ONZE TOEKOMST OP EEN WARMERE PLANEET

Verzengende droogte doet grote gebieden scheuren en afbladderen; elders teisteren zondvloeden het land. Het westen van de VS, Zuid-Europa en Australie worden onbewoonbaar, net als vele andere gebieden op aarde. Chaos heerst.

Mark Lynas schildert een
beklemmend beeld, graad voor graad,
van de verwoesting die zich
denkelijk zal ontvouwen
als we nu niet handelen...

Hoofdstuk voor hoofdstuk, graad voor graad, gaat Mark Lynas na wat we kunnen verwachten van een almaar warmere planeet. Hij zet als eerste alle wetenschappelijke scenario’s op een rij die de gevolgen van de temperatuurstijging beschrijven en rubriceert ze voor 1, 2, 3, 4, 5 en 6 graden temperatuurstijging. Het is een ontnuchterend verslag.

Mark Lynas (1973) is milieubeschermer, journalist en schrijver. Hij studeerde geschiedenis en politicologie aan de Universiteit van Edinburgh, was redacteur van de OneWorld.net website tot 2000. Vervolgens schreef hij het boek Het nieuwe weer. De gevolgen van klimaatverandering (2005) en werd uitgeroepen tot een National Geographic Emerging Explorer in 2006.


"Met passie geschreven en volgestouwd met een indrukwekkende hoeveelheid informatie." – Guardian

"Lynas wil de lezer liever tot actie bewegen dan in de put helpen...
een meeslepende verteller."
Nature

"Deze voorspellingen zijn echt niet vergezocht, gebaseerd als ze zijn
op stevig paleontologisch bewijs & een boek op het juiste moment."

International Journal of Meteorology



Mark Lynas
Zes graden
Onze toekomst op een
warmere planeet

vertaling Fransje de Waard
i.s.m. Maurits Groen Milieu
& Communicatie

isbn 978 90 6224 476 8
paperback
360 pagina's
€ 5,–

download

Omslag (LR)
Omslag (HR)
Foto's Lynas (HR)


Inhoudsopgave (pdf)
Inleiding (pdf)
Hoofdstuk 1 (pdf)
Hoofdstuk 2 (pdf)
Hoofdstuk 3 (pdf)
Hoofdstuk 4 (pdf)
Hoofdstuk 5 (pdf)
Hoofdstuk 6 (pdf)
Hoofdstuk 7 (pdf)

Pamflet Lynas (pdf)


EEN GRAAD-VOOR-GRAAD-GIDS VOOR DE TOEKOMST VAN ONZE PLANEET
(samenvatting gemaakt door Jan van Arkel)

klik op de hoodfstukken om direct te worden doorgelinkt op deze pagina naar het betreffende hoofdstuk


Inleiding
Gevolgen voor de maatschappij
1 graad
2 graden
3 graden
4 graden
5 graden
6 graden
Gevolgen voor de natuur
1 graad
2 graden
3 graden
4 graden
De keuze voor de toekomst
Welk emissiepad leidt naar welk temperatuurniveaua
Een doel stellen
Een reality check
Oliepiek
Wiggen slaan



Inleiding

Dit boek begon met het uitkammen van tienduizenden wetenschappelijke artikelen in de kelder van de Radcliffe Science Library: in mijn eerste hoofdstuk stopte ik alle effecten van wereldwijde opwarming in verband met een temperatuurstijging van 1ºC, in mijn tweede hoofdstuk die van 2ºC, en zo verder, tot aan 6ºC - het wetenschappelijke worst-case scenario. Niemand deed dit ooit eerder met iets wat ook maar in de buurt komt van deze gedetailleerdheid, en nooit eerder is zoveel van deze informatie in boekvorm toegankelijk gemaakt voor een breed publiek.
Computermodellen doen voorspellingen van de wereld bij een opwarming van 1, 2, 3, 4, 5 of 6ºC, maar een deel van het interessantste materiaal komt uit paleoklimatologische studies, onderzoeken naar warmere periodes in de prehistorie. Deze gegevens van broeikasperiodes in het verleden kunnen wel eens parallellen naar de toekomst vormen.
Zes Graden begon bij het schrijven te voelen als een overlevingsgids, vol aanwijzingen over waar het bewoonbaar blijft en waar beslist niet. Dit was een boodschap om zo breed mogelijk rond te bazuinen, als een soort waarschuwing, om mensen ervan te overtuigen om campagne te voeren om snel de uitstoot te beperken en de worst-case scenario's te vermijden vóór het te laat is.
Bij optredens drong het tot me door dat de meeste mensen volstrekt geen idee hebben wat een gemiddelde opwarming van 2ºC, 4ºC of 6ºC in werkelijkheid betekent. In het alledaagse weer komt een verschil van 6ºC vaak genoeg voor; maar een wereldwijde verandering van gemiddeld 6ºC is een totaal ander vooruitzicht. Ga maar na: 18.000 jaar geleden, tijdens de allerkoudste periode van de laatste ijstijd, was het wereldwijd zo'n 6ºC kouder dan nu. In dat ijzige klimaat strekten zich dikke ijsvlaktes uit over Noord-Amerika en Noord-Europa. Later werd in de `nucleaire' winter na een enorme vulkaanuitbarsting het menselijk leven bijna uitgeroeid: de totale wereldbevolking klapte in elkaar tot ergens tussen de 15.000 en 40.000 individuen, een overleving op een haar na. Wanneer 6ºC afkoeling in het verleden genoeg was om ons vrijwel weg te vagen, heeft 6ºC opwarming in de toekomst dan net zo'n soort gevolg? Dat is de vraag die dit boek probeert te beantwoorden.
Op een keer hoorde ik na een lezing hoe iemand uit het publiek een ander zijn excuses aanbood voor het feit dat hij hem had meegesleept naar zoiets deprimerends. Ik schrok me rot. Deprimerend? Dat was nooit bij me opgekomen. Jazeker, de gepresenteerde gevolgen zijn angstaanjagend - maar ook, in hoofdzaak, nog te voorkomen. Nú gedeprimeerd raken is net zoiets als stokstijf in je woonkamer zitten toekijken hoe de keuken vlam vat en je dan steeds ellendiger gaan voelen terwijl het vuur zich door het huis verspreidt - in plaats van een blusapparaat te grijpen en op de vlammen in te spuiten.


GEVOLGEN VOOR DE MAATSCHAPPIJ

Eén graad

Droogte
Mondiale studies geven aan dat steeds grotere gebieden met ernstige droogtes te maken krijgen. Tegen het jaar 2100 zou het optreden van matige droogtes verdubbelen. Maar het ergste is nog dat het cijfer voor extreme droogtes, dat momenteel 3% van het landoppervlak op aarde betreft, op 30% zou komen te liggen. In wezen zou daarmee eenderde van het totale landoppervlak geen zoetwater meer hebben, en zodoende voor mensen niet meer bewoonbaar zijn.
In een amper 1ºC warmere wereld teisteren bijv. langdurige droogtes het westen van de VS. De landbouw wordt van de kaart geveegd en inwoners raken op een veel grotere schaal op drift dan tijdens de rampspoed in de jaren '30. Meer irrigatie is problematisch omdat veel van de grootste watervoerende bodemlagen nu al te intensief worden gebruikt en hun langste tijd hebben gehad. Wanneer de dagen nachten worden, doordat zware stof- en zandstormen over duizenden kilometers vroegere prairie jagen, zullen boerderijen, wegen en zelfs hele steden onder het verwaaiende zand bedolven raken. Er zullen nieuwe duinen verrijzen op plekken waar ooit koeien graasden en maïs groeide. Miljoenen vierkante kilometers van wat eens hoogproductieve landbouwgrond was, moeten volledig worden opgeven.
Wanneer het landoppervlak opgewarmd raakt, verdroogt het door de snellere verdamping. De vegetatie verschrompelt en als er dan zware regen komt, spoelt de rest van de bodem gewoon weg. Het lijkt misschien vreemd dat overstromingen en droogtes dezelfde gebieden zouden treffen, maar wanneer een groter deel van de neerslag in zwaardere buien valt, zal het land in de tussentijd langere droogteperiodes te verduren krijgen.
De meest waarschijnlijke voorspelling voor de Sahel luidt als volgt: terwijl de totale hoeveelheid neerslag inderdaad zal kunnen stijgen, zullen deze toenames zich vooral aandienen in de vorm van zware stortbuien, afgewisseld door periodes van snikhete droogtes. Bij 2ºC opwarming is China aan de beurt. Noord-China zal grote droogtes kennen door een veranderend moessonpatroon. Het water dat men van de Gele Rivier naar Beijing wil brengen, zal onvoldoende soelaas bieden.

De Golfstroom
Aan het eind van de laatste ijstijd stortte een gigantisch smeltwatermeer zich leeg in de Atlantische Oceaan. Dit zoete water verdunde het zoute zeewater zodanig dat het niet meer naar de diepte zonk. De Golfstroom was onderbroken.
Nu is er geen gigantisch meer, wel stroomt zoet smeltwater de zee in. Zou dat hetzelfde effect kunnen hebben? De modellenbouwers denken van niet. Dus was het schrikken toen het onderzoeksschip Discovery een terugval van 30% in de Golfstroom mat; dat kwam overeen met een verlies aan stroming van 6 miljoen ton water per seconde. De onderzoeksleider, prof. Bryden, concludeerde echter een jaar later uit de bevindingen van 19 permanente sensoren over de hele breedte van de oceaan, dat het allemaal meeviel. De metingen van het schip vormden blijkbaar de uitzondering die de regel bevestigd.
De modellenbouwers kregen gelijk. Misschien zal de Golfstroom stapje voor stapje verzwakken, maar bij 1ºC opwarming zit er deze eeuw voor ons geen ijstijd in.

Afsmelting
In de vorige eeuw werd het 0,7ºC warmer. Nooit in de laatste 1.300 jaar was het zo warm als nu. Waarschijnlijk liggen de huidige temperaturen minder dan een graad onder het hoogste niveau van de afgelopen miljoen jaar.
Klimaatverandering gaat gepaard met 'omslagpunten', waarbij het klimaat onomkeerbaar doorschiet naar een nieuwe situatie. Het deel van de planeet dat waarschijnlijk over het eerste omslagpunt heen kantelt, is het Noordpoolgebied. Op dit moment stijgt de temperatuur er twee keer zo snel als het wereldwijde gemiddelde. Met name Alaska en Siberië raken snel verhit; in deze regionen is het kwik over de afgelopen 50 jaar al 2 tot 3ºC gestegen. Klimaatmodellen suggereren dat het kritieke omslagpunt dichtbij is. Daarna is het verdwijnen van de hele noordelijke ijskap zo goed als onvermijdelijk. En zonder het ijsdek over de Noordelijke IJszee staan ons grote veranderingen in het weer op aarde te wachten.
Ons Hollandse weer wordt grotendeels bepaald door het contrast tussen de kou aan de Noordpool en de hitte rond de evenaar. We liggen op de onstabiele front tussen deze concurrerende luchtmassa's. Maar door het opwarmen van de Noordpool zal dit verschil kleiner worden en zal de zone waarin dat optreedt zich naar het noorden verplaatsen. Het Arctische systeem beweegt zich naar een nieuwe toestand, die buiten het kader van de recente geschiedenis van de aarde valt.

Orkaanwaarschuwing in het zuiden van de Atlantische Oceaan
Toen er op 20 maart 2004 voor de Braziliaanse kust een vreemde draaikolk van wolken ontstond, konden lokale meteorologen hun ogen niet geloven. Een orkaan in de Zuid-Atlantische oceaan was zo onvoorstelbaar dat velen van hen weigerden om de term `orkaan' in de mond te nemen toen Catarina - compleet met stortregens en windsnelheden van 150 km per uur - vlakbij de stad Torres aan land kwam, 30.000 huizen vernielde en een aantal mensen doodde. Veel van de slachtoffers hadden nagelaten om een schuilplaats te zoeken, omdat ook zij weigerden te geloven dat orkanen in Brazilië mogelijk waren.
Ook Europa is kwetsbaar voor deze vervaarlijke stormen. Inmiddels zijn er zelfs al aanwijzingen hoe dit zich zou kunnen voordoen. Het hele Middellandse Zee-gebied kan binnenkort in de vuurlinie komen te liggen, aangezien de watertemperatuur er oploopt tot een niveau waarop waarachtige tropische cyclonen worden ontketend - en dat in een regio waar zij zich nog nooit hebben vertoond. Bij simulaties doet het grootste aantal virtuele tropische orkanen zich voor op het heetste stuk, tussen Italië en Libië. Wanneer zij zich eenmaal hadden geformeerd, hielden deze stormen een week aan, of nog langer. Een van de computer-orkanen ontstond in het oostelijk deel van de Middellandse Zee en bewoog zich toen naar het westen, helemaal tot aan de zuidkust van Frankrijk - dit tot de verbijstering van de toekijkende onderzoekers. Een andere storm vormde een smal, symmetrisch oog met hevige stortregens, net zoals tropische cyclonen dat doen. Het idee dat de vredige kusten van Spanje tot aan Cyprus worden bedreigd, is één van de meest opmerkelijke voorspellingen die ooit uit de klimaatmodellen is komen rollen.


Twee graden

Oceanen
Bij 2ºC-opwarming zijn we de hele chemische samenstelling van de oceanen aan het veranderen, zonder enig idee van de gevolgen. De zuurgraad kan zakken van 8,2 naar 7,7. Bovendien worden de oceanen warmer. Plankton zal massaal sterven en daarmee sterft de oceaan. Mosselen en oesters lossen domweg op en tropische koralen verpulveren. Deze zee-organismen absorberen nu de helft van de CO2 die wij aanmaken. Als wij ze van de kaart vegen, komt dat proces stil te liggen.
Het fytoplankton uitroeien door de oceanen te verzuren is net zoiets als onkruidverdelger spuiten over alle vegetatie ter wereld, van regenwouden en prairies tot de arctische toendra, en het zal net zulke rampzalige gevolgen hebben. Zoals de woestijnen het land in beslag zullen nemen, zo zullen de mariene woestijnen zich in de oceanen verspreiden wanneer de opwarming en verzuring hun onvermijdelijke tol komen eisen.

Hittegolven in Europa en Los Angeles
De hete zomer van 2003 eiste in Europa tienduizenden dodelijke slachtoffers. De landbouw leed 12 miljard schade. Het computermodel van het Hadley Centre toont dat rond 2040 meer dan de helft van onze zomers warmer zal zijn dan die van 2003 en extreme zomers nog veel heter zullen zijn. Het aantal dagen van boven de 30ºC loopt in Spanje, Zuid-Frankrijk, Turkije, Noord-Afrika en de Balkan naar verwachting op met 5-6 weken. Het aantal `tropische nachten', waarin de temperatuur niet onder de 20ºC komt, gaat een hele maand omhoog.
Watergebrek zal rond de hele Middellandse Zee een voortdurend probleem worden, vooral omdat sommige van de droogste kustgebieden in Spanje en Italië ook de dichtstbevolkte zijn. Ga er maar niet heen om van je pensioen te genieten.
In die hitte nemen bossen geen CO2 meer op, maar geven het juist af; een geval van positieve feedback. Als deze CO2-uitstoot vanaf het land langdurig aanhoudt en zich wereldwijd gaat voordoen, zou de opwarming wel eens ongecontroleerd kunnen gaan versnellen.
Los Angeles krijgt vier keer zo vaak hittegolven, terwijl verlammende droogtes 50% vaker zullen voorkomen, wat de vraag naar het schaarse water zal opdrijven. Doordat het sneeuwdek in de Sierra Nevada slinkt en de afsmelting eerder begint, zal er voor 85% van de Californiërs - zowel sinaasappelboeren als stadsbewoners - minder oppervlaktewater beschikbaar zijn. Daarbij komt dat de bossen in droge zomers kurkdroog worden en steeds meer gevaar lopen in vlammen op te gaan. In het noorden van de Rocky Mountains, het Grote Bekken en de Sierra Nevada kan het seizoen voor bosbranden wel eens 2-3 weken langer worden.

Groenland smelt
125.000 jaar geleden lag de zeespiegel 5 tot 6 meter boven het huidige niveau. Kwam dit water van Groenland? De ijskap met een lagere top, steilere hellingen en een aanzienlijk ingekorte omtrek, zou destijds wereldwijd 4 tot 5,5 meter hebben bijgedragen aan een hogere zeespiegel. Met kleinere bijdragen van Antarctica, gletsjers, plus wat thermische uitzetting van het zeewater, lijkt dit de hoge zeespiegels te verklaren.
Het IPCC voorspelt voor deze eeuw maximaal 88 cm stijging; daarin is maar een heel kleine bijdrage van Groenland verwerkt. James Hansen, de wereldberoemde NASA-wetenschapper, waarschuwt dat het ook met meters per eeuw kan gaan, "explosief snel". Groenland zal onomkeerbaar gaan smelten wanneer de mondiale temperatuurstijging eenmaal iets meer dan 1,2ºC bedraagt. Hansen is zo bezorgd dat hij is afgestapt van emotieloos wetenschappelijk jargon. De `albedo-flip' zou de ijskappen veel sneller de genadeklap kunnen toebrengen dan de conventionele voorspellingen aangeven. Dit werkt verontrustend simpel. Als sneeuw en ijs smelten, worden ze nat, en het donkerder oppervlak kan meer zonlicht absorberen. Hierdoor stijgt de temperatuur verder en krijg je nog meer afsmelting: een klassiek geval van positieve feedback. Nu grote stukken van Groenland en West-Antarctica `s zomers al liggen te baden in het smeltwater, suggereert Hansen dat dit `trigger-mechanisme' van donkere, natte sneeuw intussen sowieso al meespeelt. Hij wijst erop dat als de snelheid waarmee de ijsvlaktes smelten elke 10 jaar verdubbelt - wat een serieuze mogelijkheid is - de resulterende zeespiegelstijging in 2100 op 5 meter zal uitkomen.
Met de smeltsnelheden van het einde van de laatste ijstijd zal al het ijs van Groenland binnen 140 jaar verdwenen kunnen zijn. Alles bij elkaar moet dan de halve mensheid naar hoger gelegen gebied verhuizen en worden landschappen, gebouwen en monumenten die meer dan duizend jaar het middelpunt van de beschaving zijn geweest, geleidelijk door de zee verzwolgen.

India, Bangla Desh, Himalaya-gletsjers en Andes
India krijgt te lijden van een steeds sterkere moesson en bij 2ºC opwarming zal het hele land per saldo 9% minder landbouwopbrengsten hebben. Het dichtbevolkte buurland Bangladesh lijdt zelfs buitenproportioneel. Het land krijgt nu elk jaar al 2,5 meter neerslag, waardoor 30 tot 70% van zijn grondgebied onder water komt te staan. Wanneer er nog zwaardere buien in nog hardere stormen gaan vallen, zullen in de moessontijd miljoenen mensen door overstromingen van huis en haard worden verjaagd, misschien wel voorgoed.
In Nepal wachten tientallen gletsjermeren of hun puinwand zal scheuren. Rampzalige modderstromen denderen dan de rivierdalen in en vagen alles weg op hun pad. De afsmelting in de bergen zorgt echter op de lange termijn voor een veel ernstiger effect. Wanneer de gletsjers bijna overal verdwijnen en alleen op de allerhoogste toppen overblijven, zal hun smeltwater niet langer de reusachtige rivieren voeden, die de honderden miljoenen inwoners van het Indiase subcontinent van onontbeerlijk drinkwater voorzien. Het gevolg zal watergebrek en honger zijn, waardoor de hele regio gedestabiliseerd raakt, zoals we bij 3ºC zullen zien.
De natuurlijk watertorens van Andes-steden, zoals Lima, zijn tot opdroging gedoemd. Peru, Ecuador en Bolivia zijn voor hun drinkwater afhankelijk van besneeuwde toppen, waarvan sommige uitstijgen boven de 5.500 meter. Tegen het jaar 2050 zullen de gletsjers echter met 40 tot 60% geslonken zijn. Bij langdurig tekort aan water ontvolkt Lima misschien wel, in een vreemd soort omgekeerde migratie. De mensen gaan terug naar hun bergdorpen, waar nog wel water is en waar misschien ook nog gewassen te verbouwen zijn.

Hongersnood
In de gevoelloze loterij van de wereldwijde opwarming hangt het er vanaf waar je woont of je te eten krijgt. Als dat in een rijk land is, waar het toch wel blijft regenen, zul je geen honger hoeven te lijden, maar als dat in de droge subtropen is, wordt het leven steeds wisselvalliger. Eén ding is zeker: de kans op hongersnood wordt groter. Door toenemende concurrentie om afnemende opbrengsten zullen in de magere jaren de prijzen op de wereldmarkt de pan uit rijzen. In de 2ºC-wereld zullen de voedselprijzen ervan afhangen of gebieden in het noorden snel genoeg voor nieuwe gewassen worden ontsloten om verloren gegane landbouwgebieden in hetere, drogere streken in het zuiden te vervangen.
Met noeste planning en samenwerking hoeft de wereld nog niet per se tot ernstige voedseltekorten te vervallen. Bij meer dan 2ºC stijging wordt het echter steeds moeilijker om massale verhongering te voorkomen. Eerst miljoenen, en dan miljarden mensen komen voor een hevige overlevingsstrijd te staan.


Drie graden

De gevaren van het Plioceen
Je kunt ook de toekomst zien door achterom te kijken, naar het verleden, met paleo-klimaatonderzoek. Voor een analogie van de 3ºC-wereld moeten we 3 miljoen jaar terug, naar het Plioceen. Op 500 km van de zuidpool, waar het nu gemiddeld -39ºC is, groeiden toen bomen. Aan de Noordpool waren er grassige en bosrijke streken met lariksen en berken tot op maar liefst 2.000 kilometer ten noorden van de huidige boomgrens. De winters waren 15ºC warmer dan vandaag.
Dan was het CO2-niveau in het Plioceen zeker wel hoog? Nee. Het juiste antwoord luidt: zelfs iets lager nu, namelijk 360 ppm. Het verschil is dat door de lange reactietijd van het systeem Aarde onze temperaturen nu achterlopen. Net als bij een fluitketel die ook een tijdje nodig heeft om aan de kook te raken als hij op het vuur wordt gezet. Het goede nieuws is dat dit erop wijst, dat als we de CO2-ketel nu heel snel van het vuur afhalen, we waarschijnlijk nog minstens een eeuw kunnen voorkomen dat de temperatuur 3ºC extra aantikt. Aan de andere kant, als emissies in het huidige tempo blijven stijgen, zou de mondiale temperatuur ook al tegen het jaar 2050 de 3ºC voorbij kunnen schieten. De keuze is aan ons, en de klok tikt door.

Kalahari
Afrika zal door de wereldwijde opwarming letterlijk in tweeën worden gesplitst. De noordelijke helft zal waarschijnlijk een opleving in de neerslag te zien krijgen, terwijl zuidelijk Afrika permanent droog wordt. De verdroging in de 3ºC-wereld gaat het menselijke aanpassingsvermogen te boven. Het wordt hongersnood. In het epicentrum ligt in Botswana. Door de grotere droogte en toenemende wind gaan de 'gestabiliseerde' duinenvelden van de Kalahari waarschijnlijk massaal aan de wandel, waardoor niet alleen dorpen maar ook de hoofdstad Gaborone zal worden weggevaagd. Het lot van Botswana is zonneklaar: na ongeveer 2070 is het hele land bezaaid met 'actieve' duinen. Botswana zal verdrinken, niet in water, maar in zand.
Afrika is trouwens het enige continent waar er in de natte delen in alle scenario's meer mensen aan de gevaren van malaria komen bloot te staan.

Super El Niño's
El Niño's beïnvloeden het weer wereldwijd. Door de snelle wereldwijde opwarming stijgt de temperatuur al in het westelijke deel van de Stille Oceaan waar - onder de juiste omstandigheden - El Niño wordt geboren. Dit contrasteert met het oostelijke deel van de Stille Oceaan. Daar blijft het opwellende water koel, omdat het tientallen jaren op grote diepte zat en niet in contact is geweest met de opwarmende atmosfeer. Het zijn deze temperatuurverschillen die 'super El Niño's' zouden kunnen aansteken, wat overal op de wereld tot chaotische weersomstandigheden zou leiden.
In een dergelijk scenario staan Europa drogere winters te wachten. Het Atlantische orkaanseizoen zou getemperd worden door een toegenomen windschering die de ontwikkeling van grote stormen zou verhinderen, maar tegelijkertijd zouden grootschalige overstromingen en modderstromen de drogere stukken van Californië kunnen teisteren. Met het falen van de Indiase moessonregens zouden miljoenen levens op het Indiase subcontinent in gevaar komen. In Zuid-Amerika zou een van de natste gebieden ter wereld, het grote regenwoudbekken van de Amazone spoedig één van de droogste kunnen worden.

De dood van het Amazonegebied
In november 2000 verscheen in Nature een van de meest alarmerende voorspellingen uit de wetenschappelijke literatuur ooit. Er had paniek moeten uitbreken, maar niets daarvan.
Om te kijken hoe land- en oceaansystemen tijdens een snelle mondiale opwarming zelf weer door het veranderende klimaat worden beïnvloed, nam een team van het Hadley Centre voor de eerste keer de 'positieve feedback' van koolstof uit de opwarmende aardbodem en vegetatie mee in de berekeningen. Daarbij kwam het tot een onthutsend resultaat. Het bleek dat wereldwijde opwarming zijn eigen stuwkracht kan genereren, waardoor er in een niet te stoppen spiraal nog meer broeikasgassen vrijkomen. Deze 'koolstofcyclus-feedback' zou ons tot machteloze toeschouwers maken in een rampzalig scenario van een stuurloos geworden wereldwijde opwarming, dat begint met een vrijwel totale ondergang van het regenwoud in de Amazone.
Bij het cruciale omslagpunt begint de vloedgolf van verwoesting aan de kant van Suriname. De neerslag zakt tegen het jaar 2100 in sommige gebieden tot bijna nul. De temperaturen vliegen naar een gemiddelde van 38ºC. Wanneer de instorting eenmaal compleet is, is het centrale deel van het Amazonegebied in wezen een woestijn, waar geen enkele vegetatie van betekenis meer groeit. Waar ooit het gebrul van apen te horen was, steekt nu een klagende wind op. Zandduinen verrijzen. De woestijn is gearriveerd.
Hoe werkt de feedback? In een hetere omgeving gaan bacteriën harder werken om organisch materiaal af te breken en gaat de plantengroei juist minder hard. In plaats van CO2 op te nemen, geeft de vegetatie en de bodem dit in grote hoeveelheden af. De wereldwijde concentratie neemt daardoor tegen het jaar 2100 met 250 ppm toe. Daardoor zal de temperatuur nog eens met 1,5ºC stijgen. Het Hadley-team ontdekte dat de planeet al rond 2050 in een stuurloze mondiale opwarmingsspiraal kan belanden, veel eerder dan men voor mogelijk hield. Rond 2100 zou de mondiale opwarming al het doemscenario benaderen van het IPCC.
In een ander feedbackmechanisme zullen bij grote droogte ook de tientallen miljoenen hectaren grote, licht ontvlambare veenpakketten in Zuidoost-Azië en het Amazonegebied verbranden en ontzaglijke hoeveelheden extra koolstof in de atmosfeer doen belanden.

Houston, we hebben een probleem
Wanneer het oog van Superorkaan Odessa op 5 augustus 2045, 9 uur 's morgens de kust bij Houston bereikt, is zij nog steeds een monster van categorie 6. Voorstad Galveston verdwijnt onder immense golven. Vlagen water en natte rukwinden gieren over de betonnen ravijnen in Houston terwijl daarboven glazen ruiten door de kracht van de uitbarsting uit elkaar spatten. Het commerciële hoofdkwartier van de Amerikaanse olie-industrie wordt volledig leeggeroofd. Het stormt papieren; ze worden de binnenste draaikolk van de orkaan ingezogen en hoog in de troposfeer uitgestrooid. Alleen gebouwen van beton en staal houden stand.
Warmere zeeën leveren meer energie en overal in de tropen zullen orkanen kwetsbare kustgebieden vernielen. Na New Orleans zullen nog veel steden volgen, van Houston tot Shanghai. In een warmere toekomst zullen alle stormen in principe een halve of hele categoriepunt hoger liggen en zullen de zwaarste stormen meer dood en verderf zaaien dan we tot nog toe ooit hebben meegemaakt.

Noord- en Midden-Amerika
Zonder zee-ijs zullen grote stukken open oceaan aan de wind worden blootgesteld. Dat verandert het gangbare Noordamerikaanse winterweer. Het gevolg is een scherpe daling in de neerslag van 30% aan de hele westkust van Amerika. Watertekorten zullen tot diep in het binnenland voor noodsituaties gaan zorgen.
In het stroomgebied van de Colorado wordt de situatie steeds kritieker. Niet alleen zal er helemaal geen natuurlijke wintervoorraad sneeuw meer worden opgebouwd, ook valt de datum waarop de sneeuw hoog in de bergen begint te smelten een maand eerder. Eén vonk zet deze wereld in lichterlaaie. De brandweer mag komen aanrijden, maar de bluswagens zijn leeg en de slangen nutteloos. Niets zal de brand kunnen tegenhouden.
In een smeltend Groenland kruipt de temperatuur letterlijk omhoog en blijft een steeds kleiner deel van de gigantische ijskap koud. Zo zal deze nog sneller gaan smelten.
In Midden-Amerika is de hoogontwikkelde beschaving van de Klassieke Maya's (tussen 50 voor Christus en 900 erna) iets overkomen, dat vrijwel van de ene dag op de andere tot de ondergang van hun gehele beschaving leidde: droogte. Ook al hadden ze watervoorraden voor 18 maanden, de droogte duurde langer. Wat als zo'n droogte er nog eens toeslaat? Het Hadley-model voorspelt een daling van de neerslag, in sommige gebieden met de helft. Deze Midden-Amerikaanse landen zullen tot de eerste horen die zien hoe hun landbouwproductiviteit wordt lamgelegd en hun bevolking gemarginaliseerd en ontheemd raakt.

Pakistan
Pakistan zal zich bij 3ºC op de rand van een crisis bevinden zoals die zich in de geschiedenis van de mensheid nog niet eerder heeft voorgedaan. Deze ramp zal niet direct voortvloeien uit de grotere hitte zelf, maar uit de indirecte gevolgen ervan. Pakistan raakt enorme hoeveelheden van zijn meest waardevolle hulpbron kwijt: water. In de bergen in het noorden ligt het grootste gletsjerveld op aarde. De Indus put uit meer dan 3.500 individuele gletsjers en is uitgesproken afhankelijk van bergwater. De Ganges en de Brahmaputra krijgen `s zomers nog water uit de moessonregens; de Indus amper. Eerst zal de Indus nog aanzwellen dankzij het extra smeltwater, een zegen voor de uitdijende landbouw en groeiende bevolking, maar als het ijs grotendeels is weggesmolten, krijgt de rivier 90% minder water dan nu. Tientallen miljoenen Pakistaanse burgers zullen hun biezen pakken om een (kernwapen)land te verlaten waar het burgerlijk bestuur instort en gewapende bendes vechten om het overgebleven beetje voedsel.

Europa en de Big Apple
Jason Lowe van het Hadley Centre verwacht veel vaker overstromingen. "In het zuidelijke deel van de Noordzee, zal iets wat zich momenteel eens in de 150 jaar voordoet, rond 2080 elke 7 à 8 jaar optreden." De ramp in 1953 werd bestempeld als iets wat zich slechts eens in de 120 jaar voordoet. Wanneer het water blijft stijgen, is voor de kustlijn als geheel terugtrekken de enig haalbare optie.
De Rijn zal in de wintermaanden 30% meer water te verstouwen krijgen, waardoor er benedenstrooms in Duitsland en Nederland regelmatig overstromingen zullen optreden. Intussen zal de rivier in augustus 50% minder water voeren. De bodem raakt in sommige delen van Europa zozeer uitgedroogd dat er geen water meer is om te verdampen. Onder zulke omstandigheden groeit er niets meer. De Sahara is de Straat van Gibraltar overgestoken en zijn mars naar het noorden begonnen.
De New Yorkse metropool, met 20 miljoen inwoners en 2.400 km kustlijn, ligt voor het grootste deel laag en is volgebouwd met flatgebouwen, wegen en treinrails. De inritten naar de meeste spoorlijnen, tunnels en luchthavens liggen op slechts 3 meter boven de waterspiegel, sommige zelfs nog minder, terwijl de evacuatieroutes onder het stormvloedpeil zullen liggen, zodat mensen die zichzelf in veiligheid proberen te brengen de pas wordt afgesneden. De vorm van de kustlijn maakt New York extra kwetsbaar: het water wordt als in een trechter direct de haven ingeperst.
Die ene superstorm zal New York wellicht niet slechts eenmalig, maar herhaaldelijk aandoen. Wat vandaag de dag geldt als de overstroming die eens in de 100 jaar plaatsvindt zou zich rond 2050 wel eens elke 20 jaar kunnen afspelen, en rond 2080 iedere 4 jaar.

Voedsel uit de kas
Alle planten hebben een thermische tolerantiedrempel, ook de voornaamste voedselgewassen. Granen zijn met name gevoelig voor hitte tijdens de bloei en zaadvorming. Boven de 30ºC loopt bij elke extra graad de oogst van rijst, tarwe en maïs met 10% terug. Boven de 40ºC valt er helemaal niets meer te oogsten. Veel gebieden in de tropen liggen al tegen die drempel van 30ºC aan. Wereldwijd moet de teelt van landbouwgewassen zich naar de hogere breedtegraden verplaatsen.
Zoals altijd zal droogte een sleutelrol gaan spelen. Simulatiemodellen van de landbouw in de tropen voorzien eerst verlammende dalingen in de productie van tarwe, maïs en rijst. Wanneer we echter de drempel van 2,5ºC over zijn, zullen zelfs de graanschuren op de gematigde breedtegraden klappen krijgen, omdat de gewassen er in de gloeiende zomerpiek door een gebrek aan water zullen verdorren.
De mensen die hun land moeten verlaten zullen zich niet zomaar schikken in hun nieuwe rol van passieve slachtoffers. Zij zijn zich er terdege van bewust dat de wereld die zij geërfd hebben niet door hen geschapen is. Daarmee vergeleken is de wrok onder moslims ten aanzien van westerlingen maar een flauwe grap.

Vier graden

Wassend water
In de 4ºC-wereld ligt de waterspiegel een halve meter of meer boven het huidige niveau. Steden als New York, London en Venetië zijn vervallen tot gefortificeerde eilandjes, waar water van alle kanten aandringt. Een flinke storm kan een kwetsbare stad in een paar uur van de kaart vegen. Als het water eenmaal is weggepompt, kan herbouw van de stad een optie zijn zolang de verzekeringsmaatschappijen bereid en in staat zijn om te betalen. Maar wie betaalt er twee, of drie keer?
Het stijgen van de zeespiegel is een onomkeerbaar proces, dat duizenden jaren doorgaat voordat er een nieuw evenwicht is bereikt, zelfs als de mens de hoeveelheid broeikasgassen onder controle krijgt. Hierbij spelen grote onzekerheden mee: als het landijs in Antarctica stabiel blijft, is er wellicht nog veel te redden door een langzame, afgemeten terugtocht. Als de ijsvlaktes echter zo snel op de klimaatverandering blijven reageren als ze tot nu toe deden, staat er een snelle zeespiegelstijging van vele meters op stapel. Een uiteindelijke stijging van 25 meter vanuit Groenland en het Zuidpoolgebied is in feite onvermijdelijk, zodra de temperatuur wereldwijd de 2ºC passeert. En zelfs als dit in de loop van vele eeuwen gebeurt, gaat dat het menselijk aanpassingsvermogen verre te boven.
Ook het continentale landijs van West-Antarctica kan instorten. Het heeft als een laatste verdedigingslinie twee gigantische ijsschotsen, Ross en Ronne, elk groter dan Frankrijk. Zij voorkomen dat binnentrekkend zeewater er onder de ijskap kan kruipen. Al drijven ze beide, ze hebben aan de zeekant enorme ijsbolwerken van tussen de 200 en 400 meter dik. Beide zijn nu nog veilig, want hun temperatuur blijft het hele jaar onder nul.
Tenminste, tot voor kort. Voor het eerst is in januari 2005, middenin de zomer, uitgebreide dooi in Antarctica geregistreerd. Deze dooi drong zelfs 900 kilometer het binnenland in, kroop 2.000 meter omhoog langs de berghellingen en kwam tot op 500 kilometer afstand van de Zuidpool zelf. Vooralsnog was het een eenmalige gebeurtenis.
Een groot deel van deze dooi vond plaats aan de noordelijke rand van de Ronne-ijsschots. In maart 2002 bezweek op het Antarctisch Schiereiland op spectaculaire wijze de belangrijke ijsschots Larsen B. Zou dit ook met de Ronne-ijschots kunnen gebeuren? 4ºC opwarming legt de dooilijn over de ijsmassa van zowel Ross als Ronne heen. En smeltwater dat wiggen in het ijs drijft, zou hun samenhang een fatale slag toebrengen. Als één van de twee in stukken breekt, net als de Larsen, zou niets een totale ineenstorting van het volledige landijs van West-Antarctica en een snelle overstroming van alle kustlijnen ter wereld nog in de weg staan.

Dichtbevolkt Azië
China zal ernstige gevolgen ondervinden van de klimaatverandering. De oogsten van voedselgewassen als rijst, graan en maïs dalen met bijna 40%, een hoeveelheid die niet elders te koop is. In India wordt het in het binnenland met minstens 5ºC boven het huidige niveau voor de meeste gewassen domweg te heet om te overleven. In Pakistan worden gortdroge gebieden nog droger. De waterschaarste die voortvloeit uit het verdwijnen van de gletsjers komt daar bovenop. Honderden miljoenen mensen raken er op drift. Het wordt de grootste volksverhuizing aller tijden.

De Alpen
Op plekken die nu elke winter nog 50 tot 100 dagen lang op een flink pak sneeuw kunnen rekenen, wordt in de Alpen aan het eind van de 21e sneeuw een zeldzaamheid. Op 3.000 meter hoogte is over 60 jaar eenderde weggesmolten. Lawines kunnen plotsklaps miljoenen tonnen verstikkende natte sneeuw op de dorpen in het dal storten, en gebouwen en bruggen in hun ontoombare modderrivieren meesleuren.
Zonder smeltwater of regen verkommert de vegetatie en het landschap verandert geleidelijk in het bruin van gebakken aarde. De bergen zelf worden niet hoger of lager, maar hun karakter zal totaal zijn veranderd. Het belangrijkste is dat de watertoren van het continent droog zal vallen, net wanneer Europa ligt te smoren in de zomerse hitte.

Europa krijgt een oplawaai
Westerstormen kunnen zowel in Groot Brittannië, in ons land als in Duitsland zoveel kosten meebrengen dat verzekeringsbedrijven failliet gaan door de terugkerende schadeposten van tientallen miljarden. Deze stormen zullen ook zwaardere regenval met zich meebrengen. Een deel van het extra water is weliswaar van levensbelang om de reservoirs bij te vullen die tijdens de droge zomermaanden onrustbarend zijn leeggeslurpt, maar een te groot deel van deze neerslag valt in de vorm van zware hoosbuien. Deze stromen snel weg, in plaats van geleidelijk door de bodem opgezogen te worden. In de winter zullen stortregens zich als een vloedgolf door dorpen en steden storten en rivieren buiten hun oevers laten treden.
In de 4ºC-wereld is het bij uitstek de temperatuurstijging zelf die al het andere begint te overheersen. Hittegolven van een onvoorstelbare heftigheid verschroeien de aarde, terwijl het klimaat heter wordt dan de mensheid in de hele geschiedenis van haar evolutie ooit heeft meegemaakt. Europa begint tegen die tijd op het Midden-Oosten te lijken. De Sahara steekt over naar het hart van Spanje en Portugal. Zelfs waar nog vruchtbare bodems zijn, versnellen hevige wolkbreuken de erosie. Vruchtbare akkers veranderen in doorgroefde woestenijen.

Siberische roulette
Rond de Noordpool stijgt de temperatuur in de wintermaanden 14 graden. Uit deze ontdooiende arctische bodem stijgt een nieuwe bedreiging op, één van de gevaarlijkste van allemaal. Het destructieve effect van de klimaatverandering in het poolgebied is voelbaar in alle uithoeken van de aarde. Het is weer een geval van positieve feedback.
Men schat dat er momenteel zo'n 500 miljard ton koolstof zit opgesloten in de permanent bevroren bodem van het Noordpoolgebied. Als het eenmaal begint te dooien, kan veel hiervan ontsnappen. Waar de bodem droog is, in de vorm van CO2 omdat bodembacteriën het afbreken. Waar de grond nog te nat is, doen anaërobe bacteriën het werk. Zij produceren enorme hoeveelheden methaan, op korte termijn een nog veel gevaarlijker broeikasgas dan CO2. In andere gebieden kan de koolstof direct in water oplossen en komt in de vorm van CO2 vrij uit rivieren, meren en de Noordelijke IJszee. "We trekken de stekker uit de ijskast van het verre noorden. Alles daarin zal gaan liggen rotten."
Zelfs in het huidige klimaat is die verrotting al waar te nemen. Recent onderzoek in Siberië toonde aan dat er al vijf keer zoveel methaan uit ontdooide meren omhoog komt borrelen als daarvoor werd aangenomen. Dus: hoe meer bevroren land tot modderig moeras vervalt, hoe meer methaan er vrijkomt. En aangezien deze ontdooiing van de permafrost nu in het hele arctische gebied aan het versnellen is, zal dit proces al een flink eind op weg zijn lang voordat de temperatuur 4ºC hoger dan nu aantikt.
Al kennen we dit dramatisch versterkende effect, de omvang ervan is nog niet gekwantificeerd. Daarom is het ook nog niet meegenomen in de huidige voorspellingen over klimaatveranderingen. Een ding is duidelijk: Het ontdooien van de permafrost is een "echte joker in het spel van de koolstofcyclus". In de 4ºC-wereld is het waarschijnlijk niet meer mogelijk om de temperatuurstijging te stabiliseren. Het zal onverbiddelijk tot 5ºC kunnen leiden.

Vijf graden

Een nieuwe wereld

Met 5ºC wereldwijde opwarming ontstaat een totaal nieuwe planeet, één die in vrijwel niets meer lijkt op de aarde van vandaag. Van beide polen is het laatste ijs weggesmolten. Regenwouden zijn opgebrand en verdwenen. Kuststeden zijn verzwolgen. Droogte en overstroming drijft mensen samen op de alsmaar kleiner wordende stukken land. Gebieden in het binnenland kennen temperaturen van 10ºC hoger dan nu, of meer. Zowel de verdamping als de neerslag nemen toe. In de tropen bouwen zich in de zone van de passaatwinden enorme stortbuien op. Hier zijn er bijna elke winter zware overstromingen. De belangrijkste woestijnen in de wereld breiden zich uit.
Op de 5ºC-kaart tekenen zich duidelijk twee wereldomspannende gordels van voortdurende droogte af. Op het noordelijk halfrond omvat deze droogtegordel Midden-Amerika, de zuidelijke helft van Europa, de westelijke Sahel en Ethiopië, Zuid-India, Indo-China, Korea en Japan.
Door extreme hittegolven en bosbranden gaat nu zelfs de landbouwproductie in het noorden van Canada en Rusland achteruit. Bevolkingsgroepen en nieuwe landbouwkolonies concentreren zich daarom aan de Russische Poolzeekust en op de Canadese eilanden. Wie weet valt China Siberië binnen en de Verenigde Staten Canada, om beslag te leggen op de laatste resteren bewoonbaar land, al zijn bodems die tot voor kort nog bevroren waren meestal dun, rotsig en arm.

Knal uit het verleden
In de opwarming van het Paleocene klimaat, 55 miljoen jaar geleden, werd de diepzee plotseling zuurstofloos (anoxisch), giftig voor al het leven dat zuurstof inademt. De oorzaak was vrijkomend methaanijs, en/of een serie monumentale vulkaanuitbarstingen.
Methaanijs, of methaanhydraat, is een ijsachtige combinatie van methaan en water die ontstaat bij de intense kou en druk die in de diepzee heersen. Wordt het warmer en gaat de druk omlaag, dan verandert het ijs in een explosieve kettingreactie in gas. Methaan is een broeikasgas, per molecule twintig maal krachtiger dan CO2. Misschien lieten de oceanen ooit door een gigantische methaanboer de temperatuur omhoogschieten.
Een andere schuldige kan een langdurige serie uitstromingen van onvoorstelbare hoeveelheden basaltlava zijn. Deze kwam omhoog in steenkoolsedimenten, warmde deze op en bracht daarbij gigantische hoeveelheden methaan en CO2 in de atmosfeer. Geologen dateren dit op 55-56 miljoen jaar geleden; precies in de hete periode aan het eind van het Paleoceen.
Wat ook de oorzaak was, de gevolgen waren ingrijpend en mondiaal. Hittegolven schroeiden `s zomers de vegetatie weg uit het Spaanse vasteland en lieten een woestijngebied achter dat `s winters door stortbuien zwaar erodeerde. Palmbomen groeiden tot in Engeland en België. Ondanks de duisternis was het Noordpoolklimaat helemaal subtropisch. De watertemperatuur kon dicht bij de Noordpool oplopen tot wel 23ºC. Het was een wereld met verzuurde zeeën, snel veranderende ecosystemen, ijsvrije polen en met zowel extreem droog als extreem nat weer. Het was kortom een wereld die erg lijkt op de wereld waar wij deze eeuw op afstevenen.
De totale invoer van koolstof in de atmosfeer was 55 miljoen jaar geleden veel groter dan de mens tot nu toe voor elkaar heeft kunnen krijgen. Maar het tempo waarin er broeikasgassen bijkomen ligt nu misschien wel 30 keer hoger dan toen. En onderaan het continentale plat wachten nu overal ter wereld nog enorme hoeveelheden van datzelfde methaanijs hun tijd af. Als er in de Noordelijke IJszee substantiële hoeveelheden methaanijs gaan smelten, is de beer definitief los.

Tsunamiwaarschuwing
Net als glijdende tektonische platen kunnen verschuivingen van methaanijs in zee enorme hoeveelheden water verplaatsen, met als gevolg een tsunami. Zo schoof er 8.000 jaar geleden 3.500 kubieke kilometer sediment de diepere Noordelijke IJszee in. De resulterende tsunami kwam in het westen van Noorwegen 9 tot 12 meter boven zeeniveau en op de Shetlands tot een verwoestende 20 meter - vergelijkbaar met de aanslag van de Aziatische tsunami op Banda Atjeh in 2004. Waarschijnlijk was de oorzaak een gewone aardverschuiving, maar het plotseling vrijkomen van methaanijs kan een factor zijn geweest. Het is veelzeggend dat de zeebodem daar helemaal pokdalig is van de gasontploffingen van lang geleden.

Overleven
De oplopende hitte van 55 miljoen jaar geleden voltrok zich over ongeveer 10.000 jaar. Dat gaf planten en dieren de tijd om weg te trekken en zich aan nieuwe omstandigheden aan te passen. Wij krijgen geen 10.000 jaar. De hier beschreven veranderingen kunnen zich voltrekken in een paar decennia na nu. Voor ecosystemen, of voor de menselijke beschaving is dat een veel te hoog opwarmingstempo om ook maar enigszins te kunnen bijbenen. Het leven wordt noodgedwongen lokaler; de globalisering gaat in z'n achteruit.
Onze streken zouden een druk en omstreden toevluchtsoord kunnen worden. Hier blijft waarschijnlijk `s winters regen vallen. Het uitvallen van de Golfstroom - de joker van Noord-Europa - zou ons echter ook in een droger klimaat kunnen achterlaten, waarbij de temperatuur zich stabiliseert, of zelfs een tijdje zakt.
Overal waar geen schuilplekken zijn en waar de gewassen en de watertoevoer het laten afweten, lijkt de meest waarschijnlijke uitkomst helaas dat we afglijden naar burgeroorlog, rassengeweld en andere onderlinge conflicten. De geschiedenis leert ons nu eenmaal dat mensen als het slecht gaat niet stilletjes de dood gaan zitten afwachten; ze pakken elk wapen dat ze maar kunnen vinden en trekken naar gebieden waar het beter lijkt te zijn.
Dus wat moet je doen om te overleven? Een afgelegen stukje berg afpalen, om daar rustig aan te doen totdat de crisis voorbij is? Dat is in Europa of China domweg geen optie. Wie kan er trouwens echt genoeg wild vangen of doden om een familie mee te voeden? Hoeveel van ons zou het lukken om van het land te leven? Een jager-verzamelaar heeft tien tot honderd keer zoveel grond nodig als iemand in een landbouwgemeenschap. De wildpopulaties zouden bovendien decimeren door de druk van het menselijk roofdier, net als de handel in bushmeat inmiddels de wildstand in tropisch Afrika heeft geruïneerd.
Hamsteren dan? Voorraden voedsel en water verstoppen en proberen om de ramp uit te zitten? Met hongerige aanvallers is dat nooit eenvoudig en op de lange duur praktisch onmogelijk. Invallers zijn niet bepaald aardig voor bewoners die hen voedsel weigeren. Als er een voorraad ontdekt wordt, lopen het gezinshoofd en zijn familie de kans gemarteld en vermoord te worden, als straf en ten voorbeeld aan anderen. Kijk maar eens naar het huidige Somalië, Soedan, of Burundi. Daar liggen conflicten over tekorten aan voedsel en land aan de wortel van zich voortslepende stammenoorlogen en het uiteenvallen van het staatsapparaat.
Ons relatief welvarende intermezzo zou achteraf wel eens een gelukkige uitzondering kunnen blijken te zijn geweest, die vooral te danken is aan de enorme oppepper aan voedsel en energie die onze beschaving aan alle fossiele brandstoffen weet te onttrekken.

Zes graden

De volgende beelden kunnen als schokkend worden ervaren
Het allerberoerdste scenario, de ultieme Apocalyps, is de 6ºC-wereld. Er zijn maar weinig aanknopingspunten voor wat ons daar werkelijk te wachten staat. In deze moderne variant van Dante's Inferno moeten we vertrouwen op de schetsmatige geologische informatie over extreme broeikasperiodes in het Krijt en een bijzonder moment in het Perm.

Het Krijt
Dit was een wereld van varens, cicaden en coniferen. Bloeiende planten begonnen zich nog maar net te ontwikkelen. Het supercontinent Pangea scheurde juist doormidden en de planeet werd door elkaar geschud door enorme vulkanische uitbarstingen. De zeespiegel lag minstens 200 meter hoger dan vandaag, dus stonden de meeste continentale binnenlanden onder water. De gemiddelde temperaturen op aarde lagen 10-15ºC boven de huidige waarden. En niet eventjes, maar miljoenen jaren lang.
Deze wereld was niet alleen maar zonneschijn, grazende dinosaurussen en zacht wuivende palmen. Afzettingen duiden op woeste orkanen, die vanwege de hogere temperatuur van de oceanen veel sterker dan de huidige moeten zijn geweest. In sommige gebieden regende het 4.000 millimeter per jaar. De tropische Atlantische Oceaan was wellicht 42ºC - eerder een warm bad dan een oceaan.
Rond de evenaar lag een brede vochtige gordel met de meeste regenval en de zwaarste stormen; koraalriffen en regenwouden waren er echter nauwelijks. Een veel breder gebied daaromheen, werd gekenmerkt door grote droogte. Hoger op de gematigde breedtegraden was het warm en vochtig, maar in deze gordel deden zich vaak felle branden voor; de fysiologie van de planten was aan de droogte aangepast. Waarschijnlijk stonden er zelfs bossen op de Zuidpool.
Men neemt aan dat het CO2-gehalte zo'n 3 tot 6 keer hoger was dan tegenwoordig, maar de zon was in het Krijt wat minder sterk. Het meeste van die extra CO2 was van vulkanische oorsprong.
De aarde stuurt altijd weer op een evenwicht aan. De planeet als zelfregulerend systeem is in feite het basisprincipe van de Gaia-theorie van James Lovelock. Zijn observatie dat verschillende planetaire mechanismen haast met opzet een temperatuur handhaven die gunstig voor het leven is, klopt precies. Daarom stoten levende mechanismes CO2 uit als er te weinig van is en absorberen ze het als er teveel van komt.
In het Krijt waren enorme kalkplateaus op zee levende koolstofputten. Laag op laag bedekten de schelpen tientallen miljoenen vierkante kilometers op de ondiepe zeebodem. Het duurde een slordige miljoen jaar om 30 meter kalksteen op te bouwen. Ook onder bossen en in moerassen ontstonden grote veengewelven, die gaandeweg tot steenkool werden samengeperst. Tevens werd er veel koolstof opgeslagen in plankton die op de oceaanbodem bezonk als vette lagen organische modder. Dit werd later aardolie.
Nadat de aarde miljoenen jaren lang druk bezig is geweest om gevaarlijk hoge niveaus CO2 uit de atmosfeer te halen, is de mens op dit moment even druk bezig om veel van diezelfde koolstof terug in de atmosfeer te brengen. En de mens is tien miljoen keer beter in het omzetten van koolstof dan alle mosselen, oesters en plankton samen.

In het Krijt ging er in de oceanen iets mis. Het water werd langzaamaan anoxisch: alle zuuurstof en alle leven verdween eruit. Misschien warmden catastrofale uitbarstingen van methaanijs het klimaat zo sterk op dat de oceanen ophielden hun water goed om te zetten. In de atmosfeer begint de convectie van warmte onderaan: warmere lucht zet uit, wordt lichter en stijgt op. Het resultaat is dat de lucht circuleert. In de oceaan loopt de opwarming echter van boven naar beneden. Daarbij blijft de lichtere, warme laag als een deksel op de diepere koude lagen liggen en stopt de zuurstofaanvoer, wat tot massale sterfte leidt.
Een andere hypothese is dat in deze extreme broeikasperiodes een snellere hydrologische kringloop heerste, waarbij zware regenval de voedingsstoffen van het land spoelde en zo voor een wereldwijde algenbloei zorgde. Vergelijk de giftige `rode vloed' die elk jaar aanspoelt voor de kust van China, of de zuurstofloze `dode zone' in de Golf van Mexico, veroorzaakt door uitgeloogde kunstmest die de Mississippi af komt stromen. Hardere winden bliezen de voedingsstoffen naar zee, net zoals zandstormen uit de Sahara tegenwoordig de Atlantische Oceaan bemesten - de woestijnen waren immers in het Krijt veel groter.
Nog een andere verklaring gaat ervan uit dat er in zuidelijk Afrika heet vulkanisch magma duizenden kilometers lange steenkoollagen vergaste. Geologen ontdekten duizenden vertikale rotskanalen, de zogenoemde `brecciepijpen', waardoor zo'n 1.800 gigaton CO2 de atmosfeer ingeblazen zou kunnen zijn.
Een combinatie van alle theorieën verklaart de dramatische opwarming nog het beste. Hoe dan ook, de hele geologische koolstofkringloop liep kortsluiting op, waardoor de aardse klimaatstoppen doorsloegen. Toch kwamen de meeste soorten die in die tijd leefden de crisis op één of andere manier weer te boven. Misschien omdat het allemaal nog relatief langzaam ging.

Slachting in het late Perm
De uitroeiing in het late Perm, zo lijkt het, vond plaats in een periode van razendsnelle broeikasopwarming. De bodemprofielen van een steengroeve in Meishan (China) zijn de gouden maatstaf gaan vormen voor de geologie van toen, omdat daarin de opeenvolging van gesteenten zo scherp afgebakend is. De afzettingen vonden plaats op een ondiepe zeebodem en zitten tjokvol fossielen, elk helemaal aangepast aan hun plek in het ingewikkelde netwerk van ecosystemen van toen. En dan voltrekt zich de ramp. Fossielen verdwijnen en in plaats daarvan verschijnt er een omgewoelde laag klei, met daarin stukjes kwarts en as van een zware vulkaanuitbarsting. Hier bovenop ligt donker kleiïg gesteente, rijk aan organisch materiaal - een veelzeggend teken van de zuurstofarme toestand van de zeebodem. Verder zit er pyriet in (het `goud der dwazen'), dat ook al wijst op een zwavelige, zuurstofarme situatie. De eerdere overvloed aan fossielen is compleet verdwenen. De hele catastrofe is vastgelegd in laagjes van in totaal niet meer dan 12 millimeter.
Eerst viel, bij gebrek aan bergen, de chemische verwering stil. Het CO2-gehalte in de atmosfeer liep gaandeweg op, totdat het vier keer zo hoog was als nu. Als bij een dodelijk spelletje domino leidde dit tot een kettingreactie van feedbackmechanismes, die ieder op hun manier de crisis verergerden. Woestijngebieden breidden zich uit, waardoor er minder CO2 door fotosynthese werd weggevangen. Door de hoge verdamping uit de kustwateren werd het zeewater veel zouter en zwaarder, waardoor - omgekeerd aan vandaag de dag - warm water dieper de oceaan in zakte. In warmer zeewater lost minder zuurstof op en op den duur werd de zee zuurstofloos. Alle hogere levensvormen, van plankton tot haaien, stierven de verstikkingsdood.
Superorkanen hadden genoeg energie om op te stomen naar de Noordpool en terug naar de tropen, en misschien zelfs om de aardbol een paar keer rond te gaan. Wanneer zo'n superorkaan op een kust stuitte, ontstonden springvloeden die geen levend organisme spaarden.
En toch was dat nog maar het begin. Juist tóen werkte zich een gigantische kolom magma omhoog naar de aardkorst, als een mes op het hart van Siberië gericht. Aan het oppervlak barstte het vloeibare gesteente met onvoorstelbaar geweld naar buiten en werden as en vulkanisch puin over honderden kilometers door de lucht weggeslingerd, waarbij de zon werd verduisterd door stof en zwaveldioxide. In de loop van duizenden jaren barstte er steeds meer magma uit, over een gebied dat groter is dan West-Europa.
Uitbarstingen van CO2 en donderbuien met zure regen brachten de broeikas nog verder in een extreme toestand. Het zuurstofgehalte in de atmosfeer zakte naar een schamele 15% (vergeleken met 21% nu). Laag genoeg om elk snel bewegend dier naar adem te laten happen.
En het ergste moest nog komen: uitbarstingen van methaanijs doordat warm water de diepere oceaanlagen bereikte. De opwarming van de aarde sloeg op hol.
Als methaangas van de zeebodem opstijgt, verschijnen er bellen, omdat opgelost gas door de dalende waterdruk gaat bruisen - net zoals een fles frisdrank gaat spuiten waar je de dop te snel van afhaalt. Deze bellen verhogen de opwaartse druk, waardoor het pakket water nog sneller gaat stijgen. Terwijl het water zichzelf omhoog stuwt en een explosieve kracht ontwikkelt, wordt ook het omringende water meegesleurd, waardoor de beweging zich verspreidt. Aan het oppervlak schiet het water honderden meters de lucht in als het vrijgekomen gas de atmosfeer in knalt. Schokgolven planten zich in alle richtingen voort, wat in de omgeving weer tot nieuwe uitbarstingen leidt.
Het methaan-luchtmengsel kan door bliksem of een ander soort vonk in brand vliegen, waarbij angstaanjagende vuurballen door de lucht razen. Explosies in de grootste methaanwolken zouden schokgolven kunnen genereren die zich sneller voortplanten dan het geluid en alles op hun weg verdampen. Bij een supersonische klap is het de luchtdruk van de schokgolf zelf die het methaan-luchtmengsel aansteekt. Een grote oceanische methaanuitbarsting, "zou een energie vrijmaken die overeenkomt met 108 megaton TNT, oftewel zo'n 10.000 keer de wereldvoorraad nucleaire wapens". Zo'n wereldomvattende brand zou op de korte termijn zelfs voor afkoeling kunnen zorgen, als een soort nucleaire winter.
De vermoedelijke gevolgen hiervan voor de planten en dieren in het Perm zijn nauwelijks voorstelbaar. In hele hoge concentraties vernietigt methaan bovendien ozon. Zo zou de UV-straling aan het aardoppervlak van de aarde zeven keer zo sterk kunnen zijn geworden. Dat alleen al zou een belangrijke oorzaak van de uitsterving kunnen zijn. Met al die rampen die de één na de ander op de aarde werden losgelaten, kan het nauwelijks een verrassing zijn dat de massale uitsterving aan het eind van het Perm alle andere ruimschoots overschaduwt.

Back to the future
Was de crisis aan het eind van het Perm misschien de moeder van alle rampen, de verschillen met de huidige omstandigheden zijn groot. Anderzijds zijn er aspecten van de huidige broeikascrisis die juist bij uitstek zorgwekkend zijn, zelfs ten opzichte van de gruwelen van toen. Er is, grotendeels onafhankelijk van de opwarming van de aarde, al een uitroeiing gaande, de Antropocene Massale Uitsterving. Er zijn zoveel planten en dieren in aantal drastisch achteruit gegaan en tot aan de rand van hun voortbestaan gedrongen, dat de natuurlijke wereld minder veerkrachtig is en minder verandering aankan dan in het late Perm. Wat er nog rest van de natuur bestaat uit `reservaten': eilandjes, belegerd door agrarische en stedelijke woestijnen. Wanneer de temperatuur stijgt en de echte woestijnen opschuiven naar de gematigde breedtegraden, zullen die eilandjes één voor één worden bedolven, voorgoed uit de weg geruimd door het veranderende klimaat.
Bedenk ook eens hoe snel de veranderingen gaan. Zelfs op het hoogste niveau van vulkanische CO2-uitstoot duurt het duizenden jaren voordat er enig effect op het klimaat te meten valt. Wij leveren datzelfde kunststukje in een paar tientallen jaren. Wij kunnen honderd maal sneller eenzelfde niveau van opwarming halen, dan tijdens de grootste catastrofe die de wereld ooit heeft gekend.
Uiteraard hebben we met onze CO2-uitstoot niets kwaads in de zin; het hoort gewoon bij het moderne leven. Maar voor de biosfeer doet dat er nauwelijks toe. Want als we zoveel mogelijk leven op aarde zouden willen vernietigen, dan kunnen we dat niet beter doen dan zoals nu.
Veel mensen hebben instinctief het gevoel dat wij nooit echt serieuze invloed kunnen hebben op zoiets groots als de planeet. Maar ga dan eens aan de rand van een drukke snelweg staan en kijk eens omhoog. Bedenk dat de atmosfeer op 7.000 meter boven je hoofd alweer ophoudt. En sta er dan eens bij stil hoeveel andere snelwegen er inmiddels kris-kras over onze planeet lopen, van Bangkok tot Berlijn, allemaal tjokvol auto's en vrachtwagens, elk met een uitlaatpijp die doorlopend CO2 en andere gassen uitademt. En denk daar dan ook al die elektriciteitscentrales bij, al die vliegtuigen, al die verbrandingsketels en gashaarden - alleen al goed voor 80 miljoen vaten olie per dag. Of kijk eens naar een samengestelde satellietfoto van de aarde `s nachts, en zie hoe elk continent oplicht door een warrig spinneweb van steden. En verwonder je over het visuele geheel van deze overmaat aan doorlopende menselijke energieconsumptie. Dan lijkt het misschien minder verbazend dat de CO2-concentratie elk jaar hoger is dan het jaar daarvoor en dat je elke keer dat je ademhaalt meer CO2 binnenkrijgt dan welke mens dan ook vóór jou in de hele evolutionaire geschiedenis van onze soort heeft gedaan. Dan kan het toch ook nauwelijks meer een verrassing zijn dat het klimaat zo snel verandert. Het zou pas een verrassing zijn als alles gewoon z'n gangetje bleef gaan.


GEVOLGEN VOOR DE NATUUR

Eén graad

Het regenwoud van Queensland...
Het regenwoud in de Queensland Wet Tropics (Australië) is een werelderfgoed. Het herbergt 700 plantensoorten die nergens anders op aarde te vinden zijn. Het is ook een van de plekken op aarde die het gevoeligst zijn voor klimaatverandering. Een opwarming van slechts 1ºC zal er verwoestende gevolgen hebben. Het regenwoud in Queensland groeit namelijk op heuvelachtig terrein. Deze ondergrond strekt zich uit vanaf het witte strand aan de oceaan, tot op hoogtes van 1.500 meter en soms meer. Veel van de unieke soorten komen alleen boven bepaalde hoogtes voor. Zo tref je er een ringstaartopossum alleen boven 800 meter hoogte aan en leven veel vogels, reptielen en kikkers uitsluitend bovenin de bergen. Met het opwarmen van het klimaat schuiven de temperatuurzones steeds verder de hellingen op en scheppen steeds kleinere habitat-eilandjes, totdat de soorten uiteindelijk niets overhouden. Net als de soorten op de Noordpool worden zij letterlijk de planeet afgedrukt.

...en de Great Barrier Reef
Slechts een paar kilometer verder ligt nog een erfgoed: het Great Barrier Reef. Dit is het grootste en meest ongerepte koraalrif van de wereld, een enorme onderzeese muur van koraal, die met zijn 2.300 strekkende kilometers langs de noordoostkust van Australië het grootste natuurlijke object op aarde vormt. Als één van de meest spectaculaire en diverse ecosystemen op de planeet vormt het rif het leefgebied voor 1.500 soorten vis, 359 soorten hard koraal, 175 soorten vogels en meer dan 30 soorten zoogdieren. Het is één van de laatste toevluchtsoorden voor de zeekoe en herbergt zes van de zeven soorten bedreigde zeeschilpadden ter wereld.
Maar de oceanen zijn aan het opwarmen en dat zet dit unieke ecosysteem op een spoor van aftakeling waarvan het niet meer herstelt. Koraalriffen zijn in feite de uitwendige skeletten die door miljarden piepkleine koraalpoliepjes worden aangemaakt, wanneer zij calciumcarbonaat uitscheiden in de vorm van takken, waaiers en bollen. Deze onderdelen groeien dan in de loop van duizenden jaren aan elkaar tot een rif. Op elke poliep leven algen, hele kleine plantjes, in symbiose met hun dierlijke gastheer. Beide partijen varen daar wel bij; het koraal krijgt de suikers van de algen, terwijl de algen voedingsstoffen halen uit de afvalproducten van de poliep. Maar deze knusse relatie kan alleen bestaan onder de juiste aquatische omstandigheden. Boven de 30ºC worden de algen verjaagd en sterft het `verbleekte' koraal snel af, tenzij er snel weer kouder water bijkomt.
In 1998 deed zich de eerste massale koraalverbleking op het Great Barrier Reef voor en in 2002 opnieuw. Sindsdien is de situatie steeds verder verslechterd. In 2002 was 60-95% van het hele mariene park in zekere mate verbleekt. Van riffen dichtbij het strand, in het heetste water, was vrijwel niets meer over. In de Caraïbische Zee is van het koraal bij de Maagdeneilanden 80 à 90 procent verbleekt, bij de Nederlandse Antillen is het 85 procent.
Met minder dan 1ºC wereldwijde opwarming in de atmosfeer zullen de zeeën rond 2020 zoveel warmer zijn geworden, dat 1998 met zijn massale verblekingen op het Great Barrier Reef een `normaal' jaar zal zijn.

Uitsterven
De gouden pad uit Costa Rica wordt vaak genoemd als het eerste bekende geval van uitsterving door klimaatverandering. Het is de `kanarie in de kolenmijn'. In 1987 werd deze lichtgevende, oranje amfibie er nog met honderden tegelijk waargenomen, verzameld rond poelen in het bos, klaar om te paren. Maar gevaar dreigde: de herpetoloog die getuige was van de laatste wilde paringsdans van gouden padden, zag ook hoe de eitjes daarna achterbleven in de opdrogende poelen. Slechts 29 donderkopjes haalden het eind van de eerste week, terwijl er 43.500 eitjes lagen te verdrogen en te rotten. Het jaar daarop was er nog maar één enkel, solitair mannetje, en een jaar later, in 1989, dook datzelfde mannetje opnieuw op. Die dag, 15 mei 1989, was de laatste keer dat iemand een gouden pad zag. Uiteindelijk werd hij in 2004 bijgeschreven op de lijst van uitgestorven soorten. De doodsoorzaak lijkt te zijn geweest dat de mist die het bos voedt met kleine druppeltjes uit de vochtige wolken, in zijn geheel is opgetrokken. Met de opwarming van de lucht in de bergen kwam de onderkant van de wolken domweg boven het bos te liggen, zodat de broedpoelen van de gouden pad droogvielen.

Twee graden

Oceanen sterven...
De zuurgraad van de oceanen kan zakken van 8,2 naar 7,7. Bovendien worden de oceanen warmer. Dan zal plankton massaal sterven en daarmee sterft de oceaan. Mosselen en oesters lossen domweg op en tropische koralen verpulveren. "Deze zee-organismen verlenen de mensheid een enorme dienst door de helft van de CO2 die wij aanmaken te absorberen. Als wij ze van de kaart vegen komt dat proces stil te liggen. We zijn de hele chemische samenstelling van de oceanen aan het veranderen, zonder enig idee van de gevolgen."
Het fytoplankton uitroeien door de oceanen te verzuren is net zoiets als onkruidverdelger spuiten over alle vegetatie ter wereld, van regenwouden en prairies tot de arctische toendra, en het zal al net zulke rampzalige gevolgen hebben. Zoals de woestijnen het land in beslag zullen nemen wanneer de opwarming steeds sneller gaat, zo zullen de mariene woestijnen zich in de oceanen verspreiden wanneer de opwarming en verzuring hun onvermijdelijke tol komen eisen.

...en ijsberen en ...
IJsberen en walrussen zullen het verdwijnen van het noordpoolijs niet overleven. In feite zal met het stijgen van de temperatuur en het achteruitgaan van het pakijs de hele voedselkringloop veranderen, van het plankton dat in zee de primaire producent vormt, tot de vissen, vogels en zoogdieren. Op het land gaan rendieren massaal de hongerdood tegemoet wanneer er in plaats van sneeuw ijskoude regen gaat vallen, die de planten die zij afgrazen inpakt in een dikke laag ijs. Sommige vogelsoorten, zoals de keizergans, zullen volgens voorspellingen meer dan de helft van hun leefgebied kwijtraken. Ook zoetwatervissen als de beekridder, de vlagzalm en de snoek zullen door het warmere water achteruitgaan. Hoewel warmte-minnende soorten er voordeel van hebben en verder naar het noorden zullen trekken, zullen noordpool-soorten die aan de kou zijn aangepast in hun bestaan worden bedreigd, en misschien niet aan uitsterving kunnen ontkomen. En ook het landschap zelf zal veranderen.
De `arctische aanjager' van de wereldwijde opwarming is de boosdoener. Deze houdt in dat een wereldwijde temperatuurstijging van 2ºC tegen het jaar 2050 op de noordpool tot een opwarming leidt van ergens tussen de 3,2 en 6,6ºC. De snelheid van die verschuiving zou minimaal een halve graad per 10 jaar zijn, en maximaal 1,5ºC. Zo'n snelle opwarming slaat niet alleen alles dat de regio de laatste honderdduizenden jaren heeft meegemaakt, maar gaat bovendien het tempo te boven waarin planten, dieren en ook mensen zich kunnen aanpassen. Ze zullen allemaal moeten vechten om deze eeuw te overleven.

Zesde massale uitsterving en erger
De klimaatverandering had niet op een slechter moment kunnen komen. We bevinden ons nu al in wat de biologen de zesde massale uitsterving op aarde noemen - de vijfde was het uitsterven van de dinosaurussen. Door de gecombineerde druk van verlies aan leefgebied, de jacht, de vervuiling, het menselijk gebruik van hulpbronnen en de introductie van zich snel verspreidende soorten in nieuwe gebieden, zijn natuurlijke soorten al 100 tot 1000 keer zo snel aan het uitsterven als evolutionair normaal is. In het meest omvattende onderzoek naar de gezondheid van de aarde dat ooit is gedaan, de Millennium Ecosystem Assessment van de VN, concludeerden 1.360 experts uit 95 landen dat van de ecosystemen waarvan mensen afhankelijk zijn maar liefst tweederde achteruitgaat of niet duurzaam wordt gebruikt. Een stijging van 2ºC daarbovenop, met een plausibele 0,4ºC per tien jaar, zou rampzalige gevolgen hebben.
Wanneer ecosystemen uit elkaar getrokken worden, verdwijnt de synchronisatie tussen soorten die fijn op elkaar afgestemd waren. Ook zijn dieren en planten doorgaans in hoge mate aangepast aan hun geografische leefgebied. Zo zullen kalkgraslanden niet met succes naar het noorden kunnen verhuizen als de ondergrond in koelere luchtstreken overal uit klei of graniet bestaat. Nog zo'n probleem is de fragmentatie van leefgebieden: steden, agrarische monocultuur-`woestijnen' en grote snelwegen vormen onoverbrugbare obstakels voor de migratie van soorten.
Door de klimaatverandering wordt de hele basis van plaatsgebonden natuurbescherming twijfelachtig. Het is volstrekt zinloos om een plek tot natuurreservaat te verklaren als alle soorten die er leven de komende decennia naar het noorden moeten vluchten om te voorkomen dat ze uitsterven.
Ditt klimatologische 'kader' waarin soorten leven verschaft ons tegelijk de benadering voor wat wel eens één van de belangrijkste wetenschappelijke artikelen kan blijken te zijn die ooit zijn geschreven. Zo maakten de ecoloog Chris Thomas en collega's in Nature bekend dat volgens hun modellen meer dan eenderde van alle soorten "tot uitsterving zal zijn veroordeeld" tegen de tijd dat de temperatuur in 2050 wereldwijd 2ºC is gestegen. "Ruim een miljoen soorten zou als gevolg van klimaatverandering met uitsterven bedreigd kunnen worden." Het is omgekeerd aan Darwin's boek The Origin of Species nu The End of Species.
Sta eens stil bij de gedachte dat levende soorten, die er miljoenen jaren over deden om op deze planeet te evolueren, binnen één enkele generatie mensen voorgoed vernietigd gaan worden. Dat het leven met al zijn fascinerende uitbundigheid zo snel is uit te wissen en zo deprimerend definitief. De volgende eeuw zou wel eens een `Eeuw van Eenzaamheid' kunnen worden, waarin de mensheid haast moederziel alleen rondloopt op een verwoeste planeet.
De hele menselijke samenleving is uiteindelijk afhankelijk van natuurlijke ecosystemen. Van vis tot brandhout, de overvloed van de natuur schenkt ons voedsel, onderdak, warmte en kleding. De bodem zou ongeschikt voor landbouw zijn als de bacteriën de organische stof daarin niet zouden afbreken. Gewassen zouden niet in het zaad schieten als ze niet door bijen werden bestoven. We zouden de lucht niet kunnen inademen als bomen en plankton niet voor fotosynthese zouden zorgen. Water zou ondrinkbaar zijn als het niet door bossen en wetlands zou worden gezuiverd. En functionerende ecosystemen kunnen niet kunstmatig worden nagebouwd, dat is gebleken. Het leven houdt ons in leven en wij zijn het op eigen risico aan het vernietigen.

Drie graden

Het verloren paradijs
Conan Doyle baseerde zijn roman over de Verloren Wereld op een plek in een uithoek van Venezuela waar ongelofelijke tafelbergen, even fabelachtig als ontoegankelijk, ook écht oprijzen als in mist gehulde, verticale schepen, drijvend in een zee van bomen. En hij zat er niet ver naast toen hij zich de vreemde wezens voorstelde die er bovenop leefden. Felle lanspuntslangen, niet-springende padden, jaguars en klimmende ratten: deze geïsoleerde, steile reuzeblokken zijn bepaald uniek.
Bovenop de vlakke top groeit er weelderige vegetatie, die varieert van glooiende weilanden tot dichte bosjes sappige bromelia's. Op sommige is 60% van de planten nergens anders ter wereld te vinden. De meeste worden door ecologen geclassificeerd als ongerept, zo geïsoleerd liggen ze van de menselijke invloeden als brand en ontbossing die elders de biodiversiteit bedreigen.
Door de opwarming van de wereld zal de temperatuur juist boven de tolerantiedrempel van de planten uitstijgen. De wereld van Conan Doyle zal werkelijk verloren gaan en dit keer voorgoed.
Van de diepste oceaan tot de ijskoude wildernis van de antarctische ijskap, de klimaatverandering zal een impact hebben die eerst niet waarneembaar is, maar geleidelijk aan voor meer ontwrichting zorgt, en waarbij klimaatzones verschuiven en natuurlijke systemen uit elkaar vallen. Meer dan de helft van de planten in Europa komt bij 3ºC op de Rode Lijst te staan, of is op weg naar hun gewisse ondergang.

Een golf van vernietiging
Deze golf van vernietiging heeft een eenvoudige oorzaak. De verschillende klimaten waaraan deze soorten zich de afgelopen honderdduizenden jaren hebben aangepast, verdwijnen. Een fascinerend, zij het ook deprimerend onderzoek, heeft precies in kaart gebracht welke gebieden het zwaarst getroffen zullen worden. Op de lijst staan het Andesgebied in Colombia en Peru, het Riftgebergte in Afrika, de Hooglanden van Zambia en Angola, de Kaapprovincie in Zuid-Afrika, het zuidoosten van Australië, delen van de Himalaya, de archipels van Indonesië en de Filippijnen en de gebieden rond de Noordpool. Laat dat nou precies zijn met de grootste biodiversiteit.
Maar het is nog erger. Toen de wereld bijvoorbeeld tegen het einde van de laatste ijstijd warmer begon te worden, wisten bomen en andere planten hun leefgebied per eeuw maximaal 200 km te verleggen, terwijl de meeste zelfs nog veel langzamer gingen. Ga nu na hoe groot de afstand is tussen de plek waar een bepaald klimaat vandaag de dag heerst, en waar het zich in de toekomst zal vestigen, en dan wordt de ernst van de situatie pas goed zichtbaar. Zelfs als we het ruim nemen en ervan uitgaan dat 500 kilometer opschuiven haalbaar is, dan nog zullen planten en dieren die tussen de 40-85% van het aardoppervlak bewonen, hun klimaat zien verdwijnen.
Soorten waarvan het leefgebied al grotendeels verdwenen is, noemen ecologen 'levende doden'. Het is als de Ark van Noach, maar dan omgekeerd. Wegkwijnende groepen planten en dieren van boskikkers tot ijsberen maken zich op om voorgoed van het wereldtoneel te verdwijnen. Tussen eenderde en de helft van alle nu levende soorten zal rond 2050 tot de categorie van de 'levende doden' horen.
De wereld zal niet meer meemaken hoe de paradijsvogel tijdens zijn paringsdans met zijn verentooi loopt te pronken, of hoe de bultrug zijn aangrijpende liederen zingt. Laat niemand de gevolgen in twijfel trekken. De zesde massale uitroeiing van het leven is al in volle gang nu de temperatuurstijging wereldwijd op weg is naar de 3ºC. Het Tijdperk van de Eenzaamheid is aangebroken.

Vier graden

Het zand van Europa
In hun oorspronkelijke staat houden ecosystemen houden de aarde leefbaar. Plankton geeft bijvoorbeeld een gas af dat wolken helpt vormen, terwijl bomen in het Amazone-regenwoud hun eigen onweer genereren door water over grote afstand te recyclen. Op de lange termijn helpt de oceaan het gehalte CO2 in de lucht op een aanvaardbaar niveau te houden door koolzuur neer te laten slaan in sedimenten die vervolgens kalk en zandsteen vormen. Op het land versnellen planten het chemische verweringsproces van de bodem en ook daarbij wordt koolstof gebonden.
Maar deze natuurlijke ecosystemen zijn ernstig in hun omvang beknot. Het grootste deel van de vruchtbare bodem op deze planeet is beroofd van zijn oorspronkelijke bomen en planten en bestemd tot landbouwgrond om mensen te voeden. Van spiering tot kabeljauw is alles door gigantische fabrieksschepen uit de wereldzeeën gevist. In totaal heeft de mens zich inmiddels 40% van alle fotosynthetische productiviteit op de planeet toegeëigend. De rest van alle leven mag wat scharrelen in de marge, in gebieden die voorlopig nog te warm, te koud, te hoog of te diep zijn om voor ons van nut te zijn.
Het is zo ongeveer als de ingenieurs van Tsjernobyl die zo onverstandig waren om de temperatuur op te schroeven nadat ze de veiligheidssystemen van de reactor buiten werking hadden gesteld: we hebben de thermostaat van de aarde buiten werking gesteld door de bossen te kappen en de zee te vervuilen, net op het moment dat we er de grootste behoefte aan hebben. Het is een experiment van de mens om de temperatuur omhoog te draaien met miljarden tonnen broeikasgas en tegelijk de natuurlijke ecosystemen buiten werking te stellen die het klimaat nog kunnen reguleren. Het gevolg voor de aarde is even voorspelbaar als dat van de Sovjet-technici in hun experiment met de reactor van Tsjernobyl. De boel implodeert. Bij 4ºC warmer is dat rampzalige proces al een flink eind op streek.


DE KEUZE VOOR DE TOEKOMST


Welk emissiepad leidt naar welk temperatuurniveau?
Het ziet er niet best uit. Al onze moeite - emissierechtenhandel, lichten uitdoen, Kyotoprotocol, enz. - heeft tot nu toe een effect gehad van nul komma nul. Elke dag raken we verder weg van de `stabilisatieroutes' van het IPCC.
De temperatuur stijgt door de thermische traagheid van de planeet sowieso nog met 0,5 à 1ºC, zelfs als de atmosferische concentratie van broeikasgassen snel stabiliseert. De gletsjers in de Alpen en de schitterende koraalriffen zijn ten dode opgeschreven door gebeurtenissen in het verleden. In het noordpoolgebied zitten we dicht bij een omslagpunt.
In dit hoofdstuk draait het om de vraag: welk emissiepad leidt naar welk temperatuurniveau? De meeste modellen komen bij een verdubbeling van het pre-industriële kooldioxidegehalte, van rond de 280 naar 550 ppm, op de lange duur uit op een temperatuurstijging van 3ºC. Maar dat is een gemiddelde. Soms komt er een ongelofelijke 11ºC uit.
Een hindernis voor het berekenen van de klimaatgevoeligheid is het verschijnsel van `global dimming', de kortstondige afkoeling door sulfaat-aërosolen. Aërosolen worden meestal binnen een paar dagen door de regen uit de atmosfeer gewassen, terwijl CO2 gemiddeld een eeuw blijft hangen. Als deze vorm van vervuiling de komende decennia afneemt, zouden de temperaturen wel eens tot helemaal bovenin de IPCC-berekeningen kunnen komen; volgens de laatste onderzoeken dichter bij de 6ºC dan bij de 2ºC.
Ook blijft het verschil tussen de modellen en de paleoklimatologische gegevens verontrustend. Het Plioceen had bij het huidige CO2-niveau waarschijnlijk een opwarming van ongeveer 3ºC. Òf de fossiele gegevens over de temperatuur en CO2-niveaus in het verleden kloppen niet, òf de modellen onderschatten de terugkoppelingen in het klimaat. Ze kunnen niet allebei waar zijn.
Mogelijk vormen de klimatologische feedbacks en interacties die niet in de modellen zitten de ontbrekende schakel. Er zijn veel feedbackmechanismes waarvan de onzekerheden domweg niet te kwantificeren zijn. Snelle feedbackmechanismes als veranderingen in waterdamp, wolken, stof in de atmosfeer, pakijs en sneeuw zijn ruimschoots in de modellen verwerkt. Tel ze allemaal op en je krijgt het algemeen aanvaarde getal van 3ºC stijging bij een verdubbeling van de CO2. Maar tragere feedbackmechanismes zijn niet goed in de modellen opgenomen. Dan gaat het bijvoorbeeld om het instorten van ijsvelden en om veranderingen in het broeikasgas door verschuivingen in de vegetatie en de koolstofcyclus. Zij verdubbelen, volgens Jim Hansen van NASA, de klimaatgevoeligheid op de langere termijn: 3ºC wordt zo 6ºC.
De modellenmakers zijn de schade aan het inhalen en die andere terugkoppelingseffecten worden nu zorgvuldig bestudeerd. Nieuwe studies wekken de indruk dat de discrepantie tussen de modellen en de paleoklimatologie uiteindelijk zal worden beslist in het voordeel van de laatste; geen geruststellend vooruitzicht.

Een doel stellen
Zelfs als we de toename van CO2 morgen stilleggen, is nog de `1ºC-wereld' onvermijdelijk. De modellen suggereren dat we wel nog de tijd hebben om het klimaat binnen de 2ºC te stabiliseren. Dat behoed in principe het gros van de mondiale biodiversiteit voor uitsterven, het remt het wegsmelten van Groenland af en de bijbehorende zeespiegelstijging blijft op een acceptabel niveau. Ook kunnen we dan de gevaarlijke, versterkende feedbackmechanismes vermijden die op gang komen bij 3ºC opwarming.
Deze feedback vermijden is van absoluut levensbelang. Ergens boven de 2ºC ligt het `omslagpunt' waarbij de Amazone bezwijkt. Dan zouden er nog eens 250 ppm aan CO2 in de atmosfeer kunnen stromen, wat ons rechtstreeks de 4ºC-wereld binnenloodst. Eenmaal daar brengen de hoeveelheden koolstof en methaan uit de dooi van Siberische permafrost ons misschien in één keer naar de 5ºC-wereld. Op dat niveau van opwarming moeten we serieus rekening houden met het ontsnappen van methaanijs uit zee, wat ons de massale uitsterving in zou slingeren die hoort bij de apocalyptische 6ºC.
De boodschap is even duidelijk als afschrikwekkend: willen we de mensheid en de planeet redden van de ergste massale uitroeiing aller tijden, dan moeten we bij 2ºC stoppen.
Een academisch analist heeft berekend dat er een kans van 7% is dat we vanwege de thermische traagheid 2ºC opwarming nu al onvermijdelijk is. Elk jaar dat voorbijgaat, stijgt die kans. Over 6 jaar hebben we nog maar 75 procent om het 2ºC-doel te halen. Dat is beslist geen goede kans om mee te gokken als de planeet de inzet is.
We móeten stabiliseren op 400 ppm. Dat is het cruciale vraagstuk hoe waarvoor de mensheid zich gesteld ziet; het is vele malen belangrijker dan terrorisme, misdaad, gezondheidszorg, onderwijs, of wat dan ook. Bij een twee-gradendoelstelling moet voor 2015, dus in de komende zes jaar, de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd over zijn top zijn. Alle doelstellingen van het huidige klimaatbeleid - van 450 ppm tot 550 ppm - zijn hopeloos inconsequent. Wat voor mensen politiek realistisch is, staat helemaal los van wat voor de planeet natuurkundig realistisch is. Volgens de huidige stand van de wetenschap is een afname nodig van 60% in 2030 en van 85 procent in 2050.
Iedereen 60% afname zou, gezien de verschillen in de wereld, volstrekt onrechtvaardig zijn. Er is een compromis nodig dat bekend staat als Contraction and Convergence (Verminderen van emissies en verschillen). Daarbij zouden alle landen, op een afgesproken datum, uitkomen op een gelijke portie uitstoot per persoon, en het totale niveau zou duurzaam zijn. Dat zou een historische overeenkomst zijn: de armen zouden gelijkheid krijgen, terwijl iedereen (inclusief de rijken) zou overleven. Voor Nederland moet zo de vermindering misschien in 2030 al wel 85% zijn.
Dus om het maar eventjes bot te zeggen: de conclusie van dit boek is dat we nog maar 6 jaar hebben om de wereldwijde uitstoot op zijn hoogste punt te brengen; zoniet dan moeten we de escalerende gevaren van een uit de hand gelopen opwarming onder ogen zien. Dat is wat de wetenschap ons vertelt, zelfs op basis van niet te sombere aannames. Om eerlijk te zijn, we staan er niet goed voor. De koolstofuitstoot is nog nooit zo hoog geweest en groeit nog steeds snel. De VS stoot nu 16% meer CO2 uit dan in 1990. Intussen is de totale emissie van China met een nog hoger percentage gestegen, al ligt die per persoon veel lager. Economisch voorziet men een stijging in de wereldwijde energiebehoefte in 2030 met meer dan de helft. Dan wordt het een gokspel, waarin we feitelijk geen schijn van kans hebben. Hoe verder de emissie stijgt, hoe meer de kans verkeken is. Kop - de opwarming wint; munt - wij verliezen. Het is zoiets is als Russisch roulette met een Luger in plaats van met een revolver. Eén kogel, één kamer - en wij halen de trekker over.

Een reality check
Als het makkelijk was om fossiele brandstoffen op te geven, was het vast allang gebeurd, of zouden we in ieder geval al een flink eind op de goede weg zijn, in plaats van in volle vaart en kennelijk met volle overtuiging op de verkeerde weg. Laten we het maar openlijk toegeven: een instantoplossing bestaat niet. We zijn te afhankelijk van fossiele brandstoffen. Zonder massale energietoevoer zou de maatschappij al snel krakend tot stilstand komen en zouden er miljarden omkomen van de honger. De Homo sapiens is dankzij de brandstoffen uit het ecologische keurslijf ontsnapt. Wij veranderen fossiele brandstoffen in voedsel, en wat niet al.
Daarnaast heeft de evolutie ons psychologisch zo geconditioneerd dat we niet reageren op dreigingen als we die reactie tot later kunnen uitstellen. We zijn goed in het mobiliseren voor de directe strijd, maar minder goed in het voorkomen van moeilijkheden die nog ver vóór ons liggen. Daarom is `ontkenning' waarschijnlijk de meest passende term om de reactie van zowel individuen als van de maatschappij te typeren. Dat is hetzelfde mentale vermogen dat rokers gebruiken om zichzelf wijs te maken dat ze niet eerder doodgaan.
Volgens psychologen is ontkenning een manier voor mensen om de tegenstrijdigheid op te lossen, die ontstaat als nieuwe informatie diep gekoesterde denkbeelden of gedragspatronen ter discussie stelt. Dat maakt dat het domweg verstrekken van meer feiten over klimaatverandering mensen niet noodzakelijkerwijs doet besluiten om er echt iets aan te doen.
Voor een deel is het een maatschappelijk probleem. We hebben allemaal bevestiging van onze omgeving nodig en als die omgeving zich op een manier gedraagt die onze ideeën over klimaatverandering ondermijnt, kunnen we ons vervreemd gaan voelen in plaats van tevreden. Veel mensen gaan dan iemand anders de schuld geven: de Hummerbezitter, de VS of China.
Klimaatverandering is een klassiek probleem van `de tragiek van het gemeenschapsgoed' (tragedy of the commons) . Daarbij is gedrag dat zinnig is op individueel niveau, als iedereen hetzelfde doet uiteindelijk rampzalig voor de gemeenschap. Neem het voorbeeld van veehouders die hun koeien laten grazen op de gemeenschappelijke weidegrond. Elke boer heeft er individueel profijt van als hij er nog een koe bij zet. Maar als alle boeren dat op die manier zouden doen, leidt dat tot overbegrazing en de vernietiging van de gemeenschappelijke grond.
In het algemeen zou je kunnen stellen, dat het hele economische systeem van de moderne westerse samenleving gebaseerd is op ontkenning en dan in het bijzonder de ontkenning van grondstofschaarste. Schoolkinderen leren dat de grondstoffen die de aarde ons verschaft, in de categorie `gratis goederen' vallen, en als bij toverslag verschijnen aan het begin van het economische proces. Ook alle diensten van ecosystemen waar de menselijke soort gebruik van maakt, vallen onder deze `gratis goederen'. Ze worden geacht geen financiële waarde te hebben, en vallen buiten de conventionele economische boekhouding.
Het bruto nationaal product telt de waarde van productie en consumptie bij elkaar op, zonder daarin de duurzaamheid van het proces te betrekken. In een meesterzet van creatief boekhouden telt de gangbare economie zodoende de uitputting van hulpbronnen als toenemende rijkdom. Dat staat gelijk aan iemand die al het geld op zijn rekening uitgeeft en dat als `inkomen' telt. Het is absurd, maar die absurditeit is wel de hoeksteen van onze hele economie.
Met deze maatschappelijke functiestoornis in het achterhoofd is het misschien niet helemaal eerlijk om individuen er de schuld van te geven dat ze de klimaatverandering niet onder ogen willen zien. We zijn allemaal pionnen in het spel van de wereldwijde opwarming. Maar we zijn niet geheel machteloos en ook niet geheel vrij van schuld. De collectieve hand die de pionnen verzet, is de onze.

Oliepiek
Steeds meer goed ingelichte mensen komen tot de conclusie dat de olieproductie dicht bij zijn maximum zit. Daarmee doemt het spookbeeld van een ongekende energiecrisis op. Er zijn goede redenen om aan te nemen dat deze mensen wel eens gelijk kunnen hebben. Sinds 1980 hebben we elk jaar meer aardolie verbruikt dan er ontdekt werd. Sommige analisten opperen dat de echte oliepiek zich nu al voordoet, of zelfs al achter ons kan liggen.
Dit komt deels door een simpel geologisch feit: aardolie is namelijk uiterst zeldzaam. Een olieveld ontstaat pas, als er aan een reeks van onwaarschijnlijke voorwaarden is voldaan. Er moet zich een grote hoeveelheid koolstof ophopen op een anoxische zeebodem. Dit koolstofrijke sediment moet zich zo vormen en samenpakken, dat het water eruit wordt geperst terwijl het zelf toch doordringbaar blijft. Daarvoor moeten er genoeg poriën zijn waar de olie doorheen naar buiten kan lekken, waarna die zich verzamelt in een reservoir van poreuze steen erboven. Dan moet deze doordringbare laag afgesloten zijn door een ondoordringbare laag daarboven, dat als een soort deksel voorkomt dat de olie naar de oppervlakte weglekt. Verder moet hij precies op de juiste diepte zijn begraven om door de geothermische warmte op de juiste temperatuur te worden `gekookt'. Als de temperatuur te laag is gebeurt er niets, maar als ze te hoog is, wordt er gas in plaats van aardolie gevormd. En tenslotte moet deze onwaarschijnlijke combinatie van omstandigheden verpakt zitten in een soort omgekeerde `U'. Deze vangt de olie op in een holte onder het afsluitingsgesteente, zodat die niet kan ontsnappen, net als een luchtbel die onder het plafond van een ondergelopen grot gevangen zit. Alleen wanneer aan al die voorwaarden is voldaan, worden de oude plankton-lijkjes waarschijnlijk miljoenen jaren later door ons ontdekt in de vorm van laagzwavelige ruwe aardolie.
Veruit het grootste veld ter wereld, Ghawar in Saudi-Arabië, produceert een verbijsterende 5 miljoen vaten olie per dag en is daarmee goed voor de helft van de Saudische olieproductie. Het kan best zijn dat Ghawar al over zijn top heen is - daar zeggen de Saudiërs niets over - en het is bekend dat men de hoge productie alleen maar handhaaft door grote hoeveelheden zeewater te injecteren om de resterende olie naar boven te duwen.
Inmiddels hebben geologen de aardbol praktisch helemaal geïnspecteerd en de kans dat men in de speurtocht naar aardolie ergens een veld zoals Ghawar over het hoofd heeft gezien, lijkt te verwaarlozen. Nu de huidige voorraden worden opgebruikt zonder dat er nieuwe worden gevonden, lijkt het `oliepiek'-gezelschap dus wel een punt te hebben.
Er is een verwarrende overlap tussen de vraagstukken over de oliepiek en de klimaatverandering. Je zou zeggen dat een dalende olietoevoer goed is voor de stabilisering van het klimaat. Die dwingt ons immers om van fossiele brandstoffen af te stappen - iets wat we waarschijnlijk niet vrijwillig zullen doen. Bovendien maakt de hoge energieprijs mensen zuiniger en daarmee neemt de uitstoot af. Hoge olieprijzen verbeteren ook de concurrentiepositie voor hernieuwbare energiebronnen, wat de investeringen in wind- en zonne-energie ten goede komt.
Maar aardolie is niet de enige fossiele brandstof. Steenkolen wekken nog altijd het grootste deel van de elektriciteit ter wereld op en dragen meer bij aan de uitstoot van broeikasgassen dan olie. Dat geldt ook voor synthetische brandstoffen uit steenkool en de extractie van olie uit teerzanden in Canada.
De wereldgasvoorraad houdt het langer vol dan olie, maar is ook niet onbeperkt. De schattingen over de `gaspiek' lopen uiteen van 10 tot 80 jaar na nu. En tegen de tijd dat de conventionele gaswinning wereldwijd terugloopt, zijn de energiebedrijven hoogstwaarschijnlijk al begonnen om het methaanijs in de oceanische platen te exploiteren.
Het is een ingewikkeld plaatje, maar het ziet er niet naar uit dat de piek in de olieproductie de wereld voor verdere opwarming zal behoeden. Zelfs als de goedkope aardolie nu snel opraakt, is de wereld voorlopig nog lang niet door zijn koolwaterstoffen heen. Overvloed maakt niet gelukkig.

Wiggen slaan
Alleen een combinatie van gedegen energiebesparing en een grote variëteit in nieuwe technologieën toepassen, biedt enige hoop op een uitweg uit deze crisis. Die ontnuchterende waarheid werd een paar jaar geleden heel goed geïllustreerd door het idee om elke technologie te beschouwen als een potentiële `wig'. Elke wig vertegenwoordigt een reductie van de jaarlijkse koolstofuitstoot met één miljard ton in 50 jaar.
Eén wig kan worden geslagen doordat iedere auto op aarde niet 1 op 11 maar 1 op 22 rijdt, of ook door per auto de helft minder te rijden. Hogere energie-efficiëntie in gebouwen en in de elektriciteitsopwekking kunnen ook elk een wig opleveren. Een verviervoudiging van het aantal gasgestookte centrales die steenkool vervangen levert een wig op. Als er in plaats van kolencentrales wereldwijd 700 kerncentrales van elk 1 gigawatt bijkomen, is dat ook een wig, net als de introductie van `CO2-afvang en -opslag' bij 800 kolencentrales van elk 1 gigawatt, waarbij CO2 in de schoorstenen wordt afgevangen en naar ondergrondse geologische reservoirs wordt gepompt.
Vooral bij de hernieuwbare energiebronnen zijn de wiggen bepaald duizelingwekkend. Om een wig te krijgen met windenergie, zijn er 2 miljoen reuzenwindturbines (1 MW) nodig. Een wig aan zonnecellen vergt panelen die samen 2 miljoen hectare land bestrijken, oftewel 3 m2 per persoon. Voor het elektrolyseren van water om schone waterstof te produceren voor auto's op brandstofcellen, zijn 4 miljoen windturbines van 1 MW nodig. Een gigantisch herbebossingsprogramma, in combinatie met de stopzetting van de kaalkap van het tropisch regenwoud, zou ook nog een wig aan dalende koolstofemissie kunnen opleveren.
De meest eenvoudige en gunstige manier om een grote bron uit te schakelen is door te stoppen met de mondiale blitzkrieg tegen het tropisch regenwoud. 20% van de menselijke broeikasgasemissie vloeit voort uit ontbossing in de tropen, met Brazilië en Indonesië als de grootste boosdoeners. Het enige probleem is geld. Als wij in de rijke landen willen dat armere landen ophouden met hun bossen om te hakken, zullen we hen daarvoor moeten betalen. (Biobrandstoffen maken uit voedselgewassen is daarentegen de slechtste keus die er is.)
Bedenk dat we met 7 wiggen alleen de groei compenseren. Met andere woorden: we stabiliseren dan slechts de emissie op het huidige niveau. Als we de uitstoot willen terugdringen, en dat moet, kost dat nog 5 wiggen meer. Dat is niet onmogelijk; we kunnen het aantal windturbines verdubbelen en het aantal auto's op de weg nog verder terugbrengen. We kunnen onze energiebehoefte beperken door een minder consumptieve levensstijl aan te houden en ons gedrag meer te baseren op lokale hulpbronnen. We hebben de technologie en de sociale know-how om deze overgang door te voeren. Maar daarmee is de politieke vraag nog niet beantwoord: is het mogelijk om een maatschappelijke ommekeer teweeg te brengen? Gaat het lukken om mensen enthousiast samen te laten werken aan de 2ºC-doelstelling, in plaats van dat ze het hele vraagstuk negeren of hun eigen schadelijke gedrag rechtvaardigen? Economische en sociale krachten werken nu nog in de tegenovergestelde richting.
Nog altijd overheerst er een verouderd beeld dat een levensstijl met weinig koolstofuitstoot een zware persoonlijke beproeving is en enorme opoffering vereist. Niets is volgens mij minder waar. Alles wijst erop dat mensen die niet autorijden, niet vliegen, hun boodschappen in de buurt doen, hun eigen voedsel verbouwen en andere mensen in hun omgeving leren kennen, een veel hogere levenskwaliteit hebben dan landgenoten die verslaafd blijven aan een levensstijl die met een hoog verbruik van fossiele brandstoffen gepaard gaat.
Tijdens de voedselrantsoenering in de Tweede Wereldoorlog waren de mensen in Groot-Brittannië gezonder en beter af. Net zo goed zou het nu voor de meesten van ons een veel hogere levenskwaliteit opleveren als de overheid een vorm van `koolstofrantsoenering' zou invoeren. Zo'n systeem hoeft technisch gezien niet complex te zijn of moeilijk te introduceren. Mensen zouden koolstof eenvoudig als parallelle, virtuele valuta kunnen verhandelen. Bij de benzinepomp pin je dan met je koolstofpas en als je een vlucht boekt of je elektriciteitsrekening betaalt, schrijf je de vereiste hoeveelheid eenheden van je koolstofrantsoen af. Hoewel koolstofeenheden verhandelbaar moeten zijn om het allemaal flexibel te houden, zou het opzichtige koolstofverbruik door beroemdheden grotendeels van het toneel verdwijnen. In plaats daarvan zou de maatschappelijke druk de andere kant op komen te liggen; mensen zouden er, in de wetenschap dat iedereen dat doet, plezier in hebben om het anders te doen.
Door ons koolstofverbruik te beperken via rantsoenering, zouden we al gauw beseffen dat we een nieuw soort samenleving opbouwen; één die de kwaliteit van leven meer benadrukt dan de kille statistieken van economische groei en ongebreidelde consumptie. Ik heb geen groots plan over hoe deze maatschappij eruit zou zien en wil ook niet doen alsof dat een soort Utopia zou zijn. Het leven zou doorgaan, met al zijn voor- en tegenspoed. En dat is nou precies het punt. Als we de koolstof niet aan banden leggen, gaat het leven voor het allergrootste deel helemaal niet door.
Het lijkt me dat er in deze koolstofarme maatschappij nog een besef bestaat dat onze planeet een uniek geschenk is, misschien wel de enige in zijn soort in het hele universum, en dat het een ongelofelijk voorrecht is om hier te zijn geboren. Het zou een samenleving zijn, die terugkijkt op het 6ºC-nachtmerriescenario als precies dat: een nachtmerrie, en wel één waaruit we als mensheid wakker werden en die we wisten te voorkomen voordat het te laat was. Meer dan wat dan ook, zou het een samenleving zijn, die in leven bleef en voorspoed kende. Onze glorieuze nalatenschap van ijskappen, regenwouden en bloeiende beschavingen zou tot ver in de toekomst aan talloze generaties worden doorgegeven.