor zorgen dat al ons voedsel ontdooit. Een lichtknop klikt met een klein duwtje misschien niet aan, maar zet je net een beetje meer kracht en hij schakelt van uit naar aan.
In het geval van complexe systemen kan niet-lineair gedrag optreden zodra zich verstoringen of veranderingen in het systeem ophopen, hoe gering ze op zichzelf genomen ook zijn. Van buitenaf ziet alles er normaal uit, het systeem levert geen verrassingen op. Maar op zeker punt kantelt het gedrag van het hele systeem naar een radicaal nieuwe toestand. Deze vorm van gedrag wordt meestal een drempeleffect genoemd, omdat de transformatie optreedt wanneer een kritieke drempel - doorgaans ongezien en onverwacht - overschreden wordt. (Wanneer we in ons alledaagse taalgebruik over de druppel spreken die de emmer doet overlopen, bedoelen we in feite dat deze een drempeleffect veroorzaakt heeft.)
Drempeleffecten kunnen, afhankelijk van de omstandigheden en ons blikpunt, goed of slecht voor ons uitpakken. Het einde van de apartheid in Zuid-Afrika en de ineenstorting van de kabeljauwvisserij bij de Grand Banks zijn beide uistekende voorbeelden van drempeleffecten, maar de eerste was voor veel mensen een positieve ontwikkeling en de tweede niet. De internationale economie geeft vaak blijk van drempeleffecten. De financiële crisis in Azië in 1997 en 1998 was een ontnuchterende gebeurtenis. (Nvdv: De crisis van 2008 vond plaats na het schrijven van dit boek.) Een devaluatie van de Thaise Bhat, een onbeduidende munt, mondde uit in een financiële crisis die maanden door de internationale economie zou razen, die tot biljoenen dollars aan productieverlies zou leiden en tientallen miljoenen van hun baan zou beroven. De ene dag nog nam de Aziatische economie een hoge vlucht, de volgende lag-ie op zijn kont.
In de evolutie van technologieën is vaak sprake van heilzame drempeleffecten: wanneer er een samenvloeiing optreed van precies de juiste stimulerende factoren, neemt de technologische vooruitgang een hoge vlucht. Zodra een hele hoop mensen bijvoorbeeld het internet begonnen te gebruiken en er een probate browser was uitgevonden, verspreidde het World Wide Web zich als een lopend vuur over de planeet - waarbij het aantal webservers (de krachtige computers die de webpagina's op het internet hosten) met exponentiële snelheid van een paar duizend tijdens het midden van de jaren tachtig naar meer dan twee miljoen in 1994, naar vierhonderd miljoen in 2006 is toegenomen.
Het gedrag van een complex systeem dat met dergelijke kenmerken is toegerust, is hoogst contingent - hoe het zich op een bepaald moment gedraagt en hoe het zich in de toekomst ontwikkelt, hangt van een hele reeks futiele en beduidende, kenbare en onkenbare factoren af. Ik ben dergelijke systemen gaandeweg gaan beschouwen als een confrontatie met een hele reeks kruispunten die zich door de tijd heen bewegen - net als het kruispunt waar de reiziger in het beroemde gedicht 'The Road Not Taken' van Robert Frost op stuitte.

Twee wegen scheidden zich in een geel woud
En met spijt dat ik niet beide kon bereizen
En maar één reiziger ben, stond ik lang
En keek de ene af zover ik kon
Tot waar hij afboog in het kreupelhout

Frosts reiziger is net als alle mensen een complex systeem. Het pad dat we door het bos volgen, is afhankelijk van het aantal kruispunten dat we onderweg tegenkomen, van het aantal splitsingen van elke kruising en van de ontelbaar vele, subtiele, onvoorspelbare zaken die ons bij elke kruising doen besluiten het ene pad boven het andere te verkiezen. We mogen niet eens de hoop koesteren onze uiteindelijke route te kunnen voorspellen. En hetzelfde gaat op voor elk ander complex systeem. Hoe verder we in de toekomst willen kijken, hoe verbijsterender onze taak om de route van het systeem te voorspellen.
Zodra een complex systeem een bepaald pad inslaat, kan het niet meer zomaar op een ander pad overspringen of op zijn schreden terugkeren om een nieuw pad te proberen. Frost lijkt deze onontkoombare karakteristiek van onze wereld te hebben begrepen. Nadat hij voor één pad gekozen heeft, treurt de reiziger:

O, ik bewaarde de eerste voor een andere dag!
Tegelijk wetend hoe een pad leidt naar een ander
Twijfelde ik of ik 'm ooit nog terugzag.

Deskundigen hebben een term om dit kenmerk van complexe systemen te beschrijven: padafhankelijkheid. Waar het systeem zich op een bepaald moment bevindt, hang af van het meanderende, kronkelende pad waarlangs het daar is gekomen - 'wetend hoe een pad leidt naar een ander', zoals Frost het schitterend omschreef. De geschiedenis van een complex systeem blijkt van cruciaal belang te zijn, omdat deze op diepgaande wijze de vorm bepaalt van wat het systeem zal zijn, en dat kan niet herschreven of herroepen worden. Frost eindigt met:

Dit zal ik met een zucht vertellen
Ergens tijden ver vooruit:
Twee wegen scheidden zich in een woud, en ik -
Ik nam die het minst bewandeld is,
En dat maakte alles uit.

Veel mensen staren zich blind zich op het besluit dat in de voorlaatste regel van het gedicht genomen wordt, en trekken de conclusie dat het een bekrachtiging is van het belang niet met de massa in de pas te lopen. Maar ik geloof dat de echte boodschap van Frost in de laatste regel ligt, en dat die al met al veel verontrustender, en uiteindelijk schrijnender is. Hij vertelt ons dat een keus die onbelangrijk lijkt 'alles uit kan maken', en dat het wellicht onmogelijk is om op je schreden terug te keren.
Wanneer kleine dingen veel uit kunnen maken, en wanneer het onmogelijk is te weten welke kleine dingen iets uitmaken en welke niet, dan wordt het voorspellen van de toekomst een formidabel lastig karwei. Dit geldt in het bijzonder voor aangelegenheden die de mens betreffen.26 Meer nog dan bij het gedrag van andere complexe systemen, is het sociale, economische en politieke gedrag van de mens gevoelig voor serendipiteit, bevliegingen en de grillen van leiders, en voor plotselinge technologische, economische, politieke en milieugerelateerde ontwikkelingen. Ook kunnen we nooit precies weten wanneer en hoe een complex systeem dat een cruciale invloed op ons leven heeft, een kritieke drempel overschrijdt en naar een nieuwe gedragstoestand kantelt. Wie kon dertig jaar geleden de implosie van het Sovjetcommunisme, de alomtegenwoordigheid van de pc, de verspreiding van aids of het ontstaan van een gapend ozongat boven de Zuidpool hebben voorzien? En nu we het er toch over hebben: wie van ons zou op 10 september 2001 ooit hebben kunnen voorzien dat terroristen een dag later twee vliegtuigen in de Twin Towers zouden boren?
Probeer het maar eens. Probeer maar eens een plausibel scenario te bedenken voor hoe de wereld er in, zeg, 2025 of zelfs 2015 uitziet. Na een paar minuten nadenken, zul je al tot het besef komen dat het scala aan mogelijkheden zo goed als oneindig is en dat er, gezien het razende tempo van veranderingen in de huidige wereld, iets ontegenzeggelijks onkenbaars aan de toekomst kleeft, zelfs aan een toekomst die niet verder dan tien of twintig jaar voor ons ligt.
Omdat we bij het voorspellen van de toekomst van onze wereld geen zekerheden hebben om op terug te vallen, hebben we de neiging te denken dat de wereld eeuwig op hetzelfde pad voortschrijdt. Als een technologie als de microchip zich steeds in één richting verbetert - in het geval van de microchip door zijn prestatievermogen elke achttien maanden te verdubbelen - zijn we geneigd ervan uit te gaan dat deze trend zich ook in de toekomst voort zal zetten. Ook vallen we daarbij terug op onze onderliggende persoonlijke instelling. Ons natuurlijke optimisme of pessimisme is sterk van invloed op de vraag of we ervan uitgaan dat de technologische, sociale en milieugerelateerde trends ons vreugde of ellende zullen brengen. En in onze met informatie doordrenkte levens is het niet al te lastig de bewijzen te vinden die onze persoonlijke vooringenomenheid bevestigen.
Weinig mensen zien in hoe slecht we feitelijk in het voorspellen van de toekomst zijn. Onlangs stuitte ik echter op een uitzondering in een verzameling obscure essays die ten tijde van de Wereldtentoonstelling in Chicago van 1893 geschreven waren. Een aantal bekende Amerikanen werd gevraagd hoe de Amerikaanse samenleving er een eeuw later - in 1993 - uit zal zien. In het licht van wat we nu weten, maken veel van hun voorspellingen een ronduit bizarre indruk en zijn ze bijna allemaal doordrenkt van het uitbundige Amerikaanse vooruitgangsgeloof van de late negentiende eeuw - slechts twee decennia voordat de rampen van de twintigste eeuw zich begonnen te ontvouwen. Eerlijk gezegd is het ook buitengewoon lastig om je een voorstelling te maken van hoe de wereld er een eeuw later uit zal zien, al even lastig als te proberen buiten de dominante opvattingen van de eigen cultuur te denken.
Maar één commentaar in het bijzonder trok mijn aandacht. In zijn korte essay, 'The Future is a Fancyland Palace', bleek James William Sullivan, een prominente krantenredacteur en volgeling van de Amerikaanse econoom en hervormer Henry George, over meer inzicht te beschikken dan alle andere prognoses in het boek. En in zijn poëtische maar ongezouten aanvaarding van ons onvermogen in de toekomst te kijken, toonde Sullivan zich veel verstandiger dan de meeste van onze huidige 'deskundigen':

Ik merk dat ik niet in staat ben voorspellingen te doen. De toekomst is een sprookjespaleis waarvan ik de ingang niet kan betreden. Terwijl ik er vanuit het Hier op af loop, word ik door zijn schitterende façade betoverd. Welk een sculpturaal versierde schoonheid - met zijn zuilengangen, pilaren, beelden en ramen! Wat kan zich in het paleis bevinden? Maar zodra ik naderbij kom, wijkt het ijle bouwwerk terug. Ik kan zijn drempel niet overschrijden. Nooit openen zijn deuren zich voor mij. Aan gene zijde bevindt zich stilte en mysterie.

De vooruitziende blik

Aan gene zijde mogen zich dan stilte en mysterie bevinden, er is één ding wat we wel degelijk met zekerheid over de toekomst kunnen zeggen: dat verrassingen, onevenwichtigheden en buitengewone veranderingen een vast onderdeel van onze levens zullen uitmaken. Sommige gebeurtenissen, zoals die van 11 september, zullen onze kijk op de wereld voor altijd veranderen. Ze zullen onze sociale orde op hun grondvesten doen schudden, en de orde der dingen - de dagelijkse gebruiken en de regelmaat waar we op terugvallen om ons een gevoel van veiligheid te verschaffen, van wie we zijn en waar we naartoe onderweg zijn - aan flarden scheuren. Onze omgeving zal er nooit meer hetzelfde uitzien. De betrouwbare oriëntatiepunten van het leven zullen een vreemde en verwrongen indruk maken - herkenbaar en op een bizarre manier tegelijkertijd onherkenbaar.
Als we een goed pad door deze turbulente toekomst uit willen zetten, dan zullen we onze gebruikelijke manieren van denken en spreken moeten aanpassen. Veel te vaak hebben we het tegenwoordig over onze wereld alsof het een machine is die we heel precies kunnen afstellen. We praten alsof we alles om ons heen kunnen begrijpen en beheersen, dat we houden wat we willen en weggooien wat we niet langer nodig denken te hebben. In deze houding schuilt een diepgaand gevaar. De zekerste manier voor ons om te pletter te slaan, is te denken dat we alles weten en kunnen beheersen, want dan zullen we ons vermogen tot zelfkritiek en zelfreflectie kwijtraken. Dan zullen we niet langer de tekenen rondom ons herkennen die aangeven dat de zaken verkeerd gaan en dat we onze koers bij moeten stellen.
In plaats daarvan zullen we een houding tegenover de wereld, en onszelf binnen die wereld, en onze toekomst moeten aannemen die gegrondvest is op de wetenschap dat verandering en verrassing onvermijdelijk zijn. Deze nieuwe houding - die een vooruitziende geesteshouding veronderstelt - zal agressief met deze nieuwe wereld van onzekerheid en risico in de slag moeten gaan. Een vooruitziende geesteshouding doorziet hoe weinig we begrijpen, en hoe we nog minder kunnen beheersen.
Er is hier geen ruimte voor bedrieglijk optimisme. De vooruitziende geest weet dat zich overal rond de planeet ernstige spanningsvelden ophopen. Noch biedt dit gezichtspunt ruimte voor een permanent pessimisme. De komende decennia zullen hachelijk zijn, maar dat is geen reden ze met angst en beven tegemoet te treden. Mensen zijn bovenal probleemoplossers, en de vooruitziende blik tracht op nadelige ontwikkelingen in de toekomst te anticiperen door een beter begrip te krijgen van de spanningen die op de wereld inwerken en hoe ze, opzichzelfstaand of in samenwerking met andere, in staat zijn onze ondergang te bewerkstelligen. Maar de vooruitziende geest weet ook dat de toekomst ondoorgrondelijk is. We zijn nu eenmaal niet echt in staat om voorbij die witte muur te kijken, omdat we als voorspellers op twee fundamentele obstakels stuiten: de uiterst niet-lineaire systemen die ons omringen en de vertekening als gevolg van onze persoonlijke aard.
Toch is het mogelijk een ruwe schets van de toekomst te maken. Niet echt zoiets als een voorspelling. Meer iets als een impressionistisch schilderij dat, wanneer je het van een afstand als geheel bekijkt, een levendig, samenhangend en betekenisvol beeld oplevert dat rijk aan beweging en gevoelens is, maar dat van dichtbij gezien uit enkel losse penseelstroken en klodders kleur bestaat. Ons beeld van de toekomst mag dan wazig zijn, het toekomstbeeld zelf kan nog steeds gebaseerd zijn op verstandige inschattingen over de dieperliggende trends en krachten die ons sturen en tussen wat plausibel en wat volstrekt onwaarschijnlijk is.
Een vooruitziende geesteshouding is op zoek naar manieren om een gruwelijke afloop voor te zijn of te voorkomen, niet enkel door de zaken te managen - een aanpak die vaak weinig effectief en soms ronduit contraproductief is - maar ook door radicalere en verstrekkendere oplossingen te bedenken en in praktijk te brengen. Hij ziet in dat het onwaarschijnlijk is dat we alle vormen van ontwrichting zullen kunnen voorkomen en dat een ineenstorting soms nieuwe mogelijkheden schept voor een fundamentele en heilzame vooruitgang - voor catagenese -, als moedige en verstandige mensen bereid zijn in actie te komen. Op het meest fundamentele niveau tracht een vooruitziende geesteshouding onze samenlevingen, en ieder van ons, weerbaarder te maken tegen schokken van buitenaf en ons soepeler met plotselinge veranderingen om te laten gaan. Toen puntje bij paaltje kwam, bleek dat het Romeinse Rijk niet veerkrachtig genoeg was, en als we willen dat ons lot in een wereld van onophoudelijke verandering een andere wending krijgt dan dat van het oude Rome, dan moeten we onszelf, onze samenlevingen en onze toekomst voortdurend opnieuw uitvinden.
We betreden een cruciaal tijdperk in onze geschiedenis. Tijdens de komende decennia zullen we een voortdurende en razendsnelle opeenvolging van hachelijke kruisingen tegenkomen. De keuzes die we maken en de paden die we bij elke kruising inslaan, zullen onomkeerbaar zijn. De inzet kan nauwelijks hoger. Maar terwijl we door de mist voorwaarts scheuren, zijn er maar weinigen onder ons die daadwerkelijk achter het stuur zitten. De meesten van ons zijn enkel bijrijders op de passagiersstoel. Soms staren we door de voorruit - met de ogen angstig wijd opengesperd - en soms laten we ons in een staat van ontkenning in onze stoel terugzakken - in ontkenning van onze snelheid, van de gevaren die voor ons liggen en van ons gebrek aan zeggenschap.
Het is hoog tijd dat we van bijrijders bestuurders maken.
Als het om ons beeld van de werkelijkheid gaat, zijn niet alleen astronomen uit een ver verleden of suffe academici tot conservatisme geneigd, maar wij allemaal. We geven onze basisaannames niet eerder prijs voordat dat het tegendeel - wat wetenschapsfilosofen ook wel 'anomale gegevens' noemen - overvloedig bewezen en pijnlijk duidelijk is. En vaak is dat conservatisme een goede zaak: als we ons wereldbeeld elke keer als er wat anomale gegevens ons pad kruizen massaal van de hand zouden doen, zouden we in chaos belanden en al snel kopje onder gaan. Maar soms voeren we deze neiging tot conservatisme en ontkenning tot in het extreme door en is het resultaat het soort van neurotische cycli-binnen-cycli-intellectualisme dat we in Santucci's armillairsfeer tegenkomen. Die hemelglobe getuigde van wanhoop - van een bereidheid om zo ongeveer alles te doen om de gesanctioneerde orde van de dingen te behouden.

De ontkenningsmachine

Aan welke vormen van ontkenning maken wij ons tegenwoordig schuldig? Bijgestaan door politici, commentatoren en zogenaamde experts, die vaak maar al te graag bereid zijn ons te vertellen wat we willen horen, gebruiken we mijns inziens een reeks van strategieën om ons ervan te overtuigen dat de problemen waarmee we geconfronteerd worden nu ook weer niet zo heel serieus zijn; dat onze toekomst er min of meer als ons verleden uit zal zien; en dat het pad dat zich - voorbij de mist - voor ons uitstrekt duidelijk zichtbaar en recht is.
Maar de bewijzen die niet met deze gelukzalige visie stroken, stapelen zich op - zie de bewijzen die ik in detail uiteen heb gezet over de tektonische spanningen die zich onder het oppervlak van ons dagelijks bestaan ophopen. Deze spanningen lijken het soort voorschokken te veroorzaken die gewoonlijk aan ingrijpende systeemuitvallen vooraf gaan. Wilde schommelingen en heftige verrassingen in het gedrag van onze grootschalige technologische, sociale en milieusystemen lijken steeds vaker plaats te vinden. Denk eens aan wat we alleen al de afgelopen twintig jaar langs hebben zien komen: hiv/aids heeft meer mensen gedood dan welke andere pandemie uit de geschiedenis, boven de Zuidpool heeft zich in de stratosferische ozonlaag een gat van het formaat van een continent geopend, enkele van de grootste visgronden in de wereld zijn uitgeput.

Een ding is me nu wel duidelijk geworden, zo bedacht ik me: onze waarden moeten verenigbaar zijn met de noodtoestand waarin de natuur zich bevindt, met de natuurlijke wereld waarin we leven en waarvan we afhankelijk zijn. Deze waarden moeten een onvoorwaardelijk afspiegeling vormen van het belang van de wetten van de thermodynamica; van de cruciale rol die energie bij ons overleven speelt; van de gevaren van bepaalde vormen van onderlinge verbondenheid en van het niet-lineaire gedrag dat natuurlijke systemen zoals het klimaat aan de dag leggen. Punt uit. Einde verhaal. Een eindeloze materiële groei van onze economieën is fundamenteel onverenigbaar met deze fysische feiten. En een waardesysteem waarbinnen die eindeloze groei de voornaamste bron van onze sociale stabiliteit en ons spirituele welbevinden vormt, zal uiteindelijk onze ondergang bewerkstelligen.
Ons huidige waardesysteem dient de belangen van de huidige politieke en economische elites en wordt door deze elites dus op agressieve wijze verdedigd. Zelfs in obsceen rijke samenlevingen heiligt groei alle middelen. En deze centrale waarde zal niet echt veranderen totdat deze door een of andere ingrijpende schok - wellicht in de vorm van een ontwrichting van het systeem - in twijfel wordt getrokken. Dan pas is de tijd misschien rijp voor alternatieve waarden, waarin het idee van veerkracht niet slechts als een marginaal verschijnsel wordt gezien, maar een centrale rol in het hart van onze samenlevingen opeist. Deze alternatieve waarden zouden bijvoorbeeld de voordelen kunnen benadrukken van een kleinere bevolkingsomvang die de natuur minder belast, van gedecentraliseerde gemeenschappen die beter in hun eigen behoeftes kunnen voorzien en van levensstijlen die veel minder complex en hectisch zijn.