In plaats van af te wachten wat anderen doen aan de komende olie- en klimaatcrisis, kunnen we beter zelf de handen uit de mouwen steken.
Met lokaal voedsel, eigen stroomopwekking en materialen uit de buurt worden we minder afhankelijk. Met zijn allen scheppen we een veerkrachtige gemeenschap die het individu steun biedt. Ieder van ons kan verschil maken, kan anderen inspireren, heeft kwaliteiten die van pas komen.





www.transitie.be
www.transitiontowns.nl

Klik hier voor het interview in 2019 met Jan van Arkel

In Engeland zijn er al vele tientallen succesvolle Tansition Towns. Deze basishandleiding vertelt over hun ervaringen, hoe je kan beginnen, wat de criteria zijn. En ook over de stappen die je moet zetten en over het Minder Energie Plan. Transitie is een plan voor gewone mensen ter voorbereiding op het einde van het olietijdperk.

Geen gemaar, we kunnen het aan. Wie tijdig begint is het beste voorbereid.

Downloads


Foto Rob Hopkins (pdf)

Basishandleiding Transition Towns

Omslag (LR)
Omslag (HR)
Inhoudsopgave (pdf)
Hoofdstuk 1 (pdf)

Het Transitiehandboek

Omslag (LR)
Omslag (HR)
Inhoud (pdf)
Voorwerk (pdf)
Voorwoord (pdf)
Inleiding (pdf)
Deel 1:
Hoofdstuk 1 (pdf)
Hoofdstuk 2 (pdf)
Hoofdstuk 3 (pdf)
Hoofdstuk 4 (pdf)
Samenvatting deel 1 (pdf)
Deel 2:
Hoofdstuk 5 (pdf)
Hoofdstuk 6 (pdf)
Hoofdstuk 7 (pdf)
Hoofdstuk 8 (pdf)
Hoofdstuk 9 (pdf)
Samenvatting deel 2 (pdf)
Deel 3:
Hoofdstuk 10 (pdf)
Hoofdstuk 11 (pdf)
Hoofdstuk 12 (pdf)
Hoofdstuk 13 (pdf)
Nederland (pdf)
Vlaanderen (pdf)

Tot Besluit (pdf)
Bijlagen (pdf)
Noten (pdf)
Bronnen (pdf)


'Tien jaar Transitie-handboek, een ongekend succes'

Interview met uitgever Jan van Arkel

17 mei 2019, het Transitie-net



Tien jaar geleden verscheen Het Transitiehandboek. Had je in 2009 gedacht dat het zulke gevolgen zou hebben?

Ik hoopte het zeker. Ik had het zelf in die tijd benauwd van de dreiging van piekolie en vooral dat vrijwel niemand begreep hoe dramatisch het al met het klimaat gesteld was. Maar dat juist deze aanpak zo zou aanspreken, daar kun je alleen maar van dromen.

De economische crisis stelde het piekolie-moment feitelijk uit van 2009 tot 2011. Dat kunnen we nu achteraf reconstrueren.
Dat klopt. Het Internationaal Energie Agentschap deed in november 2008 een waarschuwing uitgaan dat er oliekrapte kon komen in 2012. IEA-hoofdonderzoeker Birol stelde vervolgens in een interview dat een tekort 'pas' in 2020 zou optreden, maar dan wel op voorwaarde dat de OPEC-landen intussen zwaar zouden investeren. We weten nu dat ze dat niet deden. Door de economische krimp kregen ze veel minder geld binnen. En met die situatie konden ze niet goed omgaan. Hun eigen bevolking werd boos en voelde zich aan de pomp tekort gedaan. Zodoende consumeerden de OPEC-landen zelf een groter deel van een dalende productie. Dus hadden we hier de poppen aan het dansen, niet in 2020, maar in 2011.

De Transitie-initiatieven hadden zich daar juist op voorbereid.

Ja, maar niet in de zin dat ze er technisch al echt klaar voor waren. De heropbouw van lokale veerkracht was nog amper van de grond gekomen. De omschakeling op voedsel uit de eigen regio was het verst, maar dekte echt de behoeften nog niet. Eigen energiewinning en afschakeling van het hoofdnet was slechts een enkeling gegeven. Dat wilden we trouwens niet per se. Als met een slim net de ene gemeenschap de naastliggende kon helpen omdat ze al iets verder waren, was dat beter.
Nee, het was de psychische kant die het verschil maakte. Dat de energieprijzen door het plafond knalden, viel de Transitie-initiatieven niet rauw op het dak. Ze wisten dat het zou komen. Alleen niet precies wanneer. En die voorkennis, het 'klaar zijn' voor het probleem, maakte dat ze niet als een kip zonder kop rondrenden, maar hun inspanningen verdubbelden, want ze wisten wat ze moesten doen. Dat stond in hun Minder Energie Plan.

Terwijl er verder soms ernstige rellen uitbraken.

Dat is zeker. Laten we die herinnering maar liever niet ophalen.

Eind van het liedje was, dat de regering erkende dat de Transitie-initiatieven zich beter op de crisis hadden voorbereid dan het Rijk.

Hier wel, maar niet bijvoorbeeld in Italie. Het rechtse regime daar verergerde de zaken flink. In veel arme landen bleek overigens de veerkracht veel beter intact gebleven. Na de tsunami van 2004 constateerde Vandana Shiva al dat de toeristenoorden er lange tijd slecht aan toe bleven, terwijl sommige inheemse dorpen er snel overheen kwamen. Dat patroon zag je nu wereldwijd in het groot. In Kenia trokken de mensen weg uit de gebieden waar onze boontjes verbouwd werden, terwijl in de randgebieden van het land veel mensen niet eens doorhadden wat voor crisis er was. Ze kochten toch al nooit dieselolie of benzine.

De grote herscholing greep vanaf 2011 echt om zich heen.

Er kwam een enorme behoefte aan de kennis van opa en oma. Hoe zij het deden, dat kwam helemaal terug. Of het nu het benutten van vlas en hennep was, of weer breien en sokken stoppen, of dat we weer wilden leren wekken en inmaken. We moesten eten van wat er in onze naaste omgeving verbouwd werd en daarmee moesten we de winter door. Wist je dat mijn moeder ooit al zo'n fantastische mechanische breimachine had? Gewoon opzetten en met de hand heen en weer. Alles kon ermee, ook leuke patronen maken. Je zag die oude, praktische dingen terugkomen op allerlei vlak.

En EROEI werd het nieuwe toverwoord.

We gingen zeker rekening houden met EROEI, nu voor iedereen gesneden koek, toen een onbekend begrip. Het drong ineens door hoeveel energie het kostte het om duurzame energie te bereiken. Isoleren, zonecellen, windmolenparken, het bleek tegen te vallen hoeveel energie daar eerst in moest. Intussen werd de olie onbetaalbaar. Wie in een vroeg stadium met de veel te goedkope olie zonnecellen had aangeschaft, was een geluksvogel. Tegelijk verkruimdelde de samenwerking in de EU en werden niet alleen landen en regio's, maar ook dorpen en steden teruggeworpen op zichzelf. Daarmee werd de afstand voor woestijnstroom tussen Algerije en Aken plotseling een stuk groter.

Het werd vooral bezuinigen.

Ja, truien aan en vroeg het licht uit. Snel douchen en van tv, computer en cd-speler de stekker er alleen in bij gebruik. Nederland had natuurlijk toen zijn gas nog, en er was met verwarming en koken eerst niet zo'n probleem. Maar wel met elektriciteit en de prijzen aan de pomp. De vertaling van de dure olie in de prijzen van consumptiegoederen was enorm. Van medicijnen en meubels tot pannen en fietsen, en vooral voedsel, de prijzen verdubbelden. Bezuiniging op energie was geen keuze, het was noodzaak, en de een was er handiger in, of kon het gemakkelijker, dan de ander.

Jammer dat de klimaatdukaten toen nog niet waren ingevoerd.

Dat was vreselijk jammer. Nu kregen de zwakken in de samenleving het zwaar te verduren. Met klimaatdukaten is de verdeling tenminste eerlijk, ook al is het een verdeling van de pijn. Gelukkig duurde het niet al te lang voordat energie toch op de bon ging, in gelijke porties voor iedereen.

Ook het verkeer kende een metamorfose.

De auto werd voor de forens een molensteens om zijn nek. Files verdwenen als sneeuw voor de zon. Rekeningrijden was voorbij nog voordat het werd ingevoerd. Nu is reizen met het openbaar vervoer een luxe. Het grove net van het openbaar vervoer is meer dan toereikend. Het zijn de geisoleerde plekken, die een probleem vormen. Die mensen zitten wel een beetje opgesloten.

En er kwam meer aandacht voor hart en ziel.

Het aanvaarden van deze ommekeer ging niet iedereen even gemakkelijk af. Maar al gauw vielen de positieve kanten op. Natuurbeleving kwam terug. Het bibliotheekwezen herleefde. En samen leuke dingen doen - toneel, zingen, muziek maken of verhalen vertellen, die we nu volop doen en toen amper - bleek toch echt een verrijking van ons leven. Samenwerken aan zoveel dingen werd noodzaak en zo leerde je je buurtgenoten echt kennen. En het resultaat van je werk was zo tastbaar. Dat bleek heel bevredigend. Door het andere dieet zijn we nu trouwens veel gezonder, net als de Engelse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het was het verhaal van Transitie dat zo aansprak.

De Transitie-benadering verschilde fundamenteel van de milieubeweging. Inclusief, hoopvol, doelgericht en samen bezig op alle nivo's maar vooral lokaal, met minder energie en meer veerkracht als centrale thema's. Vertellen over de toekomst, het verbeelden van een visioen was de hoeksteen van onze beweging. Tegenover reclame of doen of er niets aan de hand was, maakten we onze eigen toekomstvisie zo concreet mogelijk. We onthulden niets ontziend de problemen, maar zagen ook de weg naar een veilige toekomst voor ons. Op weg daarheen werd niemand uitgesloten. Juist dat sprak aan.


Ben Brangwyn & Rob Hopkins
Basishandleiding Transition Towns
Hoe word je een transitiestad, dorp, streek, gemeenschap of zelfs eiland?

Een uitgave van Transitienetwerk Vlaanderen en Transition Towns Nederland
i.s.m. Uitgeverij Jan van Arkel

isbn 978 90 6224 484 3
paperback
100 pagina's
€ 5,–
januari 2009

Rob Hopkins

Het Transitie handboek
Van olie-afhankelijkheid naar lokale veerkracht

Een uitgave van Uitgeverij Jan van Arkel i.s.m. Transitienetwerk Vlaanderen en Transition Towns Nederland

isbn 978 90 6224 485 0
264 pagina's
groot formaat
€ 17,50


Voorwoord
Inleiding


Over het Transitiehandboek:

'Dit boek van de visionaire architect van de Transitie-beweging is er een dat je moet lezen, en wel 'onmiddellijk'. Meer en meer piekolie-specialisten zijn ervan overtuigd dat we zeer weinig tijd hebben om veerkracht te ontwikkelen in onze gemeenschappen voordat de laatste energiecrisis losbarst. Deze zou een dringend onderwerp moeten zijn voor alle mensen die bezorgd zijn om hun kinderen, en voor allen die hopen dat er na het olietijdperk een levensvatbare toekomst bestaat voor de menselijke beschaving.' - Jeremy Leggett, oprichter van Solarcentury en SolarAid, en auteur van The Carbon War en Half Gone

'Het Transitie-concept is een van de grote ideeŽn van onze tijd. Piekolie en klimaatverandering kunnen zo vaak een neerslachtig en machteloos gevoel bij je teweegbrengen. Wat ik zo goed vind aan de Transitie-benadering is dat ze inspirerend is, dat ze hoop geeft in plaats van een schuldgevoel en optimisme in plaats van angst. Het Transitiehandboek zal beschouwd worden als een van de vruchtbare boeken die zijn verschenen aan het eind van het olietijdperk, een boek dat zachtjes een helpende hand bood in de overgang naar een lokalere, menselijker en uiteindelijk meer voedende toekomst.' - Patrick Holden, directeur van de Soil Association

'Rob Hopkins heeft tot nu toe het nauwkeurigst beschreven hoe we kunnen evolueren van de huidige chaos van grote en kleinere steden, die dodelijk voor de planeet en voor hun bewoners zijn, naar leefbare, nieuwe ecologisch duurzame stedelijke en landelijke systemen. Dit is meer dan een theoretische handleiding. Het boek is gebaseerd op het baanbrekende werk van zijn eigen team, waarin hele gemeenschappen worden betrokken in een transformerend proces, die de absolute noodzaak inzien het roer om te gooien en erin geslaagd zijn dit te doen. Het Transitiehandboek is een uitstekende gids voor hoe we moeten leven in een toekomstige wereld waar de grenzen van de natuur worden gerespecteerd, maar ook de wezenlijke troost en vreugde van gemeenschappen die bij elkaar komen in een groots gezamenlijk doel. Er bestaat geen belangrijker boek dan dit voor elke gemeenschap die verandering naar ecologische duurzaamheid zoekt.' - Jerry Mander, oprichter/directeur van het International Forum on Globalization en auteur van In the Absence of the Sacred

'Rob Hopkins is de Zachte Meester van de groene beweging en zijn actuele en enorm belangrijke boek bevat een frisse en krachtige aanpak die ons zal helpen in de transitie naar een materieel afgeslankte, maar innerlijk rijkere menselijke ervaring. Dit boek, vol betrouwbare, leesbare, uitgebreide deskundigheid en warm praktisch advies over hoe je, waar je ook bent, een Transitie-cultuur in werking kunt zetten, zal je stimuleren en je verbondenheid met je plaats, gemeenschap en het eenvoudige leven herstellen. Er bestaat geen betere oproep tot actie dan dit boek en geen betere gids voor de doe-het-zelf-schepping van een leefbare toekomst.' - Dr Stephan Harding, coŲrdinator van de Masteropleiding in Holistic Science aan het Schumacher College en auteur van Animate Earth: Science, Intuition and Gaia


Voorwoord

door Richard Heinberg
auteur van The Party's Over, Powerdown, Peak Everything en The Oil Depletion Protocol

Mijn eerste ontmoeting met het fenomeen transitie was in november 2006, toen Rob Hopkins me uitnodigde om een avondlezing te geven in Totnes in Devon. Ik wist dat dit een tamelijk klein stadje was, dus hoopte ik op een vijftigtal aanwezigen. In plaats daarvan zaten vierhonderd mensen opeengepakt in de grootste zaal die er te vinden was. Hetzelfde gebeurde een paar dagen later in Penzance in Cornwall, waar Jennifer Gray me uitnodigde om het startschot te geven voor Transitie Penwith; en een paar maanden later opnieuw op een soortgelijk evenement in Stroud.
Er tekende zich duidelijk een patroon af. De mensen op deze evenementen waren niet zomaar nieuwsgierig; zij zaten te popelen om in hun gemeenschappen iets constructiefs te doen aan piekolie en klimaatverandering. Al snel was ik ervan overtuigd dat het Transitie-virus het meest opwindende ding in het Verenigd Koninkrijk was. Op 5 augustus 2007 had de BBC Radio Schotland een uitzending met als titel 'Towns Prepare for Peak Oil Point', die begon met de uitspraak van Rob dat de Transitie-inspanningen 'een van de meest dynamische en belangrijke sociale bewegingen van de 21e eeuw' zijn. Het vervolg van het radioprogramma leverde de bewijzen voor de juistheid van die uitspraak.
Veel Transitie-gegons is terug te voeren op Rob Hopkins zelf. Als permacultuurdocent geschoold in ecologische ontwerpprincipes, is hij van nature een intelligente, praktische, zachtaardige kerel, een gezinsman met geen andere agenda dan het overleven van het ecosysteem (hij wil graag dat zijn kinderen op een fatsoenlijke planeet kunnen leven).
Het was in 2003, toen Rob les gaf in Kinsale in Ierland, dat hij voor het eerst hoorde over piekolie en wel direct van de belangrijkste deskundige in de wereld over dit onderwerp, oliegeoloog Colin Campbell. Na de informatie met zijn studenten verwerkt te hebben, werkte hij samen met hen het Kinsale Energy Descent Plan uit, dat later in het beleid van de gemeenteraad werd opgenomen. Het was het eerste strategische document in zijn soort op het vlak van gemeenschapsplanning. Gelijkaardige planningsprocessen voor energievermindering worden nu ook in andere dorpen en steden ondernomen (met inbegrip van Portland, Oregon en Oakland, CaliforniŽ), en in tenminste ťťn industriŽle staat (Zweden).
Rob besloot vervolgens een piekolieconferentie te organiseren in Kinsale in juni 2005 met als titel: Fuelling the Future en daar ontmoette ik hem voor het eerst. Na zijn verhuizing terug naar Engeland om zijn doctoraat af te maken, besloot Rob het voorbereidingsproces op piekolie buiten het klaslokaal te brengen door begin 2006 met Transition Town Totnes te beginnen. Dat initiatief liep als een trein en groepen burgers in andere steden in het Verenigd Koninkrijk namen het snel over.
Waarom werkt het Transitie-fenomeen zo aanstekelijk? Terwijl er op meer dan honderd plaatsen in de wereld pogingen worden ondernomen om om te gaan met de dreigende gevolgen van piekolie, is er onmiskenbaar iets anders aan Transition Towns - een gevoel van opwinding, perspectief en engagement. Misschien dat de gonzende uitstraling voor een deel terug te voeren is op het aanstekelijke optimisme van Rob zelf. Maar het is geen persoonlijkheidsverering, want Hopkins is de eerste om waar mogelijk anderen in de schijnwerpers te zetten en heeft het sturingsproces van de beweging zo ontworpen dat het meer 'van onderuit' dan 'van bovenaf' verloopt. Volgens mij is de beste verklaring voor dit fenomeen te vinden in het feit dat Rob een kopieerbare strategie heeft gevonden om de talenten, visies en goodwill van gewone mensen aan te spreken.
En hij heeft dit gedaan op een moment dat het buitengewoon hard nodig was. Het valt gewoon op geen enkele manier te ontkennen dat wij mensen moeilijke tijden tegemoet gaan. Niet alleen zijn er bewijzen dat de wereldolieproductie zijn hoogste maximum ooit al bereikt heeft en aan zijn onvermijdelijke afname is begonnen, maar zijn ook voorspellingen voor gaswinningen in de Noordzee, Noord-Amerika en Rusland uiterst somber. Nieuwe studies naar wereld-steenkoolvoorraden tonen intussen aan dat een piek in de ontginning van steenkool binnen slechts vijftien jaar zou kunnen optreden, terwijl de productie van fosfaten (essentieel voor de landbouw) al naar beneden gaat, net zoals de wereldgraanproductie per persoon. Het wereldwijde klimaat is onstabiel geworden, het poolijs smelt sneller dan zelfs de meest grimmige wetenschappelijke studies voorspeld hadden, terwijl veel landen al te maken hebben met een tekort aan zoet water. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan: waar de 20e eeuw er een was van nooit vertoonde groei in bijna elk belangrijk opzicht (bevolking, energieverbruik, consumptieniveaus per persoon, enzovoort), zo belooft de huidige eeuw gekenmerkt te worden door afnamen in bijna al deze zelfde categorieŽn, gepaard met catastrofale weersomstandigheden en verdrinkende kustlijnen.
Centraal in de transitie waarvoor Transitie-initiatieven zich inzetten, staat energie. Bijna alle groei in bevolking en consumptie - gepaard met technologische verandering - die zich in de 20e eeuw voordeed, kan toegeschreven worden aan een ongekende overvloed van goedkope energie, vooral van fossiele brandstoffen. Steenkool, olie en gas maakten de winning en omzetting van andere natuurlijke bronnen in steeds hogere versnelling mogelijk, hetgeen leidde tot het creŽren van enorme rijkdom temidden van uitdijende cirkels van habitatvernietiging, vervuiling en klimaatchaos.
De uitputting van fossiele brandstoffen zou beschouwd kunnen worden als iets goeds, gezien de afschuwelijke milieukosten ten gevolge van het verbruik van deze brandstoffen. Maar onze afhankelijkheden als samenleving van olie, steenkool en gas betekenen een enorme collectieve kwetsbaarheid, aangezien er geen alternatieven beschikbaar zijn die hun diensten volledig kunnen vervangen. Wanneer dus fossiele brandstoffen afnemen, dan zullen we een eeuw zien van krimpende consumptieniveaus, waardoor de globale economie zou kunnen imploderen, wat de vooruitzichten op overleving van de komende generatie zal ondermijnen. Tenzij we op een proactieve manier afkicken van deze brandstoffen, zullen de maatschappelijke ondersteuningssystemen instorten juist op het moment dat het globale klimaat over zijn kantelmoment heen geduwd wordt, waarna er niets meer is wat mensen nog kunnen doen om de worst-case scenario's af te wenden, met inbegrip van sterk stijgende zeeniveaus en vernietigde gewassen. Uitputting en klimaat vallen samen om een bewuste coŲperatieve transitie, weg van fossiele brandstoffen, centraal te stellen in onze menselijke overlevingsstrategie voor de rest van de 21e eeuw. In het algemeen zijn nationale overheden traag om deze noodzaak te begrijpen en ernaar te handelen, aangezien er te veel gevestigde belangen gemoeid zijn met het in stand houden van de status quo. Maar als de leiders van een land nauwelijks reageren op de grootste crisis waarmee de mensheid geconfronteerd wordt, wat kan een bezorgde burger dan doen?
Het voor de hand liggende antwoord is: handel lokaal. Dit is in de huidige situatie des te meer zinvol, aangezien economische herlokalisering een van de onvermijdelijke gevolgen zal zijn van het einde van de goedkope transportbrandstof. We moeten hoe dan ook meer van onze levensnoodzakelijkheden dichtbij produceren; waarom dus niet de onmiddellijk nabije gemeenschap maken tot de bron en de focus van onze hele energetische Transitie-strategie?
Rob Hopkins heeft dit allemaal in het Transitie-concept gestopt en er een formule van gemaakt waar elke gemeenschap enthousiast in kan stappen. Gebruikmakend van permacultuurprincipes, van de psychologie van sociale marketing en van inclusieve processen als 'open space', heeft hij een manier gevonden waarop mensen die zich zorgen maken over een milieucrisis zich blijvend kunnen engageren in een collectieve actie die uiteindelijk meer op een feestje lijkt dan op een betoging.
Dit boek is een handleiding om het in werkelijkheid om te zetten. Het is zoals Rob zelf - toegankelijk, helder en vlot. Als jouw stad nog geen Transitie-stad is, dan heb je hier de leiddraad om er een van te maken. Als je al het geluk hebt om op een plek te wonen die al in transitie is, dan heb je waarschijnlijk mijn aanbeveling niet nodig; je hebt dan al door je eigen netwerk over dit boek gehoord.
Hoe dan ook, maak er wat van: we hebben weinig tijd en veel tot stand te brengen. En Rob Hopkins reikt ons een aantal onschatbare instrumenten aan om onze taak gemakkelijker en plezieriger te maken.

Richard Heinberg
Post Carbon Institute
Santa Rosa, California


Inleiding

Wondere, veerkrachtige wereld

Veerkracht, daar draait het om in dit boek. Voor ecologen is veerkracht een vertrouwd begrip, voor de rest van ons veel minder. Veerkracht verwijst naar het vermogen van een systeem om zijn samenhang te behouden en te blijven functioneren als het wordt blootgesteld aan verandering en schokken van buitenaf. Een 'systeem' kan een paar individuen betreffen, maar ook hele economieŽn. Dit boek, Het Transitiehandboek, stelt dat we naast onze huidige (en veel te late) inspanningen om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen, evenveel aandacht zouden moeten besteden aan het bouwen aan veerkracht, of om precies te zijn: aan het weer opnieuw opbouwen daarvan. Ik beweer feitelijk dat het verminderen van de CO2-uitstoot zonder het heropbouwen van veerkracht uiteindelijk zinloos is.
Hoe ziet veerkracht er eigenlijk uit?
In 1990 bezocht ik de Hunzavallei in Noord-Pakistan. De Hunzavallei was tot de opening van de Karakorum Highway in 1978 bijna volledig van de buitenwereld afgesloten. Voor mijn bezoek wist ik niets over permacultuur of over veerkracht, en zelfs maar weinig over voedsel, landbouw of het milieu. Maar ik wist toen dat ik op een uitzonderlijke plek was aangekomen.
Ik vond een citaat in een boek dat ik las op weg naar Hunza (ik ben de titel ondertussen vergeten): 'Als er op aarde een tuin van gelukzaligheid is, is het deze, is het deze, is het deze.' Deze woorden bleven tijdens de twee weken die ik in Hunza verbleef, regelmatig door mijn hoofd spelen. Dit was een samenleving die zijn grenzen respecteerde, en dit op een verbluffend geraffineerde en tegelijk eenvoudige manier. Al het afval, met inbegrip van het menselijk afval, werd zorgvuldig gecomposteerd en teruggegeven aan het land. De terrassen die eeuwenlang tegen de bergwanden waren gebouwd, werden bevloeid via een netwerk van kanalen, dat met een verbazingwekkende precisie mineraalrijk water van de hoger liggende gletsjer naar de velden bracht.
Overal stonden er abrikozenbomen, en kersen-, appel-, amandel- en andere fruit- en notenbomen. Rondom en onder de bomen groeiden gerst, graan, aardappelen en andere groenten. De velden waren netjes, maar niet strak afgelijnd. Planten groeiden in kleine percelen eerder dan in grote monoculturen. Doordat ik op een bergwand verbleef, moest ik de hele tijd bergop en bergaf wandelen en voelde ik al snel de goede conditie ontstaan waar de Hunza om bekendstaan. De paden waren afgezoomd met stapelmuurtjes en waren bedoeld voor mensen en dieren, niet voor auto's.
De mensen leken altijd tijd te hebben om even te stoppen en een praatje te maken met elkaar en tijd door te brengen met de kinderen, die blootsvoets en stoffig door de velden renden. Abrikozen werden geoogst en te drogen gelegd op de daken van de huizen, een verbluffend gezicht in de heldere bergzon. De gebouwen waren opgetrokken van lokaal geproduceerde modderbakstenen, warm in de winter en koel in de zomer. En er was altijd de majestueuze pracht van het hooggebergte. Hunza is eenvoudigweg de mooiste, rustigste, gelukkigste en overvloedigste plaats die ik ooit heb bezocht.
In die tijd was ik kunstenaar en bracht ik mijn dagen door met een schetsboek in de hand, zwervend over de velden, landweggetjes en terrassen, verbluft door het licht en de kleuren, vele uren werkend aan ťťn tekening in een uiteindelijk zinloze poging om de schoonheid van wat zich voor mij uitstrekte weer te geven.
Als Hunza toen afgesneden zou zijn geweest van de buitenwereld en van de wereldeconomie met zijn snelwegen met vrachtwagens volgepakt met goederen, zou het zich uitstekend gered hebben. Als er een globale economische recessie of zelfs ineenstorting zou zijn geweest, zou die weinig effect hebben gehad op de Hunzavallei. Ook de mensen waren veerkrachtig, gelukkig en gezond en hadden een sterke gemeenschapszin.
Het is niet mijn bedoeling dit te romantiseren of te idealiseren, maar toen ik in Hunza was ving ik een glimp op van iets dat resoneerde met een genetische herinnering ergens diep in mijzelf. Ik groeide op in Engeland, waar het feest van de fossiele brandstof in volle gang was, in een cultuur die onophoudelijk probeerde alle sporen van veerkracht uit te wissen en van elke gelegenheid gebruik maakte om dit idee tot nonsens te verklaren. Plattelandsmensen werden afgeschilderd als dom, het traditionele als `ouderwets' en groei en `vooruitgang' als onvermijdelijk. In deze afgelegen vallei voelde ik een verlangen naar iets waar ik niet echt mijn vinger op kon leggen, maar wat ik nu zie als veerkracht: een cultuur gebaseerd op het vermogen voor onbepaalde tijd te functioneren en te leven binnen haar grenzen, en die op deze manier kan bloeien.
Hoewel, zelfs toen, in 1990 begonnen dingen te veranderen. Toen ik daar was, zag ik lege zakken stikstofmest liggen in de hoeken van sommige velden. Zakken cement deden hun intrede, net als voedsel met geraffineerde suiker en dranken met bubbels. Het was menens met het beginnen de veerkracht te ondermijnen, net zoals dat al gebeurd was in de meeste delen van de wereld en nog steeds in een razend tempo doorgaat. Ik ben sindsdien niet meer terug geweest en kan dus geen nieuw verslag uitbrengen, maar het zou mij zeer verbazen als de verandering gericht zou zijn op het behoud van het vermogen van de vallei zichzelf te onderhouden. En inderdaad, te zien aan de hoeveelheid advertenties op het internet die `Hunza-producten' verkopen, lijken ze te zijn overgegaan naar een op export gerichte economie.
Krachten, die maken dat we kiezen voor het behouden en versterken van veerkracht, in plaats van deze verder te laten afbrokkelen, groeien op dit moment zeer snel naar elkaar toe, zozeer dat het veel meer is dan louter een academische kwestie. Het punt is niet langer of we de krachten van de economische globalisering ter discussie zouden moeten stellen omdat deze onrechtvaardig en onbillijk zijn, of dat ze roofzuchtige vernietigers zijn van culturen en milieu. Het gaat erom te kijken naar de achilleshiel van de economische globalisering, waarvoor geen andere bescherming bestaat dan veerkracht: namelijk haar mate van afhankelijkheid van olie. Economische globalisering was alleen maar mogelijk door goedkope, vloeibare fossiele brandstoffen, en er bestaat geen bruikbaar alternatief voor op die schaal. De overgang naar meer gelokaliseerde, energie-efficiŽnte en productieve manieren van leven is geen keuze; het is een onvermijdelijke richting die de mensheid můet inslaan.
Het Transitiehandboek is meer dan alleen een boek met problemen en ideeŽn. Het gaat over oplossingen, en over het Transitiemodel, waarvan ik denk dat het de grondslag zou kunnen blijken te zijn voor een van de belangrijkste sociale, politieke en culturele bewegingen van de eenentwintigste eeuw. Ik geef je graag een voorproefje.
Het is een koude voorjaarsavond in Totnes, een kleine stad in Devon. Zo'n 160 mensen zoeken een plaatsje in de St.-Janskerk voor een avondbijeenkomst met als titel `Lokaal Geld, Lokale Vaardigheden, Lokale Kracht'. De bijeenkomst is georganiseerd door de Transition Town Totnes (TTT), het eerste Transitie-initiatief in het Verenigd Koninkrijk, en de avond op zich is al een succes: 160 mensen die de deur uitgaan voor een bijeenkomst over economie, een onderwerp waarvoor mensen meestal niet uit hun luie zetel komen.
Iedereen kreeg bij aankomst een Totnes-Pond, ťťn van de driehonderd biljetten gedrukt door de TTT als proefproject om te kijken hoe een gedrukt betaalmiddel ontvangen zou worden in de stad. De ene kant is een reproductie van een bankbiljet uit Totnes uit 1810, een tijd waarin de bank van Totnes zijn eigen valuta uitgaf, een bankbiljet dat vier weken eerder werd opgemerkt aan de muur van een lokale filmmaker.
Om de avond te beginnen, nodig ik het publiek uit allemaal met hun ponden in de lucht te zwaaien - het is een geweldig gezicht. 160 Mensen, pond in de hand, aan het begin van een indrukwekkende reis die bestaat uit nieuwe verhalen vertellen over geld, en ook over de toekomst en haar mogelijkheden, en over hun onderlinge afhankelijkheid als gemeenschap.
Het vertellen van verhalen staat centraal in dit boek. Je zou het kunnen zien als een verhaal op zich: het verhaal van de opkomst van de Transitie-beweging, van het belangrijkste onderzoeksproject dat op dit moment loopt. Maar het gaat verder dan dat. Onze cultuur stoelt op verschillende verhalen, culturele mythen die we allemaal voor waar aannemen: dat de toekomst rijker zal zijn dan het heden, dat economische groei oneindig kan doorgaan, dat we zo'n individualistische samenleving zijn geworden dat elk gemeenschappelijk doel ondenkbaar is, dat bezit je gelukkig kan maken en dat economische globalisering een onvermijdelijk proces is waarmee we allemaal hebben ingestemd. Zoals we zullen zien, zijn dit allemaal verhalen die fundamenteel misleidend en ook absoluut schadelijk zijn voor de uitdagingen waarmee we sneller geconfronteerd zullen worden dan we denken. We hebben nieuwe verhalen nodig die nieuwe mogelijkheden uittekenen, die ons opnieuw positioneren in relatie tot de wereld om ons heen, die ons verleiden om in de komende veranderingen vooral de mogelijkheden te zien die ze in zich dragen, en die ons uiteindelijk de kracht zullen geven om aan de andere kant weer te verrijzen in een nieuwe wereld die ons beter onderhoudt.
Toen ik daar vooraan stond, in een zaal vol met lachende mensen met twinkelende ogen, zwaaiend met hun Totnes-Ponden, was ik zeer ontroerd. Hier, dacht ik, is een kracht aanwezig die nog nauwelijks werd aangesproken. Natuurlijk zouden we ons geschokt, bang, en overweldigd moeten voelen als we nadenken over piekolie en klimaatverandering. En toch zat hier een zaal vol mensen die in de wolken waren en die tegelijkertijd de dubbele uitdaging van piekolie en klimaatverandering recht in de ogen keken.
Hoe zouden acties rond het milieu eruitzien als die erop gericht waren dit gevoel van vervoering op te wekken, eerder dan de gevoelens van schuld, kwaadheid en afgrijzen die de meeste campagnes oproepen? Hoe zouden ze eruitzien als ze zouden proberen te inspireren, enthousiasmeren en focussen op de mogelijkheden in plaats van op de waarschijnlijkheden? Het is nu nog niet helemaal duidelijk, maar de transitiebeweging is een poging om nieuwe, overvloedige paden uit te tekenen. We vertrekken op de top van de oliepiek en bedenken nieuwe verhalen over wat ons zou kunnen wachten aan het einde van de afdaling. En we zetten het opbouwen van veerkracht opnieuw centraal in al onze toekomstplannen.
Transitie-initiatieven zijn niet het enige antwoord op piekolie en klimaatverandering. Elk coherent nationaal antwoord zal op alle niveaus hand in hand moeten gaan met antwoorden vanuit de overheid en het bedrijfsleven. Toch zullen alle overheidsantwoorden gedoemd zijn te mislukken of zullen langdurig moeten strijden tegen de wil van het volk, tenzij we dit gevoel van verlangen, verrukking en een collectieve roep om avontuur op grote schaal kunnen opwekken. Stel dat er een manier zou zijn om dat gevoel van positief engagement en het vertellen van nieuwe verhalen op te wekken op lokaal of zelfs op nationaal vlak. Dit boek is een verkenning van dat potentieel, een onderdompeling in de mogelijkheden van toegepast optimisme en een inleiding in een beweging die zo snel groeit dat ze alweer groter zal zijn tegen de tijd dat je dit boek uit hebt.
De tijd dat we globalisering kunnen zien als een onoverwinnelijke en onaantastbare kolos, of lokalisering als een soort levensstijl die je kunt kiezen, is voorbij. Het einde van het Tijdperk-van-Goedkope-Olie komt snel op ons af en het leven zal radicaal veranderen, of we het nu willen of niet. Dit boek presenteert een nieuwe manier van kijken naar wat de toekomst kan brengen, en stelt dat door te kiezen voor een pro-actief antwoord eerder dan een reactief, en door rekening te houden met de snel veranderende energie-context, we die toekomst nog steeds zo vorm kunnen geven dat deze uiteindelijk de voorkeur verdient boven het heden.
Het opnieuw opbouwen van lokale landbouw en voedselproductie, decentralisering van de energieproductie, het herdenken van de gezondheidszorg, herontdekking van lokale bouwmaterialen in de context van nulenergie-bouw, het opnieuw bekijken hoe we met afval omgaan, deze creŽren allemaal veerkracht en dragen de mogelijkheid van een buitengewone renaissance in zich - economisch, cultureel en spiritueel. Ik ben niet bang van een wereld die minder consumptie-gericht is, waar minder 'spullen' zijn en geen economische groei. Ik ben inderdaad veel banger voor het tegenovergestelde: dat het proces dat zakken vol kunstmest bracht naar de meest vruchtbare velden waar ik ooit geweest ben, doorgaat. En dat daardoor na dit korte intermezzo in de geschiedenis, waarin de industrie in staat was aardgas om te zetten in kunstmest en waarin de auto koning was, het vermogen van gemeenschappen om zichzelf te onderhouden aangetast wordt.
Dit is geen boek over hoe vreselijk de toekomst er uit zou kunnen zien; het is eerder een uitnodiging om je aan te sluiten bij de honderden gemeenschappen over heel de wereld die stappen ondernemen om een voedende en overvloedige toekomst te realiseren.

Rob Hopkins