HOE VOORKOMEN WE DAT DE PLANEET VERBRANDT?

De klimaatverandering is een feit. De toekomst van de mensheid staat op het spel. Eén vraag rest nog: kan de verandering worden gestopt?
George Monbiot laat zien hoe dat kan met 90% minder kooldioxide-uitstoot in 2030. Het eeuwige excuus, dat het te pijnlijk en te duur wordt, kan de prullenbak in. ‘90% in 2030’ brengt onze samenleving niet op de knieën. Er is wel een verregaand totaalplan nodig, iets waar de politici nog niet aan durven. Maar nu zelfs ondernemers de overheid om sturing vragen, wordt 'energie op de bon' onvermijdelijk.

Zoals Monbiot terecht zegt;
als zijn ideeën ons niet bevallen,
moeten we met betere komen.
Hij gelooft dat alles bij het oude laten
geen serieuze optie is.

Financial Times






www.monbiot.com

Alleen bij een rechtvaardig systeem, een eerlijke verdeling van de pijn, zal de omschakeling slagen. Monbiot doet voorstellen op velerlei terrein, gesteund door rigoreus onderzoek van wat wel en wat niet helpt, wat de kosten zijn en welke problemen er op de loer liggen.

George Monbiot is een van de invloedrijkste radicale denkers op aarde. Zijn columns in The Guardian worden vanwege hun originaliteit en inzicht over de hele wereld overgenomen. Hij doceert aan de Oxford Brookes Universiteit. Monbiot schreef vijf boeken. Nelson Mandela eikte hem de UN Global 500 Award uit voor uitmuntend milieuwerk.

‘Monbiot laat zien hoe we, stapje voor stapje, tot 90% besparing kunnen komen... De enige opoffering die het kost is dat we moeten stoppen met vliegen... Hij schrijft innemend, met humor.’ The Guardian




George Monbiot
Hitte
Hoe voorkomen we dat
de planeet verbrandt?

vertaling Nigel Harle
i.s.m. Maurits Groen Milieu
& Communicatie

isbn 978 90 6224 469 0
paperback
360 pagina's
€ 5,–
januari 2008

download

Omslag (LR)
Omslag (HR)
Foto's Monbiot (HR)

Voorwoord (pdf)
Inleiding (pdf)
Hoofdstuk 1 (pdf)
Hoofdstuk 2 (pdf)
Pamflet Monbiot (pdf)


Artikelen door George Monbiot verschenen in The Guardian
(de titels zijn onvertaald, de tekst is vaak ingekort, alle originelen en bronnen vindt u op www.monbiot.com; vertaling: Jan van Arkel)
klik op de titel om direct te worden doorgelinkt op deze pagina naar het betreffende artikel

5 maart 07, Just a Lot of Hot Air
15 maart 07, The Target Wreckers
27 maart 07, A Lethal Solution
10 april 07, The Real Climate Censorship
1 mei 07, Giving Up On Two Degrees
29 mei 07, What if the Oil Runs Out
3 juli 07, A Sudden Change of State
24 juli 07, Eco‑junk
14 augustus 07, Selling Ecocide
9 oktober 07, The New Coal Age
16 oktober 07, Bring on the Recession
30 oktober 07, The Road Well Travelled
6 november 07, An Agricultural Crime Against Humanity
11 december 07, Rigged
17 december 07, Hurray! We're Going Backwards!

5 maart 07,
Just a Lot of Hot Air

An audit of the government's planned carbon cuts shows they will achieve only half of what it claims

 

Begin 2007 had de Engelse regering twee formele doelen: de 12,5% reductie wegens het Kyoto Protocol, en een lange termijndoel van 60% reductie op koolstofdioxide‑uitstoot in 2050. Dit laatste doel zou later in 2007 wettelijk worden vastgelegd.
De Energy Review van de regering stelde in 2006 dat om de 60% reductie te halen de uitstoot in 2020 jaarlijks met tussen de 143 en 149 miljoen ton gereduceerd moest worden. Ofwel een 29‑31% reductieresultaat t.o.v. 1990.

Professor Maslin was zo vriendelijk om voor ons het beleid hierop te toetsen. De overheid, zo blijkt, beziet haar eigen beleid door een enorme roze bril. Het wordt in 2020 geen 29‑31% maar ergens tussen 12 en 17%. Zo wordt de 60% in 2050 ook zeker niet gehaald. Het kooldioxidereductiebeleid is bedrog.

Hoe komt dat? Kijk om je heen. Op bijna elk terrein wordt het beleid gekenmerkt door vrijwilligheid, slapte en toegeven aan druk van lobbygroepen.

Neem de verkeerslobby. Het convenant dat de auto‑industie in 1998 met Brussel sloot, moest de uitstoot van nieuwe auto's in tien jaar terugbrengen van 188 tot 140 gram per kilometer. Die tien jaar zijn om, en het is 164 gram geworden. Het loont de industrie niet om te slagen, maar des te meer om te falen, want iedereen wil een grotere auto.

Dan was er de belasting die onzuinige auto's hoger belastte. De trappen gaan van minder dan 100 gram per km (type A) tot boven 225 gram (type G). Maar het prijsverschil was zodanig klein dat het de aankoop van zuiniger aoto's niet bevorderde. Wie een Range Rover van een ton koopt, maalt echt niet om een beetje belasting. Daarbij zitten in type A en B auto's die eigenlijk thuishoren in type G.

Tenslotte is er de bevordering van biobrandstof. De regering heeft daar geen antwoord op twee enorme problemen. Ten eerste dat voorbij een zeker punt de productie van biobrandstof concurreert met de productie van voedsel. Die grens ligt volgens sommige rapporten bij 5%. Het doel van de Engelse regering is in 2010 op die 5% te zitten; de EU wil 20% in 2020. (Dit is de stand van de politiek in maart 2007 ‑ JvA.) Door biobrandstof stijgen de voedselprijzen; de armen over de hele wereld ervaren dat al.
Het tweede probleem is dat biobrandstof een enorme uitbreiding van plantages, vooral met oliepalmen, stimuleert. Oliepalmplantages zijn de voornaamste oorzaak van de ontbossing in Maleisië en Indonesië. Als de bomen omgaan komt de kooldstof uit die bomen en de veenbodem eronder vrij als kooldioxide. Volgens Delft Hydraulics zorgt elke ton palmolie voor 33 ton kooldioxide‑emissie. Dat is tien keer erger dan benzine. Palmolieraffinaderijen schieten de grond uit in Maleisië, Singapore en Rotterdam om aan de groeiende Europese vraag te voldoen.

Geen zorg, zegt de regering, de 'tweede generatie' biobrandstof zal tenslotte van stro, hout en afval komen. Maar wie garandeert dat deze zijn goedkope, destructieve rivaal palmoliebrandstof zal verslaan? Of dat deze beschikbaar is, voordat de laatste regenwouden in ZO‑Azië geveld zijn?

En dit is slechts de verkeerssector. Overal kwam het team van professor Maslin vergissingen, verdoezelingen en verdraaiingen tegen. In de bouw, in de energiesector en bij het vliegverkeer. In de energiesector telt de regering (vergeleken met 1990) 8 miljoen ton mee die in toekomst mogelijk uitgestoten was als het plan niet had bestaan.

Internationaal vliegverkeer wordt simplelweg buiten beschouwing gelaten, maar plannen om ‑ tussen nu en 2030 ‑ de capaciteit van de vliegvelden te verdubbelen gaan gewoon door. Als het regeringscijfer voor het brandstofverbruik van het internationaal vliegen wel wordt meegeteld, komt de reductie van GB in 2020 niet tussen 12 en 17% maar ergens tussen de 8 en 13% uit.

Maar kloppen die verbruikscijfers voor het vliegverkeer wel? De regering rekent met de helft van het werkelijke brandstofverbruik omdat slechts de helft van de passagiers Engelsen zouden zijn. Dit is in werkelijkheid 67%. Andere broeikasgassen dan kooldioxide ‑ denk aan de waterdamp ‑ worden buiten beschouwing gelaten. Alles bij elkaar zou de Engelse reductie daarmee op nul uit kunnen komen.

Toen de conservatieven in 1997 plaats maakten voor Tony Blair, was Groot‑Brittannnië op weg zijn Kyoto‑doelen te halen: van 161,5 miljoen ton kooldioxide‑uitstoot naar 149,6 miljoen ton. Deze winst is intussen geheel verspeeld.

En dan te bedenken dat 60% reductie in 2050 te weinig, te laat is. De wetenschap vertelt ons dat vanaf een temperatuurstijging van twee graden (vergeleken met voor de industriële revolutie) de natuur zelf broeikasgassen gaat produceren. Dan staan we verder machteloos. Om dat te vermijden moet er 80‑90% bespaard worden. Maar overal begint men de twee‑gradengrens los te laten. Die is 'eigenlijk onhaalbaar'. Deze regering haalt zelfs de verkeerde doelstelling niet. Ze verkopen ons gebakken lucht. Geloof ze niet.

top

 

15 maart 07,
The Target Wreckers
Two ministries seem determined to scupper the government's plans to combat global warming

 

Goed nieuws. De ontwerptekst van de klimaatwet is beter dan verwacht. De doelstelling is 60% kooldioxidereductie in 2050. Voor het eerst stelt de regering een wettelijk gebonden doel voor 2020 voor. Er komt een comité van onafhankelijke controleurs.

Minder goed nieuws is dat de doelstelling voor 2020 op 26‑32% gesteld wordt. Dat is geen doelstelling, dat is vaagheid troef. Het komt erop neer dat 26% het wettelijk doel is. En daarmee haal je nooit 60% in 2050. Het vliegverkeer blijft weer eens buiten schot, evenals de zeevaart.

Men gaat werken met perioden van vijf jaar. Zo krijgt de volgende regering strakt het falen van deze regering voor haar kiezen. De nieuwe regering komt dan voor de rechter.

Nog erger is dat besparing in het buitenland mag worden gekocht. De wereldmarkt in gebakken lucht heeft het Kyoto Protocol al helpen vervalsen. Dat gaat nu met deze wet ook gebeuren.

Nu het slechte nieuws. Twee departementen gaan het hele plan actief ondermijnen. Verkeer beoogt 4.000 km autoweg aan te leggen en de vliegveldcapaciteit te verdubbelen. Met gedraai en gekonkel gaat dit ministerie onder de besparing uit proberen te komen. Ook Woningbouw frustreert de plannen. Het doel om elk nieuw huis vanaf 2016 'kooldioxidevrij' te bouwen wordt om zeep geholpen door lokale autoriteiten te verbieden zuiniger te bouwen dan nationaal wordt voorgeschreven. Dan kunnen we deze duurzame huizen niet bouwen, aldus de Association for the Conservation of Energy. Vergeet het doel voor 2016 maar.

Het ministerie van Verkeer lijkt aan de leiband van de wegenbouwers te lopen; dat van Woningbouw aan de leiband van de bouwwereld.

top

 

27 maart 07,
A Lethal Solution
We need a five‑year freeze on biofuels, before they wreck the planet

 

Eerst liep het fout met goede bedoelingen. Nu is het gewoon voor‑de‑gek‑houderij. Biobrandstof doet meer kwaad dan goed, maar men zet het gebruik toch door.

De Engelse regering wil dat in 2050 33% van de brandstof uit biomassa komt, de VS mikken op 24% in 2017. Het is een recept voor een humanitaire ramp.

Het is een strijd tussen voedsel voor auto's en voedsel voor mensen. Dat gaan de mensen verliezen. Wie zich kan veroorloven te rijden, is per definitie rijker dan wie op de rand van honger leeft.

Het leidt bovendien tot het verdwijnen van de regenwouden en andere belangrijke feefgebieden.

Ik dacht dat de gevolgen zich de eerste jaren niet zouden doen voelen. Maar het is al begonnen. De voedselprijzen rijzen de pan uit. Er zijn al voedselrellen. De wereldvoedselvoorraad is in geen jaren zo laag geweest. Een slecht oogstjaar kan deze geheel doen verdwijnen.

Boeren reageren op betere prijzen, maar het is onduidelijk of ze aan de vraag kunnen voldoen. Ook al zou dat zo zijn, ze gaan ook maagdelijke grond ontginnen. Oliepalmen vervangen in ras tempo het regenwoud met desastreuze gevolgen.

Suikerrietproducenten gaan naar de cerrado; dat zijn zeldzame struikgewas‑habitats. In Brazilië hakken de sojaboeren nog harder op de Amazonewouden in, nu Bush een overeenkomst met Lula gesloten heeft.

Waarom zijn overheden eigenlijk zo enthousiast over biobrandstof? Zo blijft wie rijdt blij. Het lijkt de kooldioxide‑uitstoot te verminderen zonder dat de belasting omhoog moet. Het is een illusie die in stand blijft doordat alleen de emissie binnen de eigen grenzen meetelt voor het nationale totaal. De ontbossing elders verhoogt dát totaal met geen sikkepit.

De EU streefde ernaar de gemiddelde uitstoot van nieuwe auto's in 2012 op 120 gram per km te krijgen. De Duitse autolobby, aangevoerd door Angela Merkel, heeft er 130 gram van weten te maken. Met biobrandstof zou het verschil worden opgevangen, aldus de uitleg.

De regering staat machteloos wat betreft herkomst en deugdelijkheid van de biobrandstofproductie. Vrijhandelsverdragen verbieden toepassing van een milieukeur. En ook al zou er 'duurzame' biobrandstof bestaan, het neemt de plek in van voedselproductie. Deze voedselproductie verplaatst zich dan naar nieuwe ontginningen. Dit is niet te voorkomen.

We hebben een moratorium van vijf jaar nodig voor alle doelstellingen en initiatieven voor biobrandstof, totdat de 'tweede generatie' er is. En dan nog moeten we voorzichtig beginnen. Dat vergt ongetwijfeld harde strijd. De campagne loopt: www.biofuelwatch.org.uk.

top

 

10 april 07,
The Real Climate Censorship
It's happening, it's systematic, and it is precisely the opposite story to the one the papers are telling

 

Het opstellen van rapporten door de meest vooraanstaande klimatologen ter wereld is een raar proces. Maandenlang kibbelen de wetenschappers die bijdragen aan het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) over het bewijs. Iedereen moet het overal mee eens zijn. Anders komt het niet in het rapport. De rapporten van het IPCC zijn dan ook extreem terughoudend, timide zelfs. Ze zijn tegelijk zo betrouwbaar als een wetenschappelijk document maar kan zijn.

Dan, als de wetenschappers het eens zijn geworden, komen de politici erbij en proberen alles uit de samenvattingen te verwijderen dat hun belangen bedreigt. Was de VS traditioneel de grote tegenstander, nu leidt Saoedie‑Arabië, gesteund door Rusland en China, de aanval.

De wetenschappers verweren zich, maar ze doen altijd concessies. Zo verdween de waarschuwing dat 'Noord‑Amerika plaatselijk ernstige economische schade mag verwachten, plus substantiële ecologische, sociale en culturele ontregeling vanwege gebeurtenissen die samenhangen met klimaatverandering.' David Wasdell, van het Panel, stelt dat de meeste verwijzingen naar positieve terugkoppelingen (zichzelf versterkende klimaatverandering) uit de samenvatting zijn geschrapt.

Dit is het tegenovergestelde van wat altijd wordt beweerd: dat het IPCC met regeringen samenzweert om de wetenschap te overdrijven. Niemand legt ooit uit waarom regereingen hun eigen mislukkingen zouden willen uitvergroten. Dat hindert niet. Het gaat om de voorstelling van zaken: het IPCC als een stelletje demagogen.

Er is nooit een snipper bewijs voor de beweringen dat het IPCC overdrijft. De septici klagen over censuur, hoewel ze royaal de gelegenheid krijgen hun mening te ventileren. De censuur zit echter aan de andere kant.

Wetenschappers die onderzoek doen dat aantoont dat het klimaat verandert, worden bedreigd en het zwijgen opgelegd en hun bevindingen worden aangepast of weggewerkt.

58% van de 279 klimaatwetenschappers in dienst van de Amerikaanse federale overheid hebben ervaring met een van de volgende beperkingen: 1. Druk om de woorden 'klimaatverandering' of 'opwarming' e.d. niet te gebruiken; 2. Meerderen die in hun bevindingen schrappen; 3. Verklaringen van woordvoerders van hun instituten die een verkeerde voorstelling van zaken geven; 4. Het verdwijnen of vertragen van websites, rapporten, of ander wetenschappelijk materiaal over het klimaat; 5. Nieuwe en rare regels die hun klimaatwerk bemoeilijken; 6. Situaties waarin wetenschappers actief bezwaar hebben gemaakt tegen, zich terug hebben getrokken uit, of verwijderd zijn uit een project vanwege druk om wetschappelijke bevindingen aan te passen. Er waren 435 van zulke zaken in de laatste vijf jaar.

In 2006 rapporteerde James Hansen, de topklimatoloog van NASA, dat zijn bazen probeerden zijn lezingen, stukken en website te censureren. Men waarschuwde hem voor 'akelige gevolgen' als hij bleef aandringen op snelle reducties van broeikasgasen.

De afdeling Alaska van de US Fish and Wildlife Service vertelde de wetenschappers dat eenieder die naar de Pool trekt moet begrijpen wat 'het standpunt van de regering is inzake klimaatverandering, ijsberen, ijs in de Noordelijke IJszee, en over deze zaken zijn mond houdt.'

Professor Carl Wunsch treedt op in The Great Global Warming Swindle, de film van Martin Durkin. Hij beklaagde zich erover dat zijn visie verkeerd wordt voorgesteld. Wunsch vertelt nu dat hij een brief van een advocaat van de filmmaatschappij, Wag TV, heeft ontvangen. De brief dreigt hem te vervolgen wegens smaad als hij niet publiekelijk getuigt dat hij noch verkeerd wordt voorgesteld, noch is misleid.

Is het erg onbeleefd om te suggereren dat, waar de sceptici klagen over censuur, het eerder andersom is?

top

 

1 mei 07,
Giving Up On Two Degrees
Have we already abandoned our attempts to prevent dangerous climate change?

 

De rijke landen die proberen de klimaatverandering af te wenden, hebben iets gemeen: ze liegen. Dat staat niet in het concept van het nieuwe IPCC‑rapport. Maar zodra je de getallen ziet, zie je de leugen. Regeringen die zich echt inspannen om de opwarming van de aarde te keren, gebruiken gegevens waarvan ze weten dat ze niet kloppen.

De Engelse regering, de EU en de VN beweren allemaal dat ze proberen 'gevaarlijke' klimaatverandering te voorkomen. Elke verandering in het klimaat is wel voor iemand gevaarlijk, maar er is brede overeenstemming dat bedoeld wordt: 2 graden opwarming boven het pre‑industriële niveau. Dat is gevaarlijk doordat die stijging direct effect heeft op mensen en gebieden (het zou bijvoorbeeld het onomkeerbaar smelten van de ijskap van Groenland kunnen oproepen, en het Amazonewoud doen instorten) en het is gevaarlijk omdat het waarschijnlijk verdere opwarming oproept, doordat het natuurlijke systemen aanzet broeikasgassen vrij te geven.

Deze 2 graden‑stijging voorkomen is im‑ of expliciet de politiek van veel landen (ook van Nederland ‑ JvA). Ze zeggen allemaal dat ze de concentraties broeikasgassen in de atmosfeer zo hopen in te perken dat we de 2 graden niet bereiken. En ze weten allemaal dat ze de verkeerde doelen stellen, gebaseerd op verouderde wetenschap. Bang voor de implicaties slagen ze er niet in het niveau aan te passen volgens de eisen van de nieuwe kennis.

Dit is wat lastig te volgen, maar blijf er alstublieft bij, want het is onmogelijk de belangrijkste kwestie van deze tijd te begrijpen zonder wat geworstel met getallen.

De gemiddelde temperatuur op aarde staat onder invloed van de broeikasgassen in de atmosfeer. De concentratie ervan wordt gewoonlijk uitgedrukt in 'koolstofdioxide‑equivalent'. (De optelsom van alle verschillende broeikasgassen uitgedrukt in eenheden kooldioxide, uitgedrukt in ppm‑e. JvA)  Het is geen exacte wetenschap, je weet niet tot welke preciese temperatuurstijging een zekere toename van de gassen leidt. Wetenschappers praten in termen van waarschijnlijkheid. Zo suggereert de klimatoloog Malte Meinhausen dat als de concentratie van broeikasgassen het niveau van 550 delen per miljoen (ppm) bereikt ‑ in kooldioxide‑equivalent ‑ de kans dat de temperatuur met méér dan 2 graden stijgt 63‑99% is (met een gemiddelde van 82%). Bij 475 ppm‑e is die kans 64%. Slechts bij concentraties van 400 ppm‑e of lager is de kans dat de temperatuur de 2 graden niet overstijgt laag, met een gemiddelde van 28%.

Het conceptrapport van het IPCC bevat ook dergelijke getallen. Bij 510 ppm‑e geeft het een kans van 33% dat we onder de 2 graden blijven. 590 ppm‑e brengt de kans op het goede terug tot 10%.

U begint de omvang van de uitdaging te vatten als u ontdekt dat het huidige niveau van broeikasgassen in de atmosfeer (met de IPCC‑formule) 459 ppm‑e is. We hebben het veilige gebied dus al verlaten. Om onszelf een hoge kans te geven om gevaarlijke klimaatverandering te vermijden, hebben we zo'n drastisch programma nodig dat de broeikasgassen in de atmosfeer uitkomen onder het huidige niveau. Hoe eerder dit gebeurt, des te groter de kans de 2 graden‑grens te vermijden.

Geen enkele regering heeft zich dit doel gesteld. De EU heeft de meest vergaande doelstelling ter wereld. Die is 550 ppm‑e, waarbij we bijna zeker boven de 2 graden uitstijgen. De Engelse regering speelt een slim spelletje. Hun doel is 550 ppm, maar dan van kooldioxide alleen. Als je de andere broeikasgassen erbij telt, kom je uit op 666 ppm, dat is geen grap. Het Engelse Stern‑rapport geeft bij 650 ppm‑e een kans van 60‑95% op 3 graden-opwarming. De Engelse regering mikt, met andere woorden, op een zeer gevaarlijke klimaatverandering.

Dat het doel fout is, weet de Engelse regering al vier jaar. In 2003 stelde het Ministerie van Milieu dat bij een stabilisatie van de kooldioxideconcentratie op 550 ppm de temperatuur naar verwachting tussen de 2 graden en 5 graden stijgt. In maart 2006 gaf de regering toe dat 450 ppm of zelfs lager de geëigende grens was om de 2 graden‑grens te halen. Dit bracht geen verandering is de doelstelling van 550 ppm kooldioxide.

Ook de EU weet dat ze fout zitten. In 2005 kwamen ze erop uit dat 'om een redelijke kans te hebben op een opwarming van niet meer dan 2 graden, stabilisatie op een niveau flink onder de 550 ppm kooldioxide‑equivalent, nodig is.' Maar ook de EU paste de doelstelling niet aan.

In Hitte schatte ik dat om 2 graden‑opwarming te vermijden, de uitstoot tussen nu en 2030 met 60% per wereldburger omlaag moet. Dit vertaalt zich in 87% voor een Engelsman. Dat is heel wat scherper dan de 60%‑reductie die de Engelse regering nastreeft voor 2050. Maar mijn cijfer lijkt nu een onderschatting te zijn. Volgens de nieuwste gegevens is er meer onzekerheid over de gevoeligheid van de temperaturen van de atmosfeer voor broeikasgassen. Als we het gemiddelde cijfer ervan nemen, is voor een 50% kans op het voorkomen van de 2 graden‑grens een wereldwijde besparing nodig van 80%.

Dat is 80% minder uitstoot in totaal, niet per hoofd van de bevolking. Als de bevolking op aarde in 2050 stijgt tot 9 miljard, is de benodige besparing 87% per persoon. Als we iedereen een eerlijk, even groot deel geven, moeten de grootste vervuilers het meeste inbinden. Dat zijn wij, de rijke landen. Voor Engeland is dat 91% minder dan nu.

Onze regeringen lijken stilletjes hun doel om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen, te hebben opgegeven. Als dat klopt, dan veroordelen ze miljoenen ter dood. Het IPCC‑rapport toont aan dat we moeten ophouden klimaatverandering als een urgent probleem te behandelen. We moeten het gaan behandelen als een internationale ramp.

We moeten onmiddellijk gaan onderhandelen met China dat de grootste vervuiler ter wereld dreigt te worden, gedeeltelijk omdat zij onze producten maken. We moeten uitvinden hoe we hun groei‑economie kunnen decarboniseren, en daaraan meebetalen. We hebben een diplomatiek offensief nodig om de VS over te halen hetzelfde te doen als in 1941, namelijk de economie totaal omschakelen. Maar bovenal moeten we tonen dat het ons ernst is, door de doelen te stellen die de wetenschap vraagt.

top

 

29 mei 07,
What if the Oil Runs Out
Though the government is planning a massive expansion of transport networks, it has never considered this question

 

Autorijden is een vorm van tijdreizen. We halen de samengeperste tijd uit andere tijdperken op ‑ de eindeloze regen plankton die zich hechtte aan de oceaanbodem, het neervallen van bomen in zuurstofloze moerassen ‑ en gebruiken het om sneller door ons eigen tijdperk te scheuren. Elke tank brandstof bevat duizenden jaren aanhechtingen. Onze toekomst is gebouwd op de verwachting dat het verleden nooit uitgeput zal raken.

Overheidsrapporten over energie geven aan dat de regering alles in de hand heeft. Maar verborgen als een bijzaak vermeldt de Engelse regering: 'De behoefte aan olie komt voor 66% voor rekening van het verkeer; die behoefte zal naar verwachting bescheiden groeien op middellange termijn.' Als onze economie van olie afhankelijk is, dan zal de overheid toch hebben uitgezocht of die brandstof er in de toekomst wel zal zijn. Toch?

In vier ministeries blijkt geen enkele studie aanwezig naar de zekerheid van voldoende brandstof in de toekomst. Men baseert zich louter op een boek van het Internationale Energie Agentschap (IEA). Dat is vreemd, want voor ieder ander wezenlijk probleem maakt de regering zich niet afhankelijk van andermans studie. Zij laat die zelf uitvoeren. Gekker wordt het nog, als je dit boek leest, en ontdekt dat het nog polemischer is dan mijn eigen stukken.

Eerst wordt eenieder die twijfelt over de toekomstige olieaanvoer als 'doemdenker' weggezet. Maak je niet druk over het bereiken van een piek in de olieproductie. Ook al verwacht het Energieagentschap dat de wereldvraag met 70% stijgt tot 2030, en dat de bestaande olievelden met rond de 5% per jaar zullen slinken, men heeft er alle vertrouwen in dat nieuwe voorraden voldoende aanwezig zullen zijn.

Het niveau van de oliereserves is immers historisch opvallend constant gebleven, ook al werd er jaar in, jaar uit een deel aan onttrokken. Het IEA weet net zo goed als ieder ander dat dit deels wordt veroorzaakt doordat de OPEC‑leden de boel belazeren. Hun quota zijn gebaseerd op de omvang van hun voorraden. Het IEA geeft in een ander rapport toe dat Saoedi‑Arabië al 15 jaar een voorraad van 260 miljard vaten heeft opgegeven, ondanks de onttrekking van 100 miljard vaten in diezelfde periode. Rara, waar komt deze olie vandaan?

Het Energieagentschap baseert zijn optimisme op de OPEC‑leugenaars. Het stelt dat de olieproductie in het Midden‑Oosten in 2030 anderhalf keer zo hoog zal zijn. Wat, als die olie er niet blijkt te zijn?

Piekolie is iets anders dan klimaatverandering. Men is het er niet algemeen over eens wanneer het komt. Het IEA heeft niet met zekerheid ongelijk. Maar veel hoge figuren uit de hoek van de olie‑industrie, hoe verschillend hun kijk ook, plaatsen de piek ergens tussen 2010 en 2020. 'Zonder tijdige maatregelen zullen de economische, maatschappelijke en politieke kosten nooit vertoond zijn,' zegt een Amerikaans overheidsrapport. Er is een noodprogramma nodig, 20 jaar voordat het zover is. Dus als sommige voorspellingen kloppen, is het al (veel) te laat.

Het IEA denkt dat deze crisis wordt afgewend door nieuwe velden te openen en onconventionele olie te winnen. Maar deze brengen hun eigen ecologische rampen met zich mee. De helft van de nieuwe velden van de komende 25 jaar ligt naar verwachting in het gebied van de Noordpool of in de diepzee (tussen 2000 en 4000 meter). Een grote olieramp zal in beide gevallen ‑ met de trage en kwetsbare ecosystemen aldaar ‑ een catastrofe zijn. Het winnen van onconventionele olie ‑ zoals uit teerzanden in Canada of olieschalies in de VS ‑ geeft veel meer kooldioxide‑uitstoot dan gewone olie. Het vervuilt enorme hoeveelheden zoet water en vernielt duizenden hectaren maagdelijke grond. 'Op de lange termijn,' schrijft het IEA, 'kan onconventionele zware olie wel eens de regel in plaats van de uitzondering worden.' Als onze toekomst van deze bronnen afhankelijk is, halen we ons nog grotere milieugevolgen op de hals.

We hoeven piekolie er niet bij te halen om minder wegverkeer te vragen. Maar van de regering mag je verwachten dat ze iets meer nieuwsgierigheid zou tonen of haar verkeers‑ en vervoerplannen de economie op de knieën gaan brengen.

top

 

3 juli 07,
A Sudden Change of State
A new paper suggests we have been greatly underestimating the impacts of climate change ‑ and the size of the necessary response

 

Mijn handen trillen als ik in de trein een wetenschappelijk artikel lees. Dat is me nog nooit overkomen. Maar ik heb ook nog nooit zoiets gelezen. Onder leiding van James Hansen van NASA stelt het artikel dat de grimmige IPCC‑rapporten wel eens absurd optimistisch kunnen zijn.

Het IPCC voorspelt een zeespiegelstijging van 59 cm deze eeuw. Hansen stelt dat het langzame smelten van de ijskappen die het Panel verwacht, niet valt te rijmen met de gegevens. Geologische kennis suggereert dat poolijs niet beetje bij beetje en in een gelijkmatig tempo smelt, maar plotseling overspringt van de ene toestand in de andere. Toen, 3,5 miljoen jaar geleden, de temperatuur steeg tot 2‑3 graden boven die van vandaag, rees de zee niet met 59 cm maar met 25 meter. Het ijs reageerde onmiddellijk op de verandering in temperatuur.

We weten inmiddels tamelijk goed hoe het ijskappen vergaat. De steunpilaren die voorkomen dat ze in zee glijden, storten in; smeltwater gulpt naar de bodem, waar het als glijmiddel fungeert; op het oppervlak vormen zich meren die het ijs donkerder maken zodat het meer warmte opneemt. Dit gebeurt al op Groenland en West‑Antarctica.

In plaats van dat het ijs er duizenden jaren over doet om te smelten, zoals het IPCC voorspelt, vinden Hansen en zijn team het 'onwaarschijnlijk' dat bij de verwachte opwarming voor 2100 'het ijsdek van West‑Antartica het in zijn huidige omvang nog een eeuw zou uithouden'. Behalve dat het de meeste wereldsteden onder water zet, zou een plotselinge verbrokkeling tot veel hogere temperatuurstijgingen leiden omdat minder ijs minder terugkaatsing van zonnestraling naar de ruimte betekent (de 'albedo‑sprong'). Het nieuwe artikel suggereert dat de temperatuur daarbij twee keer zo gevoelig kan blijken voor broeikasgassen als het IPCC veronderstelt. 'De beschaving,' zo schrijft Hansen, 'ontwikkelde zich gedurende een periode met een ongewoon stabiel klimaat, het Holoceen, nu bijna 12.000 jaar lang. Die periode is aan zijn einde toe.'

Opkijkend van het artikel verwachtte ik bijna menigten door de straten te zien rennen. Ik zag, uit het treinraam, mensen op een terrasje kletsen. De andere treinpassagiers doezelden wat, of zaten met hun mobieltjes te spelen. Zonder door te hebben hoe gezegend we zijn, gaan we de catastrofe tegemoet.

Of worden we ernaar meegenomen. Een goede bron vertelt me dat de Britse regering heus wel weet dat het doel ‑ 60% besparing op uitstoot in 2050 ‑ te weinig en te laat is, maar dat het geen scherper doel stelt omdat men vreest de steun van de Confederation of British Industry (de Britse VNO) te verliezen. Waarom deze club een geladen pistool tegen onze hoofden mag houden, wordt nooit uitgelegd.

Het energieprogramma van deze regering heeft geen enkele visie. De EU wil dat alle lidstaten in 2020 '20% energie uit duurzame bronnen' haalt. Dat is op zichzelf al een zielige doelstelling. Groot‑Brittannië vertaalt dat in '20% van de elektriciteit uit duurzame bronnen'. En zelfs dit is niet hard, maar een 'aspiratie', en natuurlijk gaan we het niet halen. Erger nog, de regering heeft geen idee wat er daarna gebeurt. Verleden week vroeg ik of er wordt uitgezocht hoeveel meer elektriciteit er uit duurzame bronnen kan komen. Ze zoeken niets uit.

Tot voor kort dacht ik, dat de moeilijkheid dat je elektriciteit niet kunt opslaan en al gauw de beheersbaarheid van het net verliest, betekent dat je niet meer dan voor 50% op duurzame bronnen kunt bouwen. Maar drie artikelen tonen dat we misschien veel verder kunnen gaan.

Vorig jaar verscheen bij de Duitse regering een studie naar het verbinden van het elektriciteitsnet van alle Europese landen, Noord‑Afrika en IJsland door hoogspanningsgelijkstroomkabels. Zo koppel je een grotere variëteit aan duurzame bronnen. Elk land in het net kan steunen op het stabiele en voorspelbare aanbod van elders: waterkracht uit Skandinavië en de Alpen, geothermische energie uit IJsland en stroom van enorme zonne‑plantages in de Sahara. Door de vraag over een veel groter netwerk uit te smeren, suggereert de studie, dat 80% van Europa's elektriciteit geproduceert kan worden uit duurzame bronnen zonder dat het risico van stroomuitval toeneemt.

Tegelijk publiceerde Mark Barrett van University College Londen een voorlopige studie hoe de vraag naar elektriciteit kan worden aangepast aan de variabale beschikbaarheid van wind‑ en getijdenenergie. Bij een prijs die twee keer zo hoog ligt als de huidige, zouden we zelfs 95% van onze elektriciteit uit duurzame bronnen kunnen winnen zonder schokken in de aanvoer.

Een nieuwe studie van het Centre for Alternative Technology gaat nog een stap verder. De studie stelt dat we in 2027 100% van onze elektriciteitsbehoefte kunnen dekken zonder fossiele brandstoffen of kernenergie, en dat we de productie ook nog eens kunnen verdrievoudigen: onze verwarming (met elektriciteit om warmtepompen aan te drijven) en ons verkeer zou er grotendeels op kunnen draaien. Het berust op een grote uitbreiding van elektriciteitsopslag: het bouwen van nieuwe hydro‑elektrische reservoirs waar water in gepompt kan worden wanneer er een overschot aan elektriciteit is, de bouw van enorme vanadium‑batterijen en het aankoppelen van elektrische auto's aan het net waar ze geparkeerd staan, waarbij hun batterijen opladen of leveren al naar gelang de situatie. Het rapport kent een paar optimische aannames, maar ook een heel pessimistische: dat Groot‑Brittannië geheel op zichzelf is aangewezen. Als het Duitse voorstel met deze ideeën gecombineerd zou worden, beginnen we een beeld te krijgen hoe we de overgang naar een betrouwbare energievoorziening zonder fossiele brandstoffen kunnen maken.

Als Hansen gelijk heeft, moeten we ‑ om het einde van het Holoceen af te wenden ‑ op deze schaal optreden. Een soort politieke 'albedo‑sprong'. De overheid moet onmiddellijk onderzoek laten doen naar hoeveel energie we zonder fossiele brandstoffen kunnen winnen, dan een doelstelling formuleren en de economie omvormen om dat doel te halen. Maar zo'n aardverschuiving kan niet plaatsvinden zonder een andere aardverschuiving: we hebben een regering nodig die de planetaire meltdown meer vreest dan het VNO.

top

 

24 juli 07,
Eco‑junk
Green consumerism will not save the biosphere

 

Het was niet de bedoeling dat Engeland zou onderlopen. Klimatologen vertelden ons dat onze winters natter zouden worden en onze zomers droger. Ik kan dus niet stellen dat de overstromingen door de klimaatverandering komen, of zelfs kloppen met de klimaatmodellen. Maar ze laten ons wel een glimp zien van de `winter wereld' waarin we zullen leven als we niet snel onze zaakjes op orde brengen.

Met zeespiegelstijging en meer regen in de winter (met in het achterhoofd dat regen nergens naar toe kan als de bomen rusten en de grond verzadigd is), is het enige dat we nodig hebben voor een complete ramp een overstroming van onze rivieren die samenvalt met springtij. We hebben nu gezien dat plaatselijke overstromingen ons van essentiële voorzieningen kunnen beroven en reddingswerkers kunnen verrassen. Deze gebeurtenissen vallen echter in het niet bij enkele voorspellingen die nu rondgaan door enkele wetenschappelijke tijdschriften. Onze politieke strubbelingen zouden moeten gaan over het voorkomen van de instorting van de Groenlandse en Antarctische ijskap. Het gaat niet om 'of' maar alleen nog om 'hoe'.

Er verschijnen vele nieuwe boeken die een oplossing aandragen: we kunnen de wereld redden door een `betere, groene levensstijl' te omarmen. Afgelopen week, bijvoorbeeld, publiceerde The Guardian een uittreksel van het nieuwe boek van Sheherazade Goldsmith, die getrouwd is met de rijke milieuman Zac, waarin zij ons verteld `te leven binnen de grenzen van de natuur'. Het is erg makkelijk: maak gewoon je eigen brood, boter, kaas, jam, houd een melkkoe, wat varkens, geiten, ganzen, eenden, kippen, bijen, zorg voor een groentetuin en een boomgaard. Waar wacht je nog op?

Haar boek zit vol met nuttig advies, ze is goed geïnformeerd en komt redelijk en gemeend over. Maar lobbyen voor politieke verandering laat ze achterwege: de wereld kun je redden worden in je eigen keuken – als je maar genoeg tijd en land tot je beschikking hebt.
In de trein vroeg een medereiziger mij of hij het even mocht inzien. Hij bladerde het vluchtig door en vatte het samen tot de volgende zin: “Dit is voor mensen die niet werken.”

Als The Guardian haar foto niet op de voorpagina had gepubliceerd, met de belofte dat ze ons zou leren om `groen' te worden, had het allemaal niets uitgemaakt. De obsessie van de media met schoonheid, rijkdom en beroemdheid verziekt alle problemen die het aanraakt en dat geldt nog het meest voor groene politiek. De aandrang van deze journalistiek dat navolging van de rijken de lezer zich beter doet voelen, is niet te verenigen met de kern van milieubehoud: dat we minder moeten consumeren.
“Geen van deze veranderingen behelst opoffering,” aldus Sheherazade. “Gewetensvol bezig zijn heeft niks te maken met dingen nalaten.” Maar dat geldt, zoals voor haar, als je zelf meer dan één huis bezit en anderen geen.

Hoe vervelend het ook is voor de media en hun adverteerders, dingen opofferen is essentieel voor een groene levensstijl. Een deel van het boek van Goldsmith adviseert ons om inkopen naar het seizoen te doen, plaatselijk, duurzaam en recycled. Maar je hoort nooit over minder kopen.

Groen kopen begint de rampspoed voor onze planeet te worden. Als het alleen zou gaan om het inruilen van schadelijke voor minder schadelijke goederen, zou ik het ondersteunen. Maar er ontwikkelen zich twee parallelle markten: één voor onethische producten en één voor ethische producten, waarbij de uitbreiding van de ethische markt, de onethishe niet helpt voorkomen of verkleinen. Ik verdrink tegenwoordig in een zee van `eco‑troep'. De afgelopen zes maanden is mijn kapstok volgeraakt met tasjes van eco‑katoen, die – gevuld met doosjes ginseng thee en jojoba badolie – verplichte cadeautjes zijn bij elk milieufeest. Ik heb voor meerdere levens aan pennen gemaakt uit gerecycled papier en zo ongeveer een half dozijn aan miniatuur opladers die werken op zonne‑energie voor gadgets die ik helemaal niet eens heb.

Afgelopen week vertelde the Telegraph haar lezers om het gevecht om onze planeet te redden niet op te geven. “Er is nog steeds hoop en de middenklasse met hun composthopen en eco‑gadgets zullen de weg wijzen.” De krant kwam met een aantal nuttige suggesties, zoals de “modelracewagen die loopt op waterstof” voor 100 Euro, geleverd inclusief zonne‑paneel, elektrolyse‑apparaatje en brandstofcel. God mag weten welke zeldzame metalen en energieverslindende processen zijn gebruikt om hem te fabriceren. We hebben eigenlijk, in de naam van milieubewustzijn, nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor geld waar we geen raad mee weten.

Ethisch winkelen dreigt ook al een sociale status te krijgen. Ik heb mensen ontmoet die zich zonnepanelen en miniwindturbines aanschaften nog voordat ze hun huis fatsoenlijk hadden geïsoleerd: deels omdat ze nou eenmaal van zulke dingen houden, maar, ook deels, vermoed ik, omdat zo iedereen kan zien hoe ze milieubewust ze bezig zijn (en hoe rijk). Er wordt ons regelmatig verteld dat het kopen van zulke producten ons doet stilstaan bij de uitdagingen waarvoor het milieu ons stelt, maar het is net zo waarschijnlijk dat het daarmee juist uit de politieke sfeer wordt gehaald. Groene consumptie is nog weer een vorm van ieder voor zich – om gezamenlijke actie te vervangen. Politieke uitdagingen los je niet op met shoppen.

De leden van de middenklasse geven hun leven een nieuwe draai, kloppen zichzelf op de borst om hun groene gedrag, terwijl ze blijven winkelen en vliegen als nooit te voren. Het is niet moeilijk je voor te stellen hoe de hele wereld eko gaat terwijl de uitstoot van kooldioxide maar blijft stijgen.

Val het nieuwe groene leven aan en je wordt een betweter en rustverstoorder, een roepende in de woestijn. Tegenover de glanzende wereld van dit groene leven heb je niets anders te bieden dan duf en billijk consuminderen: brandstof op de bon, verminderen van emissies en verschillen (de zogenaamde 'contraction and convergence'), woningisolatie, openbaar vervoer in plaats van 'blij dat ik rij'. Daar gaan de bladen niet over schrijven. Geen BN'er zou rondkomen van zijn brandstofbudget.

Helaas zijn juist zulke maatregelen, en de lange en harde politieke strijd om ze ingevoerd te krijgen, nodig om de ramp af te wenden die de overstromende rivieren aankondigen, veeleer dan eko‑Spielerei. Groen leven komt niet voor maar pas nadat de echte maatregelen zijn genomen. Je haalt het niet uit de reclamebladen. Er zijn moeilijke politieke keuzen voor nodig, en de economische elite en zijn kooplust moet tegen de haren in gestreken worden, in plaats van op de schouders geklopt. De rijkaards die groen zijn gegaan, hebben dan ineens iets anders belangrijks te doen.

 

George Monbiot kreeg een eredoctoraat van de Universiteit van Essex en een ere‑leerstoel van Cardiff Universiteit.

top

 

14 augustus 07,
Selling Ecocide
Is it time to consider a ban on the adverts which help to cook the planet?

 

Ik schrijf voor de Guardian, en ik beschuldig anderen van hypocrisie. Maar ben ik zelf niet hypocriet als ik schrijf voor een krant die adverteert voor allerlei zaken die ik juist bestrijd?

Het is waar. Hoe kun je over het klimaat schrijven voor een krant die reclame maakt voor goedkope vluchten naar Spanje, Kenya of Califonië, of voor een energiebedrijf dat een nieuwe kolencentrale wil bouwen? De hoofdartikelen in de kranten roepen op om de kooldioxide‑uitstoot te beperken. De advertenties juist om deze te verhogen.

Laten we ons beperken tot advertenties van autofabrikanten, luchtvaartmaatschappijen, reisbureaus met vliegvakanties en oliemaatschappijen in de normale edities van vijf kranten. Dan levert een onderzoekje het volgende op: De Financial Times had de minste, namelijk 0,8% van de totale ruimte (maar zij hebben sowieso veel minder advertenties dan andere kranten). Dan komt de Guardian met 2,5%, de Independent met 3,1%, de Times met 4,4% en de Telegraph met 7,3%.

Ik vroeg de kranten hoeveel deze advertenties hen opleveren. Alleen de Financial Times (FT) wilde dat kwijt: Advertenties voor reizen, auto's en zware industrie leveren 13,7% van de totale advertentieopbrengst van de gedrukte krant op, en 10,4% van de totale opbrengst van de krant.

Op de vraag of de kranten de klimaatverandering helpen versterken met zulke advertenties, antwoordde de FT: nee. De andere kranten ontwijken de vraag door te stellen dat ze de inkomsten nodig hebben om hun lezers over klimaatverandering te informeren. Het wil niet zeggen dat ze het eens zijn met de inhoud van de advertenties.

De antwoorden voldoen mij niet. De redactie van een krant neemt voortdurend besluiten over wat te behandelen en hoe dat te doen. Waarom kunnen ze daarin ook de advertenties niet meenemen? Het is waar dat de lezers hun eigen mening moeten vormen, tegelijkertijd helpen deze advertenties de gedragsnormen bepalen. Ze maken dat de vernietiging van de biosfeer maatschappelijk aanvaardbaar lijkt. Als je tabaksreclame verbiedt, dan is er heel wat meer reden de advertenties te verbieden voor zaken die het grootste gevaar van allemaal opleveren.

Het zal heus niet gemakkelijk zijn de scheidslijn te trekken. Maar waarom beginnen we niet advertenties te verbieden voor auto's die meer kooldioxide per kilometer uitstoten dan 150 gram? En waarom laten we advertenties voor vliegen niet weg?

De kranten doen dat niet omdat driekwart van inkomsten uit advertenties komt en ze het bijna allemaal moeilijk hebben. Dus moet de campagne hiervoor ergens anders beginnen. Bij u, hypocriete lezer. Ga lobbyen.

top

 

9 oktober 07,
The New Coal Age
A vast new opencast pit will ruin locals people's lives and wreck the government's climate change policies. How was it allowed to happen?

(Dit lange artikel is flink ingekort.)

 

'Als we dit laten gebeuren, kunnen we wel ophouden.' Dat kwam in me op toen de eerste machines gingen graven in een van de grootste de openluchtkolenmijnen van Europa. Was dat soms in Roemenië; of Tsechië? Nee, het is de Ffos‑y‑fran‑mijn in Wales bij Merthyr Tyfdil, waar 250 ha tot een diepte van 200 meter wordt uitgegraven. Een gat groot genoeg om de klimaat‑ambities van de regering in te verzuipen.

Onder andere E.On en RWE bouwen kolencentrales en daar zijn kolen voor nodig. Die bouw wordt gerechtvaardigd door het vooruitzicht dat eens de kooldioxide‑uitstoot zal worden afgevangen en in geologische formaties zal worden opgeslagen. Een proces dat CCS heet, carbon capture and storage. De regering erkent dat CCS commercieel niet haalbaar is bij de huidige kosten of brandstofprijzen. Misschien bouwen we wel kolencentrales voor een techniek die er nooit zal komen. Dan zitten we vast aan 40 jaar van enorme uitstoot.

De Britten beoordeelden in 2006 twaalf aanvragen voor nieuwe kolenmijnen in de openlucht. Tien daarvan waren aanvaardbaar. De regering steunde vervolgens de Ffos‑y‑fran‑mijn van harte. De bewoners van Merthyr begrepen er niets van. De mijn komt tot 36 meter van de huizen. Ze stemden altijd Labour. Er waren 10.000 handtekeningen opgehaald.

De levensverwachting in Merthyr is zo ongeveer de allerlaagste in het Verenigd Koninkrijk (plaats 429 van de 432). Nu krijgen deze mensen er vuile lucht en stress bij doordat het gat wordt gegraven in een steile heuvel die boven de stad uittorent. 17 jaar lang gaat men de rots met explosieven te lijf van 7 uur 's‑morgens tot 11 uur 's‑avonds. 70 decibel kunnen ze daar wel hebben, bepaalden de planners.

Ffos‑y‑fran gaat 30 miljoen ton kooldioxide opleveren, gelijk aan de jaarlijkse uitstoot van 25 miljoen mensen. De enige zekere manier om klimaatverandering te voorkomen, is om brandstof in de grond te laten. Opgegraven, wordt het zeker verbruikt. De regering wil wel iets aan de vraag proberen te doen, maar niets om het aanbod te beperken.

(Het stuk vervolgt met een uitleg van het politiek gesjoemel rond de vergunning.)

top

 

16 oktober 07,
Bring on the Recession
How else will the destructive effects of growth be stopped?

 

Fijngevoelige mensen kunnen beter niet verder lezen. Ik ga het laatste universele taboe doorbreken. Ik hoop dat de recessie, die economen voorzien, doorbreekt.

Een recessie geeft ellende, dat weet ik. Mensen verliezen hun baan, en hun huis. Dat erken ik. Maar ik zou willen dat u erkent dat ‑ voorbij een zekere grens ‑ economische groei ook ellende veroorzaakt.

In de stille monding van de Dyfi in Wales komen 's‑zondags een paar honderd mensen van de de rust en de schoonheid van de natuur genieten. Meestal verknoeien een paar lui op jet skis het voor ze. En als er nu twee van zijn, zijn het er volgend jaar vier en het jaar erop acht. Omdat de rust en schoonheid niet economisch meetellen, en de verkoop van jet skis wel, wordt dit als een verbetering van de welvaart gezien.

Herrie en stress zijn nauw verbonden. Langdurige blootstelling aan verkeersherrie alleen is, wereldwijd, wellicht de oorzaak van honderduizenden doden door hartaanvallen. En verder van allerlei andere kwalen, zoals hoge bloeddruk, suizende oren en slaapgebrek. Over de hele wereld nemen de klachten over herrie toe: een buitenaardse bezoeker zou denken dat economische groei vooral ten doel heeft steeds ingrijpender manieren te vinden om fossiele brandstoffen te verstoken.

Zo komen we bij de duidelijkste manier waarop nog meer groei ons pijn zal doen: klimaatverandering leidt niet slechts tot minder welvaart, voorbij een bepaald punt veroorzaakt het sterfte. Het bedreigt de levens van honderden miljoenen mensen. Hoe hard de regeringen ook mogen werken aan vermindering van de kooldioxide‑uitstoot, ze vechten tegen het tij van de economische groei. Ook al groeit het brandstofverbruik in volgroeide economieën minder hard dan in opkomende economieën, er is nog geen enkel land dat kans ziet om het energieverbruik te verminderen bij voortgaande economische groei. Een recessie in de rijke landen zou de enige hoop kunnen zijn op tijdwinst in de strijd tegen klimaatverandering.

De enorme verbetering in onze welvaart ‑ betere huizen, betere voeding, betere hygiëne en betere gezondheidszorg ‑ van de afgelopen twee eeuwen zijn het gevolg van economische groei, en het leren, verteren, innoveren en politiek meeregeren die het voortbracht. Maar wanneer moet dat stoppen? Op welk moment moeten regeringen beslissen dat de marginale kosten van verdere groei de marginale voordelen overtreffen? De meeste regeringen hebben geen idee. De groei moet doorgaan, of hij goed of slecht is. Mij lijkt het toe dat de rijke landen het logische moment om te stoppen al hebben bereikt.

Ik woon in een van de armste delen van Brittannië. De tieners hebben hier dure kapsels, mooie kleren, mobieltjes. Als ze wat ouder worden, hebben de meeste een auto, waar ze voortdurend in rondrijden. Ze zijn vrij van de armoede van hun grootouders en dat is iets om te vieren en nooit te vergeten. Maar is het nu niet genoeg?

Regeringen houden van groei omdat het ze ontslaat van de plicht iets aan de ongelijkheid te doen. 'Groei is een vervanging voor gelijkheid in inkomens. Zolang er groei is, is er hoop, en kan men leven met grote inkomensverschillen.' Groei is een politieke pijnstiller, die protest wegpoetst, zodat regeringen niet in de slag hoeven met de rijken; het voorkomt de bouw aan een gelijke en duurzame economie.

Omdat dit debat wordt beheerst door mensen die het verkrijgen van meer geld boven alles stellen, lijkt nulgroei onhaalbaar. Hoe vervelend ook, er is moeilijk iets anders dan een onbedoelde recessie te bedenken om te voorkomen dat economische groei ons door het beloofde land van Kanaän zal blazen, zo de woestijn in aan de andere kant.

top

 

30 oktober 07,
The Road Well Travelled
Are we already shutting our minds to the consequences of climate change?

 

Ik lees het nieuwe rapport van de VN over de toestand van de planeet. En word gegrepen door het hoofdstuk over voedselproductie.

In de afgelopen 20 jaar is de voedselproductie per ha toegenomen van 1,8 naar 2,5 ton. Maar de wereldbevolking groeide harder. 'Na de piek van de jaren tachtig, is de graanproductie per hoofd langzaam gedaald.' In 2050 zullen er zo'n 9 miljard mensen zijn. Om ze te voeden en de huidige tekorten weg te werken (het Millenniumdoel), moet de voedselproductie verdubbelen. Als we afval, teveel eten, biobrandstof en de vleesconsumptie niet schrappen, kan de vraag naar granen wel drie keer zo groot worden als nu.

Er zijn twee beperkende factoren. Eén noemt het rapport alleen en passant: fosfaat. Het is niet duidelijk waar de voorraden fosfaat die we nodig gaan hebben, te vinden zijn. Het tweede, meer dringende probleem is het watertekort. In 2050 is er dubbel zoveel van nodig. Waar halen we dat vandaan? 'Water is al enorm schaars in veel streken, en de landbouw gebruikt al het leeuwendeel van het water dat gewonnen worden uit stromen en de ondergrond.' Eentiende van de grote rivieren bereikt al niet meer het hele jaar de kust.

Verstopt op p. 148 staat: 'Als het zo doorgaat wonen in 2025 1,8 miljard mensen in landen of gebieden met watertekorten waarvoor geen oplossing bestaat, en tweederde van de wereldbevolking lijdt aan waterstress.' Deels ligt dat aan het vermorsen van water en ontbossing, maar de hoofdoorzaak zit in de komende droogtes vanwege de klimaatverandering. De regen zal het meeste verminderen op de plekken waar water het hardste nodig is. Dus, behalve als we een plotselinge kooldioxide‑uitstoot‑vermindering bewerkstelligen, hoe gaan we de wereld voeden? Hoe gaan we maatschappelijke instorting die dat meebrengt, voorkomen?

De steen valt in de vijver, en dan is hij weer glad. U slaat de pagina om en vervolgt uw leven. Vorige week ontdekten we dat klimaatverandering de helft van alle soorten op aarde kan uitroeien; dat 25 apensoorten al wegkwijnen; dat natuurlijke koolstofbronnen actief zijn geworden, tientallen jaren eerder dan voorspeld werd. Maar iedereen kijkt en wacht tot iemand anders begint. We denken allemaal: 'als het echt zo erg is, zal iemand toch zeker wel iets gaan doen?'

Zaterdag ging ik er na het lezen van het VN‑rapport even tussenuit (milieu‑activisten zijn heus niet alleen maar zwartkijkers,) naar een vergadering van wegenbouwbestrijders in Birmingham. Ze kwamen uit het hele land en vochten tegen 18 nieuwe projecten, slechts een fractie van alle regeringsplannen. De nieuwe doelen van de klimaatwet van de regering zijn welkom. Maar in elke belangrijke energiesector ‑ vliegen, wegverkeer, energieopwekking, de bouw, de mijnbouw en oliewinning ‑ is de regering bezig met beleid dat de uitstoot zal verhogen. Hoe gaan ze dan de 60% reductie bereiken?

Niemand die het weet, maar het zal hem vermoedelijk zitten in de grote uitvlucht die in de wet is ingebakken: koolstofhandel. Als de regering het niet thuis kan bereiken, kopen ze het in andere landen. Maar handel werkt slechts als we een kleine wereldwijde reductie nastreven. Om een klimaatverandering te vermijden die met ons op de loop gaat, moeten we de uitstoot overal ter wereld grotendeels, misschien bijna helemaal, uitbannen. De meeste landen met wie het Verenigd Koninkrijk zaken wil doen, moeten zelf grote reductie bereiken, die dan komt bovenop wat ze ons verkopen. Nog even, en we moeten aankloppen bij Mars en Jupiter. Er is maar één manier die een uit de hand lopende klimaatverandering voorkomt, en dat is besparen hier en nu.

Van wie moet de overtuiging komen? De kiezers staan niet te springen om er voor te stemmen. De media houden wijselijk hun mond (maar zenden wel Top Gear uit). Het lijkt erop dat de mensen in het rijke deel van de wereld zich ervoor willen afsluiten. Als dat klopt, hoeven we niet meer op rampen te wachten om te weten dat de beschaving in gevaar is.

top

 

6 november 07,
An Agricultural Crime Against Humanity
Biofuels could kill more people than the Iraq war

 

Gekker moet het niet worden. Swaziland dat hongersnood lijdt en noodhulp krijgt ‑ 40% van de bevolking lijdt honger ‑ heeft besloten biobrandstof te gaan exporteren. De biobrandstof wordt gemaakt van cassave, het basisvoedsel. De regering heeft daarvoor meerdere duizenden hectare bouwland in Lavumisa uitgekozen, precies in de streek waar de droogte het ergste is. Het zou sneller en humaner zijn de Swazimensen zelf te raffineren en hen in onze tank te stoppen.

Dit is slechts een van de vele voorbeelden van een handel, die de speciale rapporteur van de VN, Jean Ziegler, bestempelt als een 'misdaad tegen de menselijkheid'. Ziegler pikte als eerste mijn oproep op tot een vijfjarig moratorium voor alle overheidsdoelstellingen en initiatieven voor biobrandstof: De handel zou bevroren moeten worden totdat de tweede‑generatie brandstoffen, gemaakt uit hout, of stro, of afval, commercieel haalbaar is. Anders grist de koopkracht van de automobilisten in de rijke wereld het voedsel regelrecht uit de monden van andere mensen. Rijdt op maagdelijke biobrandstof en anderen sterven.

Zelfs het Internationaal Monetair Fonds, dat altijd klaar staat om de armen te offeren op het altaar van de economie, waarschuwt nu dat biobrandstof maken uit voedsel de 'al krappe hoeveelheid bouwland en water over de hele wereld verder onder druk zal zetten, waarbij voedselprijzen omhoog gejaagd worden.' Ook de FAO waarschuwt voor een zeer ernstige crisis. Zelfs bij lage voedselprijzen konden al 850 miljoen mensen niet genoeg voedsel kopen. Elke prijsverhoging van meel of graan drukt nieuwe miljoenen onder de broodlijn.

De kosten van rijst, maïs en tarwe zijn al enorm gestegen. Biobrandstoffen zijn daarvan niet de enige oorzaak; land dat uit productie gaat verergert de effecten van slechte oogsten en groeiende vraag. Maar vrijwel alle instanties waarschuwen nu tegen meer biobrandstof. En vrijwel geen enkele belangrijke regeringen luistert er naar.

Politici willen harde politieke keuzes te ontlopen en daarom niet afzien van biobrandstoffen. Biobrandstoffen geven de indruk dat de overheden hun kooldioxide‑uitstoot kunnen terugdringen en tegelijk nieuwe wegen aanleggen. Dat we meer willen rijden hindert niet, luidt de boodschap: we veranderen gewoon van brandstof. Niemand hoeft iets te voelen. De eisen van 'blij dat ik rij' kunnen worden ingewilligd. De mensen die er hun land door verliezen worden hier niet gehoord.

In principe krijg je met biobrandstof alleen de uitstoot van kooldioxide die de planten hebben vastgelegd toen ze groeiden. Ook als je rekening houdt met de energie die het kost om te oogsten, te raffineren en te vervoeren, is er nog voordeel ten opzichte van gewone benzine. De wet op de biobrandstof die eist dat in 2010 5% van ons wegverkeer op biobrandstof loopt, zal, zo stelt men, 700.000 tot 800.000 ton koolstof per jaar besparen. Voor die berekening heeft men de kwestie met zorg omschreven. Als je slechts de directe koolstofkosten van verbouwen en verwerken neemt, lijken biobrandstoffen de hoeveelheid broeikasgassen te verminderen. Als je naar het totale plaatje kijkt, blijken ze meer opwarming te veroorzaken dan benzine.

Een recent onderzoek van nobelprijswinnaar Paul Crutzen laat zien dat de offiële inschattingen de bijdrage van stikstofkunstmest hebben weggelaten. Die veroorzaakt een broeikasgas ‑ lachgas ‑ dat 296 keer sterker opwarmt dan kooldioxide. Deze uitstoot alleen maakt dat ethanol van maïs tussen de 0,9 en 1,5 keer zoveel opwarmt als benzine, terwijl raapzaadolie (de bron van 80% van de biodiesel) 1 tot 1,7 zoveel opwarmt als diesel. Nog afgezien van veranderingen in het gebruik van bouwland.

Een artikel in Science suggereert dat het niet in gebruik nemen van onontgonnen land, over een periode van dertig jaar, misschien tussen de 2 en 9 keer zoveel kooldioxide‑uitstoot bespaart als wanneer je het ontgint en beplant voor biobrandstoffen. Er is berekend dat als de Europese doelstelling van 5% brandstoffen bio door de rest van de wereld wordt overgenomen, er 15% meer bouwland nodig is. Dat betekent het einde van de meeste tropische wouden. Waarna de klimaatverandering vanzelf uit de hand loopt.

De overheid zegt ernaar te streven dat alleen de 'meest duurzame biobrandstoffen' zullen worden gebruikt. De regering heeft dit helemaal niet in de hand, en geeft toe dat het de regels van de vrije handel overtreedt als ze dat toch zou proberen. Maar zelfs als 'duurzaamheid' kan worden afgedwongen, wat betekent dat dan precies? Je kunt bijvoorbeeld palmolie van nieuwe plantages weren. Deze vorm van biobrandstof is de meest destructieve, die ontbossing in Maleisië en Indonesië veroorzaakt. Het zou niet helpen. Ook als er een andere olie voor biodiesel wordt gebruikt, moet die olie vervangen worden. Òf er ontstaat een gat in de markt, òf palmolie vult dat gat. Het domino‑effect veroorzaakt toch de vernietiging die je probeert te vermijden.

Op dit punt beginnen de makers biobrandstof 'jatrofa' te roepen. Dat is geen scheldwoord, maar dat gaat het wel worden. Jatrofa is een stug kruid met oliehoudende zaden dat in de tropen groeit. Bob Geldof die altijd in is voor simpistische oplossingen kwam naar Swaziland als 'speciale adviseur' van een firma in biobrandstof. Omdat jatrofa op arme grond kan groeien, claimde Geldof dat het een plant is die 'leven brengt', banen oplevert, geld in het laadje brengt en kleine boeren economische macht geeft.

Ja, jatrofa groeit op arme grond en kleine boeren kunnen het telen. Maar het groeit ook op rijke grond en grootgrondbezitters kunnen het ook telen. Als er iets duidelijk is aan biobrandstof, is het wel dat het geen product is voor kleine boeren. Het is een wereldhandelsgoed dat zich uitstekend laat vervoeren, dat langdurig kan worden opgeslagen, zonder dat 'lokaal of ecologisch verbouwd' er iets aan toevoegt. De Indiase rtegering heeft al plannen voor 14 miljoen hectare jatrofa plantages. De eerste rellen met de keuterboeren van dat land hebben we al gehad.

Als de regeringen die voor biobrandstof zijn daar niet mee ophouden, zal het leed ervan groter zijn dan van de oorlog in Irak. Miljoenen zullen worden verdreven, honderden miljoen zullen honger lijden. Deze misdaad tegen de menselijkheid is een ingewikkelde, maar dat maakt hem niet kleiner en niet minder kwalijk. Als mensen sterven vanwege biobrandstof, heeft Ruth Kelly en zijn aanhangers dat op haar geweten (of minister Eurlings om Monbiot naar Nederland te vertalen). Net als al dit soort misdaden wordt hij begaan door lafaards, die de zwakken te pakken nemen om niet te hoeven op te staan tegen de sterken.

top

 

11 december 07,
Rigged
The climate talks are a stich‑up, as no one is talking about supply

 

Dames en heren, ik heb de oplossing. Het mag ongelooflijk klinken, maar ik heb de ultieme technologie gevonden om ons van een gierende klimaatverandering te redden. Uit liefde vertel ik u gratis wat het is. Geen patent, geen kleine lettertjes, geen trucs. Deze technologie, een totaal nieuwe vorm van koolstofafvangst en ‑opslag, is onder wetenschappers al het gesprek van de dag. Het is goedkoop, efficiënt en klaar voor gebruik. Het heet... laat de brandstoffen in de bodem.

Op een smerige dag, verleden week, terwijl de regeringen bijeenkwamen op Bali om om klimaatverandering heen te draaien, gingen we met een groep deze methode toepassen. We zwermden de openlucht steenkoolmijn bij Ffos‑y‑fran in Zuid‑Wales in, bezetten de graafmachines en legden het werk stil. Ons motief was wat de knappe koppen op Bali over het hoofd zien: als fossiele brandstof wordt gewonnen, wordt hij ook verbruikt.

De meeste regeringen van de rijke landen sporen hun burgers aan minder energie te gebruiken. Ze moedigen aan spaarlampen te nemen, te isoleren, de standby knoppen uit te zetten. Met andere woorden, ze proberen het klimaatprobleem aan te vatten aan de vraagkant. Voor zover ik kan beoordelen, zoekt niemand het in de aanbodkant. Niemand probeert het aanbod van fossiele brandstoffen te verminderen. Zonder dat zal de aanpak via de vraagkant mislukken. Ieder vat olie, iedere ton steenkool die naar boven wordt gehaald, gaat ook in de fik.

Misschien moet ik mezelf corrigeren; de regeringen hebben wèl een politiek voor de aanbodkant: zoveel mogelijk naar boven halen als ze kunnen. De Ffos‑y‑fran‑mijn is daar getuige van. Het is onderdeel van een politiek van 'maximale economisch haalbare winning van de steenkoolvoorraden'.

Ook moet de laatste druppel olie uit de Noordzee worden gehaald. De regering geeft oliemaatschappijen een korting van 90% op de kosten van de vergunningen voor het proefboren op het continentaal plat. Als ze niet aan de slag gaan, krijgt een ander de vergunning. Met andere woorden, de regering is bereid meedogenloos in te grijpen als het om het bevorderen van klimaatverandering gaat, maar niet als het gaat om het voorkomen van klimaatverandering. Geen enkele minister heeft het over het 'afdwingen' van bedrijven van vermindering van hun uitstoot. Er moeten eerst nog 28 miljard vaten olie en gas uit de Noordzee komen.

Het klimaatbeleid van de overheid is dus: tot de laatste druppel de olie uit de grond halen en dan bidden dat niemand die gebruikt.

Ah, zegt u, maar het ondergronds opslaan van kooldioxide dan? Dat is haalbaar, maar er zijn drie problemen. Het eerste is dat de fossiele brandstoffen nu, vandaag, verbrandt worden en dat er amper enige afvang bestaat. Het tweede is dat deze techniek alleen werkt voor elektriciteitscentrales en grote industriële processen: er zijn geen middelen om de kooldioxide af te vangen en op te slaan bij de uitlaat van de auto, vliegtuigmotoren of verwarmingsketels. Het derde probleem is dat de techniek misschien zelfs nooit beschikbaar komt, zoals Alistair Darling van Energiezaken in de kamer toegaf. (Dat wil de regering wel toegeven in het kader van plannen voor nieuwe kerncentrales, maar niet in het kader van nieuwe steenkoolmijnen.)

Elke week herinnert een briefschrijver mij er wel aan dat de olie toch opraakt, wat maak ik me druk. We gaan terug naar de natuur en niemand hoeft zich meer zorgen te maken over het klimaat. De fout die ze maken is dat ze conventionele olie verwarren met de voorraden van alle fossiele brandstoffen samen. Voordat de olie piekt, zal de vraag het aanbod vermoedelijk overtreffen en de prijs opjagen. Met als resultaat dat de oliemaatschappijen nog harder hun best doen het spul naar boven te halen.

Nu al, vanwege de hoge olieprijs, pompen de pollutocraten miljarden in onconventionele oliewinning. BP gaat in Canadees teerzand, wat veel meer kooldioxide‑uitstoot gaat opleveren dan gewone oliewinning. Er is in Noord‑Amerika genoeg teer en kerogeen om de aarde meerdere keren gaar te koken.

En anders is er nog steenkool. Het Zuidafrikaanse Sasol maakt benzine uit steenkool en onderzoekt de haalbaarheid van fabrieken in India, China en de VS. Geologie noch marktwerking gaan ons redden van de klimaatverandering.

Wie de plannen voor de winning van fossiele brandstoffen op aarde bekijkt, komt tot de verschrikkelijke ontdekking dat het besparingsbeleid bedotterij is. Zonder een beleid van de aanbodkant is een uit de hand lopende klimaatverandering onvermijdelijk, hoe hard we ook ons best doen aan de vraagzijde. Bali is zinloos zonder een plan om de brandstoffen in de grond te laten.

 

top

17 december 07,
Hurray! We're Going Backwards!
Bush trashed the climate talks. But look what Gore did.

 

'Na elf dagen onderhandelen, hebben de regeringen een compromis gesloten dat ... zelf tot hogere emissies zou kunnen leiden.  ... Dat de deal zo verwaterd is ... komt vooral door de houding van de VS die zich sterk maakte voor de belangen van olie‑ en automobielindustrie.'

Aldus een persbericht van Friends of the Earth, niet van december 2007 toen op Bali werd onderhandeld, maar van 11 december 1997, toen het om het Kyoto Protocol ging. De delegatie van de VS werd geleid door Albert Arnold Gore.

De EU vroeg in 1997 om 15% reductie in 2010, Gore bracht het terug to 5,2% in 2012. Toen deed zijn team iets ergers: het bracht de hele overeenkomst om zeep.

De meeste landen wilden de besparingen thuis realiseren. Maar Gore wilde een uitweg breed genoeg om er met een Hummer over te rijden. De rijke landen, zei hij, moeten hun besparing in andere landen kunnen kopen. Zo creëerde het protocol een uitbundige wereldmarkt van nep‑uitstootreducties. De Westerse landen konden 'gebakken lucht' kopen van de voormalige Soviet‑Unie. Omdat de reductie werd afgezet tegen het jaar 1990 en de industrie daar sindsdien was ingestort, werden er reducties verkocht die toch al een feit waren. De truc van Gore hield ook in dat de rijke landen 'besparingen' van andere landen konden kopen. Fabrieken in India en China verdienden miljoen door hun productie van pittige broeikasgassen op te schroeven, zodat de koolstofhandelaars uit de rijke wereld konden betalen om ze weer op te ruimen.

Deze sabotage zorgde voor een zieltogende markt voor zuinige technieken. Zonder een zekerheid over een behoorlijke waarde voor koolstofreductie, of dat het overheidsbeleid gestand zou worden gedaan, bleven bedrijven investeren in de veilige, commerciële vooruitzichten die fossiele brandstoffen boden, liever dan een gok te nemen op een markt zonder duidelijke bodem.

Doordat zo de rijke landen niet echt bespaarden, regelde Gore tegelijk dat de arme landen 'lekker puh' zeiden toen we ze vroegen te doen wat wij niet deden. Toen George Bush bekend maakte dat hij het protocol niet zou tekenen, vloekte en jouwde de wereld. Maar zijn onverzoenlijkheid sloeg alleen terug op de VS. Gore's team bedierf het voor iedereen.

 

Na de overeenstemming over het Kyoto Protocol riep John Prescott, de Britse milieuminister, uit 'dat dit een overeenkomst van historische betekenis is die problemen van klimaatverandering in bedwang zal houden. Voor het eerst bindt het de ontwikkelde landen wettelijk om hun uitstoot te beperken.' Tien jaar later zegt de huidige milieuminister Hilary Benn, dat 'dit een historische doorbraak is en een enorme stap vooruit. Voor de allereerste keer zijn de landen van de wereld het erover eens geworden dat ze moeten onderhandelen over een afspraak om gevaarlijke klimaatverandering aan te pakken.' Zit er soms een bandje in deze lui?

Beide keren eiste de VS voorwaarden die andere landen onmogelijk konden accepteren. Voor Kyoto wezen de andere landen Gore's voorstellen voor emissiehandel botweg van de hand. Het Amerikaanse team dreigde op te stappen. De andere landen gaven toe, maar de VS bleef tot het allerlaatste ogenblik zeuren over pietluttigheden, toen het plotseling leek bij te draaien. In 1997 en in 2007 won het wat er maar te winnen was: het maakte het verdrag waardeloos en werd geprezen als redder ervan.

Hilary Benn is een stommeling. Onze diplomaten zijn klunzen. De VS‑onderhandelaars hebben dezelfde truc twee keer uitgehaald en voor de tweede keer hebben we het gepikt.

Er zijn nog twee jaar te gaan, maar tot dusver is de nieuwe overeenkomst zelfs nog slechter dan het Kyoto Protocol. Er staat niet in welk doel gehaald moet worden en ook niet wanneer. Op Bali werd overeenstemming bereikt over nieuwe regels die de slechtste kant van de emissiehandel versterken, het 'clean development mechanism'. Benn en de andere sukkels juichen en zwaaien met hun hoeden nu de trein eindelijk het station verlaat, zonder door te hebben dat hij de verkeerde kant uitrijdt.

Gore 'bestuurt' nu beter dan toen hij regeerde, maar hij was geen George Bush. Hij wilde een sterk, bindend en betekenisvol protocol, maar de Amerikaanse politiek maakte het onmogelijk. In juli 1997 stemde de Senaat met 95 tegen 0 tegen elke overeenkomst die de ontwikkelingslanden niet op dezelfde manier zou behandelen als de rijke landen. Hoewel ze wisten dat de ontwikkelingslanden dit onmogelijk konden accepteren, gingen alle Democraten mee met de Republikeinen. De regering Clinton had een compromis voorgesteld: geen bindende verplichtingen voor de ontwikkelingslanden, maar emissiehandel. Maar zelfs toen Gore daarin slaagde, maakte hij bekend dat 'we deze overeenkomst niet voor ratificatie in de Senaat zullen brengen totdat de belangrijkste ontwikkelingslanden meedoen.' Clinton ontweek zo een oorlog die hij niet kon winnen.

Waarom handelt de VS zo, wie er ook aan het roer staat? Omdat, net als nog een paar andere moderne democratieën, er twee belangrijke corrumperende krachten heersen. Ik heb het al eerder over gehad hoe de grote media het gevaar van klimaatverandering bagatelliseren en iedereen demoniseren die daar tegenin gaat. Ik zal u er niet meer mee vervelen, behalve dit:  De klimaatovereenkomst op Bali was die dag de laatste van de 20 nieuwsberichten op de Fox News website. Eraan vooraf gingen 'Stewardessen in bikini in kalender voor goed doel', en 'Winkel in Florida verkoopt t‑shirt met "De Kerstman Haat Je".'

Bekijk liever die andere vorm van corruptie: geld voor verkiezingscampagnes. De Senaat is tegen krachtige maatregelen tegen klimaatverandering omdat de leden ervan zich verkocht hebben en met handen en voeten gebonden zijn aan de bedrijven die daar iets bij te verliezen hebben. Op de lijsten van de giften vallen twee dingen op.

Ten eerste de omvang. Sinds 1990, hebben 'energie en grondstoffen' (vooral steenkool, olie, gas en elektriciteit) 418 miljoen dollar een federale politici in de VS gegeven. De transportsector gaf 355 miljoen. Verder valt op dat de goedgeefsheid niet kieskeurig is. De grote vervuilers hebben een voorkeur voor de Republikeinen, maar de meeste geven ook aan de Democraten. Tijdens de verkiezingscampagne van 2000 werd Bush bedolven onder het geld van de olie‑industrie, maar ook Gore kreeg van hen 142.000 dollar, terwijl de transportsector hem 347.000 dollar gaf. Het hele politieke systeem van de VS staat in het krijt bij mensen die hun winst vóór de biosfeer laten gaan.

Het is nonsens dat we wat kunnen verwachten van de volgende president. Dit is een veel groter probleem dan de figuur George Bush. Oh ja, hij is er hartstikke op tegen de klimaatverandering aan te pakken. Maar het hart heeft hier niet veel mee te maken. Totdat het Amerikaanse volk hun systeem van politieke giften aanpakt, zullen hun politici voor hun weldoeners spreken, niet voor het algemeen welzijn.

top

 

Verder in 2007:
verschenen in New Left Review

Clive Hamilton:
Building on Kyoto, een kritische recensie van Heat

 

George Monbiot,
Environmental Feedback, A Reply to Clive Hamilton